Machtsstrijd verdeelt Nigeria

De Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo heeft vice-president Atiku Abubakar gisteren opgeroepen om af te treden. Dat deed hij via zijn woordvoerder, nadat Abubakar zich daarvoor openlijk had uitgesproken tegen een derde regeertermijn van Obasanjo. Een grondwetswijziging die deze derde termijn moet mogelijk maken, verdeelt in toenemende mate de regeringspartij van Obasanjo.

De president heeft nooit openlijk gezegd dat hij aan de macht wil blijven. Maar het is een publiek geheim dat Obasanjo zich over twee jaar weer verkiesbaar wil stellen. Hij zal dat niet bekendmaken voordat de vereiste grondwetswijziging is aangenomen. Daarvoor is in het parlement een tweederde meerderheid vereist.

Vice-president Abubakar was gisteren de meest prominente spreker tijdens een bijeenkomst tegen wijziging van de grondwet. Hij zei dat hij had besloten zijn nek uit te steken, omdat wat de regering tegen hem kon ondernemen toch niet erger kon zijn dan wat hij de afgelopen drie jaar had meegemaakt. De actievergadering werd verder bijgewoond door vijf gouverneurs van deelstaten, meer dan honderd parlementsleden en diverse oppositieleiders.

De voormalige legercommandant Obasanjo kwam in 1999 als eerste burger-president aan de macht na vele jaren militair bewind. Zijn verkiezingszege dankte de christelijke zuiderling voor een belangrijk deel aan Abubakar, die hem aan voldoende steun hielp uit het islamitische noorden. Maar de relatie tussen de twee machtigste mannen van Nigeria is de laatste jaren sterk verzuurd. Het is voor het eerst dat ze nu openlijk tegenover elkaar staan. Eerder deze week werden twee leden van de Turaki Vanguard gearresteerd, een groep die campagne voert voor Abubakar als president. Ze werden ervan beschuldigd lid te zijn van een illegale organisatie.

Aanhangers van president Obasanjo lijken in het defensief gedrongen. De vice-voorzitter van de senaat, Ibrahim Mantu, die de campagne leidt voor een derde termijn, overleefde gisteren met één stem verschil een motie om hem te schorsen als senaatslid.