Meiden die snijden

Zelfverwonding neemt toe, sommigen spreken zelfs van een besmettelijke epidemie. Deze recente plaag blijkt deels het gevolg van sociale veranderingen, deels het ultieme overlevingsmechanisme. Hoe een tegencultuur besmettelijk kan zijn.

“My razorblade, my best friend.

You make me bleed to ease my pain.

You keep me alive when there is no hope.

My best friend, thank you for you are

the reason I am alive.'

Op het internet is een ware zelfverwondingscultus ontstaan. De tienduizenden websites van “ervaringsdeskundigen' tonen een heel eigen universum vol zwarte rozen, bombastische muziek en gekwelde gedichten. De snijdende jongeren tooien zich met namen als “damaged rose', “mean angel' of “kleinvuurdichteres'. Ook in het informatieve handboek Healing the Hurt Within. Understand Self-Injury and Self-Harm, and Heal the Emotional Wounds, geschreven door de Engelse therapeute Jan Sutton, klinkt deze zwelgcultuur rond automutilatie door. Het boek is gelardeerd met tekeningen en poëzie van haar cliënten, waaronder het gedicht hierboven.

Het zou echter niet terecht zijn om het probleem van de toenemende zelfverwonding onder pubers vanwege dit soort pathos te bagatelliseren. Uit Suttons boek, waarin ondanks de softe toon een enorme vracht aan literatuur helder aan bod komt, blijkt dat het vaak gaat om tragische gevallen. Automutilanten zijn vaak slachtoffer van seksueel misbruik of een alcoholistische vader of moeder. Anderen verloren op jonge leeftijd een van hun ouders, door een sterfgeval of na een ingrijpende echtscheiding.

Automutilatie is geen nieuw verschijnsel in West-Europa. In de Middeleeuwen trokken monniken rond die zichzelf pijnigden in de hoop ziekte af te weren. Als zij zichzelf al straften voor hun zondigheid, redeneerden ze, dan hoefde God dat niet meer te doen met een epidemie. Ook zijn er van alle tijden verhalen bekend over mensen die onder invloed van een psychotisch waandenkbeeld hun ogen uitstaken of een hand afhakten. Toch betogen hulpverleners en docenten nu, op grond van hun praktijkervaring, dat we te maken hebben met een groeiend probleem - een epidemie zelfs, volgens sommigen. Vooral de laatste tien jaar zou het probleem om zich heen grijpen.

Van de jongeren tussen de 14 en 17 jaar heeft 4,3 procent zichzelf wel eens opzettelijk lichamelijk beschadigd. Dit blijkt uit recent onderzoek van de Universiteit Leiden en de GGD Rotterdam onder 4500 Nederlandse scholieren. Meer dan de helft van de jongeren die zichzelf beschadigt, snijdt of krast; anderen branden of vergiftigen zichzelf. Het zijn vooral meisjes die zichzelf beschadigen. Het is bekend dat vrouwen agressie en frustraties eerder op zichzelf richten, terwijl jongens makkelijker een ander een mep geven of crimineel gedrag gaan vertonen. Bovendien hebben meisjes veel vaker dan jongers te maken met seksueel misbruik, aanranding of verkrachting.

De Australische Victoria Leatham biedt in haar autobiografische roman Aderlating een verhelderend kijkje in het hoofd van zo'n snijdende jonge vrouw. Na zichzelf tijdens haar puberteit uitgehongerd te hebben, nam Leatham als studente op de universiteit haar toevlucht tot het broodmes. Ze besefte niet hoe verslavend dit gedrag zou zijn. Na haar snijdebuut liep ze, haar arm in een doek gewikkeld, compleet high door het park naar het medisch centrum van de universiteit. Leatham: “Mijn bloed pompte door mijn lijf en ik had energie. Het gras leek groener dan anders, de lucht blauwer. Voor het eerst sinds maanden had ik het gevoel dat ik bij de les was. Scherp.'

Automutilatie is inderdaad verslavend, beaamt Sutton. Als reactie op de pijn maakt het lichaam endorfine aan: een natuurlijke drug die te vergelijken is met morfine. Jongerenidool Eminem rapte daarover treffend: “Sometimes I even cut myself to see how much it bleeds/ It's like adrenaline, the pain is such a sudden rush for me'. Ook is er, net als bij een verslaving aan drank of drugs, sprake van gewenning. Uiteindelijk zijn een paar kleine sneetjes niet meer genoeg om de gewenste kick te krijgen.

Alhoewel uit het Nederlandse onderzoek een duidelijke koppeling bleek tussen automutilatie en suïcidaliteit, legt Sutton juist uit dat het doel van automutilatie niet zozeer is om zelfmoord te plegen. Volgens haar is het juist een overlevingsmechanisme, dat wordt ingezet om acute problemen het hoofd te bieden. Automutilanten voelen zich ontzettend gespannen en doen zichzelf pijn om hun malende gedachten even stop zetten. Ze lijden meestal aan angststoornissen of depressies. Anderen automutileren om te ontsnappen aan een onaangenaam, roesachtig gevoel van vervreemding. In psychiatrische termen lijden ze aan een dissociatieve stoornis. In veel gevallen proberen jongeren aandacht te vragen voor problemen waarover ze moeilijk kunnen praten, zoals incest of een drankzuchtige ouder.

De recente epidemie van zelfverwonding is deels het gevolg van sociale veranderingen. Sinds de jaren zestig is de alcoholconsumptie in het westen immers explosief gestegen en nam het aantal echtscheidingen toe. Automutilitie is echter ook besmettelijk, blijkt uit het boek van Sutton. Mensen die familieleden of vrienden hebben die zichzelf verwonden, hebben een grotere kans het zelf ook te gaan doen. Vooral op middelbare scholen is sprake van een “copycat'-effect. Psychiater Armando Favazza betoogde in 1987 al in zijn baanbrekende studie Bodies Under Siege: automutilatie neemt vooral epidemische vormen aan wanneer grote groepen mensen dicht op elkaar leven, bijvoorbeeld in gevangenissen of psychiatrische ziekenhuizen. Tegenwoordig vertellen hulpverleners uit Nederlandse jeugdklinieken dat ze het voor hun ogen zien gebeuren: pubers kopiëren niet alleen het zelfbeschadigende gedrag van elkaar, maar ook de bijbehorende kretologie, zoals: “Met de pijn van buiten voel ik de pijn van binnen niet.'

Automutilatie vertoont dus kenmerken van een besmettelijke verslavingsziekte, maar ook van een nieuw type tegencultuur. Zo beschrijft Leatham wat er door haar heen ging toen ze voor het eerst overwoog het mes in haar arm te zetten. “Als ik mezelf met een mes bewerkte', zo geeft Leatham haar gedachten weer, “zou ik buiten de normale sociale grenzen komen te staan, op een plek waar geen regels meer golden. Het idee, hoewel angstaanjagend, was ook buitengewoon verleidelijk - het zou een soort vrijheid betekenen.' Door te snijden, snijden jongeren symbolisch de band door met de “normale' maatschappij. Misschien voelen ze zich overbelast door de prestatiedruk, zoals de Nederlandse kinderpsychologe Martine Delfos betoogt. Volgens haar zijn veel kinderen tegenwoordig oververmoeid. Ze moeten niet alleen presteren op school, ook daarbuiten moeten allerlei hobby- en sportclubs worden bezocht. Er is haast geen gezin meer te vinden dat rustig een weekend thuis zit.

Deskundigen staan intussen voor een dilemma. Aandacht besteden aan automutilatie kan werken als aanjager. Anderzijds willen ze een klimaat creëren waarin over automutilatie gepraat kan worden, om te voorkomen dat kinderen in stilte lijden. Het is belangrijk dat automutilatie niet verborgen blijft, betoogt ook Sutton, want genezing is mogelijk. Wel moet de cliënt gemotiveerd zijn en is het van groot belang dat het klikt met de behandelaar. Ook Leatham is aan het eind van haar boek gestopt met snijden. Ze leerde weerstand te bieden aan haar “interne criticus', de stem die haar de hele dag negatief commentaar gaf: “dikke dijen', “stomme idioot', “onhandige trut'.

Het zijn vooral vaders die hun kinderen seksueel misbruiken. Moeders dragen echter volgens Leatham hun perfectionisme en lage zelfbeeld over op hun dochters. Dat is eveneens schadelijk. Als er iets is dat de snijdende meiden gemeen hebben, zo blijkt uit de boeken van Leatham en Sutton, dan is het een doordringend gevoel van zelfhaat.

Victoria Leatham: Aderlating. Over geheimen, zelfverwonding en genezing. De Boekerij, 208 blz. euro 14,95

Jan Sutton: Healing the Hurt Within. Understand Self-Injury and Self-Harm, and Heal the Emotional Wounds. How to Books, 540 blz. euro 31,99

    • Gemma Blok