'Ik zou Oscar Wilde graag eens in de kroeg treffen'

Danny Seljee noemt zichzelf een 'obsessief liefhebber'.

Hij bestudeerde Wagner, Oscar Wilde en Morrissey.

Danny Seljee Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 06-04-2006 Danny Seljée, Vertaler Engels en Duits PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Père Lachaise was het antwoord op de beslissende vraag in de 64.000-gulden-show van Jos Brink: 'Waar ligt Oscar Wilde begraven?' Met het geld vertrok winnaar Danny Seljee (Amsterdam, 1969) naar de Parijse begraafplaats. Dat hij de quiz ging winnen, stond vast. Hij had zijn onderwerp zelf mogen kiezen en dat hij iets niet zou weten over Wilde was ondenkbaar. Ondraaglijk ook. Hetzelfde heeft Seljee met componist Richard Wagner en popartiest Morrissey. En met druïden. Seljee noemt zichzelf een 'obsessief liefhebber'.

'Zodra zo'n fascinatie ontstaat, moet ik álles weten. Dag en nacht ben ik er mee bezig. Zo bestudeerde ik Wagner, inclusief zijn cultuurhistorische 'Umfeld'; Schopenhauer, Nietzsche. Tien jaar lang. Ik bezocht elk concert, sloot me aan bij het Wagnergenootschap. Zijn biografie zit in mijn hoofd en tergt me, want ze moet nog op papier.'

Het begon met Morrisseys band The Smiths. Snel volgde Oscar Wilde, Morrisseys idool en tekstuele voorbeeld. Deze apostel van de 19de eeuwse fin-de-siècle-décadence leidde Seljee naar de door Wilde zelf geadoreerde muzikale vertegenwoordiger daarvan: Richard Wagner.

'Al na een paar regels voelde ik een diepe verwantschap met Wilde. Niemand kan mooier vertellen. Ik zou hem graag treffen, in een kroeg, met veel absint en sigaretten. Wagner was de grootste componist die ooit leefde en Morrissey de beste liedjesschrijver. Wat hen bindt en boeiend maakt, is tragiek en ambitie; in hun werk én hun leven. Voor mij zijn ze geen beroemdheden, maar zielsverwanten, gezellen in de duisternis. In depressieve tijden trek ik me terug in hun werelden. Werelden met een duister randje, waarin ik me vertrouwd voel.

'Bij toeval kwam ik op de website van een druïdenorde. Hun geloof is gebaseerd op de poëtische Keltische cultuur en hun polytheïsme vormt een fraai tegengif voor het Christendom. Voor dogmatiek in het algemeen overigens. Neem de hemel; een absurd concept, want er bestaat geen enkele ambitie. Het druïdengeloof is bovendien het enige geloof dat de natuur serieus neemt. De kern van onze existentie ligt in de roofbouw op de aarde, maar de mens is niet superieur aan bomen of dieren. Ik werd lid van een Engelse orde, volgde een cursus en mag me nu 'bard' noemen, een titel die het eerste opleidingsniveau van een druïde vertegenwoordigt.

'Wilde zei: 'A man should have an occupation of some kind'. Ik weet geen betere manier om mijn tijd op aarde te vullen. Verering is misschien puberaal, maar in ouderdom schuilt het gevaar van relativering en kalmte. Zodra je aan onstuimige verwondering inboet, is met je het gedaan.'

    • Manon Braat