Kan God handelen?

Over aandacht voor zijn werk heeft de theoloog Harry Kuitert, tot eind jaren tachtig als hoogleraar ethiek en inleiding dogmatiek verbonden aan de Vrije Universiteit, nooit te klagen gehad. Zijn boeken worden niet alleen in kerkelijke en theologische bladen, maar ook in seculiere landelijke kranten direct na verschijning uitgebreid besproken. De wijze waarop hij in de loop der jaren afscheid heeft genomen van aloude geloofsvoorstellingen spreekt tot de verbeelding. Schrijvenderweg is hij in zijn laatste boek, Hetzelfde anders zien, aangeland bij de conclusie dat alles verbeelding is, inclusief God. God is een cultuurfenomeen geworden. “Alles wat over boven wordt gezegd, komt van beneden.' De gereformeerde theoloog kreeg zelfs de Opzoomerprijs voor zijn boeken en zijn verdiensten op het gebied van de vrijzinnige theologie.

Dat Kuiterts visie op kerk en geloof in orthodox-gereformeerde kring op veel verzet stuit, wekt geen verbazing. Wat daar heilig is heeft Kuitert weliswaar niet op de mestvaalt van de geschiedenis gegooid, maar wel bijgezet in het museum van oude waarheden. Interessant om nog eens naar te kijken, maar wel iets van een voorgoed voorbije tijd.

Kuitert krijgt nu echter de wind van voren uit geheel andere hoek. De remonstrantse theoloog Eginhard Meijering, tot 2001 lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden, kon vele jaren Kuiterts ontwikkeling meemaken. Met veel waardering nam hij kennis van diens Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, waarin veel onredelijke en overbodige christelijke ballast overboord ging, waardoor de essentie van dat geloof beter uitkwam. Maar Meijering vindt dat Kuitert in zijn laatste boek is doorgeschoten. Hij vraagt zich af waarom Kuitert nu radicaal voorstellingen afschrijft die hij eerder nog tot de essentie van het christelijke geloof rekende.

Meijerings belangrijkste bezwaar tegen Kuiterts accent op de verbeelding, is dat geloof daardoor uitsluitend een kwestie van psychologie is. Meijering houdt staande dat geloof niet alleen een kwestie van iemands subjectieve houding is, maar dat er ook nog zoiets is als geloofsinhoud. Vervolgens gaat Meijering op zoek naar argumenten voor die inhoud. Het bijbelse scheppingsverhaal heeft niets met het werkelijke ontstaan van de aarde te maken, maar het bijbelse spreken over Schepper en schepsel geeft wel aan hoe de mens naar zichzelf kijkt. Ook in het perspectief van de evolutie is de mens een egoïstisch, zondig wezen. Tegenover God voelt hij zich daarover schuldig en wenst hij verlost te worden. Het feit dat gelovigen zo beeldend over Jezus spraken, dat de verhalen over hem de eeuwen hebben doorstaan, moet ermee begonnen zijn dat er iets in Jezus was, dat indruk op mensen maakte. Hij was zo bijzonder de mensen hem “de Opgestane' en “zoon van God' zijn gaan noemen.

Dat Kuitert door de argumentatie van Meijering overtuigd zal worden, is twijfelachtig. Het verschil tussen de twee theologen zit hem in het antwoord op de vraag: geloof je in een God die handelt? Kuitert gelooft daar niets (meer) van. Meijering wil dat geloven, hij wil zich althans laten overtuigen en hij schraapt daarvoor bij wijze van spreken uit de ontmythologiseerde bijbelverhalen de laatste argumenten bijeen. Om ten slotte te constateren dat over de waarheid van het geloof niet op het intellectuele vlak wordt beslist. Daar zullen beiden het wel over eens zijn. Hinderlijk zijn dan ook die pamflettistische vraag- én uitroepteken in de titel. Zo'n boek is het nu juist niet.

Eginhard Meijering: Wat verbeelden we ons wel?! Overwegingen bij Harry Kuitert. Meinema 80 blz. euro 9,90

    • Herman Amelink