Recherchewerk à la inspecteur Clouseau

Zuid-Afrikaanse agenten staan niet bekend om hun sterke speurwerk.

Ook in de rechtszaak tegen de oud-vice-president Zuma werd het bewijs weggewassen.

Zuid-Afrikanen zijn dol op fictie. De Amerikaanse documentaireserie Crime Scene Investigation (CSI) is hier een groot succes. Forensische specialisten die in steden als Miami of New York genoeg hebben aan een haar, een voetafdruk, een schilfertje verf om de verdachte voor levenslang achter de tralies te krijgen, dat is pas een sterk verhaal.

Aan verdachten geen gebrek hier. Wel aan rechercheurs die hun werk boeiend vinden. Voorbeeldje. Toen een 31-jarige seropositieve vrouw in november de voormalige vice-president van dit land, Jacob Zuma, beschuldigde van verkrachting, verschenen hetzelfde weekend nog twee rechercheurs aan de deur van de politicus. Of Zuma de 'plaats delict' kon laten zien. Zuma opende de deur naar de gastenkamer en grinnikte wat onbeholpen: 'Here you are, the crime scene.' Zo is tenminste delezing van de twee inspecteurs.

Zuma verklaarde deze week in de rechtbank echter dat de seks met de vrouw niet in de logeerkamer had plaatsgevonden maar in zijn slaapkamer. Ofwel: niet hij was naar háár kamer gegaan, zoals de vrouw getuigde, maar zij naar de zijne. Geen onbelangrijk detail in wat de grootste verkrachtingszaak uit de Zuid-Afrikaanse geschiedenis heet te zijn. Wie liegt? Die vraag was eenvoudig te beantwoorden geweest als de rechercheurs dezelfde dag nog de lakens van de bedden in beide slaapkamers hadden meegenomen voor onderzoek. Lakens onder een microscoop, spannend muziekje op de achtergrond, en het lijkt net CSI. Niet in Zuid-Afrika. Daar vroeg het speciale onderzoeksteam van de politie tien dagen na de aangifte om de lakens. Toen had de huishoudster ze al tweemaal wit gewassen.

Ander voorbeeldje. Een kennis werd twee jaar geleden in zijn winkel in het centrum van Johannesburg beroofd en vermoord. De weduwe vertelde weken later hoe een tafel die vlakbij het lijk stond, bezweek onder het gewicht van de twee rechercheurs die moesten uitrusten van hun lange tocht vanaf het politiebureau. Het moordwapen, dat de daders hadden achtergelaten, verdween spoorloos.

Sommigen gaan zelf op onderzoek uit. Zoals de vader van het meisje dat om de hoek van zijn huis door twee mannen werd verkracht. Hij stelde een buurtonderzoek in, ondervroeg de buurman, de barman en de nachtwaker, maakte een compositietekening van de verdachten en belde uiteindelijk hun mogelijke verblijfplaats door naar de politie. De politie belde nooit terug.

De reden daarvoor, zo legde de hoofdcommissaris uit aan een plaatselijke krant, was dat alle agenten waren vrijgemaakt voor de ontvoering van het kleinkind van een beroemde rechter. Het meisje was zoek nadat drie mannen het huis van de rechter hadden overvallen. De politie rukte uit met terreinwagens en helikopters. Na 48 uur werd het lijk van het kind gevonden op haar slaapkamer. Daar had nog niemand gekeken.

Agenten worden slecht betaald en slecht uitgerust. De keren dat ik aangifte deed van een gestolen auto of een vreemde man achterin de tuin, was het antwoord van het bureau om de hoek hetzelfde: 'Sorry, we kunnen niet komen, onze politiewagen is er niet, of doet het niet.' Er zijn in dit land inmiddels vijf keer meer particuliere bewakers dan gewone agenten. Niet alleen de burger valt er op terug, ook de staat. De geheime dienst en het openbaar ministerie huren tegenwoordig privé-detectives in om het werk gedaan te krijgen, zo melden welingelichte kringen bij justitie. De gemiddelde politieambtenaar doet hier helaas meer denken aan inspecteur Clouseau uit Pink Panther, dan aan de collega's van CSI.

    • Bram Vermeulen