Stop doordrijverij VS

Dertig dagen heeft Iran de tijd gekregen om op zijn schreden terug te keren en zijn atoomprogramma definitief stop te zetten. De “5+1-groep' werd het daarover eens op haar Berlijnse ministersconferentie vorige week. De groep bestaat uit de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland, dat de bijeenkomst voorzat.

Duitsers kunnen daarin het zozeer gewenste opstapje zien naar hun eigen lidmaatschap van dit elitaire gezelschap. Maar in wezen was de Duitse aanwezigheid bij het hoge beraad een gevolg van de Duitse deelname aan de Europese trojka die vele maanden lang vergeefs met de regering in Teheran heeft onderhandeld over een permanent Iraans afscheid van alle atoomplannen.

Betekent de Berlijnse uitspraak en de onmiddellijke afwijzing daarvan door Iran, dat een snelle escalatie in de betrekkingen mag worden verwacht? Onder bepaalde voorwaarden niet. Rusland en China hebben tot dusver alle suggesties van sancties voor het geval Iran weigerachtig blijft, van de hand gewezen. Beide landen voelen even weinig voor een met atoombommen uitgerust Iran als de meeste andere VN-leden en beide hebben zo hun eigen problemen met het fundamentalistische islamisme waarvan de shi'itische variant in Iran aan de macht is. Maar daarbovenuit gaan hun zakelijke belangen, die vooral tot uitdrukking komen in het woord energie. China kent een dagelijkse toenemende behoefte waarin Iran in belangrijke mate voorziet, Rusland is sinds jaren toeleverancier van kennis en apparatuur bij de opbouw van Irans atoomindustrie.

Tegen die achtergrond moet het Russische aanbod worden gezien om de aanmaak van brandstof voor Iraanse kernreactoren op Russisch grondgebied te doen plaatshebben. In dat geval zouden alle belanghebbenden tevreden kunnen worden gesteld. Iran krijgt de beschikking over een energiebron die onafhankelijk is van fossiele brandstof, Rusland behoudt een belangrijk afzetgebied voor zijn nucleaire producten, er is geen sprake van een verstoring van de energievoorziening die in het geval van escalatie te voorzien is en de vrees voor een geheim Iraans programma dat zou uitmonden in het bezit van de Bom kan dankzij intensieve internationale controle worden weggenomen.

Dit zou een welkom scenario kunnen zijn, maar het stuit op twee obstakels. Het eerste bestaat uit Iraans nationalisme. Opeenvolgende regeringen in Teheran, gematigd of extreem, hebben steeds volgehouden dat Iran een natuurlijk en verdragsmatig erkend recht heeft op een eigen atoomindustrie voor vreedzame doeleinden. En omdat het Iraanse programma uitsluitend op vreedzame toepassing van kernenergie is gericht, zo is de redenering in Teheran, is er geen enkele reden om dat buiten de eigen grenzen tot ontwikkeling te brengen. De nationale trots verzet zich daar tegen. Op welke gronden Teheran dan destijds op aandringen van de trojka tot de tijdelijke stopzetting van zijn nucleaire bezigheden had besloten, blijft een onbeantwoorde vraag.

Het tweede obstakel wordt gevormd door Amerikaans ongeduld. Voor de Amerikanen is Iran een rogue state, een schurkenstaat, die het internationale terrorisme steunt en die er niet voor zal terugschrikken terroristen van de Bom te voorzien, zodra het daarover de beschikking heeft. Washington heeft de Europese trojka laten aanmodderen, suggereert Mary Riddell in de Britse zondagskrant The Observer, in de verwachting dat met diplomatie alleen de Iraanse regering niet te vermurwen zou zijn. Een “Iraaks scenario' zou tot de reële mogelijkheden behoren. Washington geeft na de trojka de VN-Veiligheidsraad nog een kans, maar zou vervolgens bereid kunnen zijn ook zonder een VN-mandaat en eventueel steunend op een Anglo-Amerikaanse coalition of the willing een eind te maken aan Irans atoomproject.

Maar het debacle in Irak is toch niet voor herhaling vatbaar?, zou een zinnige tegenwerping kunnen luiden. Dat geldt alleen zolang het Iraakse avontuur als een debacle wordt beschouwd. Er zijn tal van aanwijzingen dat in de omgeving van president Bush die conclusie niet wordt getrokken. Niet alleen heeft Bush zelf bij herhaling gezegd dat alle opties (inclusief de militaire) ter tafel liggen, maar er heeft zich van zijn getrouwen een fatalistische stemming meester gemaakt.

Onmiddellijk na de bijeenkomst in Berlijn reageerde minister Condy Rice op de door Russische diplomaten uitgesproken vrees dat in geval van sancties Iran wel eens het verdrag tegen spreiding van kernwapens (NPV) zou kunnen opzeggen. Dan zou de laatste diplomatieke band zijn verbroken. Rice: “Nou, ik denk niet dat het noodzakelijkerwijs slechter zou zijn wanneer Iran eindelijk voor iedereen zou duidelijk maken dat het niet van plan is onder een internationaal regime te leven. Wanneer Iran bedreigingen uit en daarop doorgaat, zullen we een beter en helderder idee hebben van wat Irans bedoelingen zijn.“

Onder bepaalde voorwaarden geen onmiddellijke escalatie. De belangrijkste voorwaarde is dat de Amerikanen hun verbale escalatie stoppen. Als Iran al in beginsel vreedzame toepassing van kernenergie nastreeft, zouden de Amerikaanse dreigementen het regime er juist toe aanzetten de Bom te ontwikkelen. De tweede voorwaarde is dat Iran Amerikaanse provocaties langs zich heen laat gaan en niet uit het NPV stapt, zodat er aanknopingspunten blijven voor diplomatie. De Europese trojka zou er goed aan doen alsnog afstand te nemen van de Amerikaanse doordrijverij. Continentaal Europa zal in laatste instantie en desnoods zonder Groot-Brittannië moeten beslissen waar zijn belangen liggen. Op een tweede Irak zit hier niemand te wachten.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.