“Hongarije móet vooruit'

Hongarije moet bij de verkiezingen zondag kiezen tussen nostalgie en modernisering, meent socioloog János Ladányi.

János Ladányi Hongarije moet bij de verkiezingen zondag kiezen tussen nostalgie en modernisering, meent socioloog János Ladányi.

In zijn appartement in Boedapest heeft János Ladányi net een verontrustend telefoontje gekregen. Zijn huis buiten de stad, aan de Donau, staat na dagenlange overstromingen nu onder water. Vervelend, maar het is een luxe-probleem, zegt Ladányi, socioloog en professor aan de Corvinus Universiteit in de Hongaarse hoofdstad.

Ladányi staat bekend als de nationale armoede-expert. Talloze publicaties heeft hij op zijn naam gebracht over de sociaal achtergestelde gemeenschap van Roma (zigeuners). En over de stille armoede op het Hongaarse platteland, waar de problemen sinds de val van het communisme in 1989 groot zijn. Kleine boeren gaan failliet, grote agrarische bedrijven kunnen nauwelijks de concurrentie aan met beter gesubsidieerde collega's in West-Europese EU-landen.

Maar in het zicht van de parlementsverkiezingen van aanstaande zondag heeft de rechtervleugel van de Hongaarse politiek “de nieuwe armoede' ontdekt. Ook de middenklasse verkommert, waarschuwt de conservatieve oppositiepartij Fidesz. De gemiddelde Hongaar is er na vier jaar slechter aan toe, luidt het verwijt dat Fidesz de huidige regering van socialisten en liberalen maakt.

Ladányi noemt het kiezersbedrog. “Fidesz wéét dat het niet waar is. Na de diepe crisis begin jaren negentig is er sinds 1995 sprake van economische groei. Veel mensen vóelen zich verliezers, omdat talrijke laag-geschoolde banen verloren gaan en de verzorgingsstaat op de helling gaat. Je bent dus meer op je zelf aangewezen. Dat is pijnlijk, maar het is de toekomst, wil Hongarije een volwaardige EU-staat worden. De weg van populisme en valse beloftes loopt dood.“

De leus van de oppositie is: “Forza (vooruit) Hongarije'.

“Dat heeft Fidesz-leider Viktor Orbán overgenomen van zijn vriend Berlusconi. Maar zijn programma is niet zozeer “forza', maar gaat eerder áchteruit. De slogans willen ons terugbrengen naar het verleden, naar de laatste decennia onder het communisme toen werkloosheid zogenaamd niet bestond en de staat verzorgend optrad. Veel Hongaren vinden die boodschap aantrekkelijk, omdat ze nooit hebben geleerd hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Voor hun baan, levensloop, of ziektekostenverzekering.“

Het begrotingstekort loopt op, de verzorgingsstaat is onbetaalbaar. Geen leuke boodschap.

“Nee, maar het is wel vijf-voor-twaalf. Het grote struikelblok is het kostbare openbaar bestuur, waar ruim 800.000 ambtenaren werken (20 procent van de werkende bevolking - TS). De distributie van geld is centraal geregeld. Dat betekent: voor een burgemeester van een kleine gemeente is het slechts van belang om een “goede' politieke klant te blijven van de afgevaardigde in Boedapest. Dat hij er vervolgens in zijn gemeente een financiële chaos van maakt, speelt geen rol. Wil je die geldverslindende situatie veranderen, dan moet je de mentaliteit van een heel volk veranderen.“

Wat is de toekomstige rol van de staat in Hongarije en in andere Oost-Europese EU-landen?

De verzorgingsstaat moet plaatsmaken voor een faciliterende staat, die borg staat voor een goede infrastructuur en een goed onderwijssysteem, en die zorgt voor de allerarmsten. Want daar ligt het échte probleem. Voor een miljoen Hongaren zit de deur op slot: ze leven in armoede, in gesegregeerde gemeenschappen, zonder hoop op een baan. Ze geven die situatie door aan hun kinderen. In sommige delen van Hongarije zie je al een derde generatie van kanslozen opgroeien. Dat is een volledig nieuw verschijnsel.“

Voor die groep lijkt de aandacht te verslappen, als het sociale beleid zich moet verharden.

“Niet verhárden, maar moderniseren. Het nieuwe sociale beleid moet een combinatie zijn van een streng begrotingsbeleid, uitbesteden van verantwoordelijkheid aan de burgers, en zorgdragen voor de onderkant van de samenleving. Op het laatste punt hebben de afgelopen acht jaar zowel de conservatieven als de socialisten gefaald.“

    • Tijn Sadée