'Inhoud moet er weer toe doen'

Schrijvers zijn niet aansprakelijk voor wat hun romanpersonages beweren.

Hoogleraar Thomas Vaessens betreurt dit principe.

Thomas Vaesens ©Foto Jørgen Krielen Geboren in 1967 Studeert Nederlandse taal en letterkunde aan Universiteit van Utrecht Promoveert in 1998 op ‘Nijhoff, Van Ostaijen en de mentaliteit van het modernisme’ 2005 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam Jorgen Krielen/Amsterdam 05-04-2006/ Thomas Vaessens Krielen, Jorgen

Wat het personage zegt, is niet voor rekening van de schrijver. Het is een klassieke letterkundige wet, die schrijvers voor juridische repercussies behoedt. Maar de jonge professor Thomas Vaessens ziet het anders. In zijn oratie, waarmee hij gisteren het ambt van hoogleraar in de Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam aanvaardde, noemt hij het principe een 'volmaakt excuus voor vrijblijvendheid'.

Na de oorlog, stelt Vaessens (1967), koesterde de samenleving grote verwachtingen ten aanzien van de rol van schrijvers bij de wederopbouw. Als casus gebruikt hij het proces uit 1952 tegen W.F. Hermans, die in Ik heb altijd gelijk de katholieken had beledigd. De vrijspraak van Hermans noemt Vaessens 'teleurstellend'.

Was het beter geweest als Hermans was veroordeeld?

'Het was een spannend experiment geweest als Hermans had gezegd: 'Wat mijn personage beweert, heb ik zelf op genoeg andere plekken geroepen. Dus kom maar op!' Door zich te verschuilen achter zijn personage werd er niet ingegaan op de kwestie. Dat is jammer. De autonomie van het kunstwerk is allesbepalend. Ethiek speelt geen rol. De mensen die boeken professioneel lezen branden hun vingers niet aan de strekking. Want het is maar literatuur. Inhoud speelt alleen bij andere culturen een rol. Dan prijzen we de dapperheid van schrijvers, zoals bij Rushdie.'

Als we de autonomie loslaten, betekent het dat schrijvers als Brusselmans en Houellebecq worden veroordeeld.

'Ja, maar het gaat mij er niet om schrijvers aan de schandpaal te nagelen. Door het schild van de autonomie worden romans een vrijplaats en hoeven schrijvers zich niet uit te laten over de inhoud van hun werk.'

Mag een roman geen vrijplaats zijn?

'Wat ik zou willen, is dat schrijvers weer een rol spelen in de opinievorming en dat hun boeken zichtbaar wordt in het publieke debat. Nu is de schrijver alleen in commercieel opzicht zichtbaar. Je hoeft hem niet serieus te nemen als brenger van een nieuwe waarheid.'

Maar je kunt toch niet de autonomie willen opheffen en denken dat het geen repercussies heeft?

'Ik wil ook niet de autonomie opheffen. Schrijvers moeten in vrijheid kunnen werken. Maar literaire kritiek staat niet meer in relatie tot de maatschappij. Een gevaarlijke inhoud moet discussie aanzwengelen. Stilistische kritiek acht ik van minder belang. Een recensent zou bij de beoordeling van een roman zijn eigen ideeën tegen het licht moeten houden. Literatuurkritiek moet niet komen van wereldvreemde mensen.'

    • Ron Rijghard