'Hadden we maar wijkpolitie'

Franse parlementariërs kwamen kijken naar 'probleemwijken' in Rotterdam-Zuid.

Ze vonden onze slechte wijken heel aangenaam.

Moeder met zoontje in de Rotterdamse wijk Hillesluis Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

De leukste tip uit het Rotterdamse Oude Noorden is het inzetten van blonde agentes. Daarmee, zo vertelde stadsmarinier ofwel probleemoplosser Gerard Spierings gisteren aan een Franse delegatie, kon de politie makkelijk contact leggen met Marokkaanse jongens. 'Daar ontstond een soort dialectiek die goed werkte. Het leverde ons veel informatie op.' Interessant, vond senator Pierre André. Die aanbeveling komt in het eindrapport.

Een Franse delegatie bezocht gisteren Rotterdam. Na de rellen in de voorsteden van Parijs, vorig najaar, is een senaatscommissie ingesteld die moet adviseren over grootstedelijke problemen als jeugdwerkloosheid, criminaliteit en verpaupering door slechte huisvesting. De commissie, bestaande uit senatoren, maakt een rondgang langs Europese steden. Voor Nederland adviseerde ambassadeur Jean-Michel Gaussot om naar Rotterdam te komen. Hier is immers de afgelopen jaren veel gedaan om problemen aan te pakken. En, zo verklaart de ambassadeur, het is dichterbij Parijs dan Amsterdam.

Slechts twee senatoren bevat de delegatie, die ook sprak met Kamerleden en minister Pechtold. Drie collega's zegden af wegens een belangrijke stemming in de Senaat over een woningwet. Dat er toch nog een flink gezelschap door Zuid wandelt, komt door de aanwezigheid van ambtenaren, journalisten en diplomaten. En van de tolk die alles razendsnel vertaalt.

Lopend langs de allochtone middenstand van deelgemeente Feijenoord, onder een stralende lentezon, zijn de Fransen vooral verbaasd. Dus dit noemen wij een probleemwijk? Zijn we ooit in de voorsteden van Parijs geweest? Senator André krijgt in mediterrane straten als Dordtselaan en Putsebocht het gevoel van 'een wandeling langs een boulevard aan zee'. Als jochie ging hij overigens al op vakantie naar Noordwijk aan Zee.

Ambassadeur Gaussot vindt de sfeer uitgesproken vriendelijk. Hij constateert dat de bewoners geen spoortje agressie vertonen jegens het gezelschap dat door de wijk wandelt. 'In een Franse probleemwijk kun je als buitenstaander niet zomaar rondlopen.'

Trots toont John den Broeder, beleidsmedewerker van de deelgemeente Feijenoord, een metalen deur waarmee een pand is afgesloten. 'Die deur is van mij.' In het pand, pal naast de toegang tot een speeltuin, zaten Somaliërs de hele dag qat te eten. Den Broeder: 'Qat is geen verboden drug, maar ze worden er seksueel opgewonden van, dus werden meisjes lastiggevallen. Het gaf ook veel troep op straat, en die mannen verwaarloosden hun vrouwen. Genoeg redenen om deze woning te sluiten.' Als men een illegaal pension, een wietplantage of ernstige materiële verwaarlozing vermoedt, dringt het 'interventieteam' van Den Broeder een pand binnen.

Ongewenste bewoners worden ook geweerd van Plein 1953 in Pendrecht, aan de zuidrand van de stad. Paul Lohmann, directeur van de Wijk Ontwikkelings Maatschappij en net zo'n mannetjesputter als Den Broeder, loodst de gasten in noodtempo over het kale winkelplein. De komende jaren ondergaat het plein een metamorfose, vertelt hij. Minder winkels, meer andere functies als ouderenzorg. Coffeeshops worden door de ontwikkelingsmaatschappij opgekocht. Lohmann toont een leegstaand pand: 'Hier werd beneden koud vlees verkocht en boven warm vlees, als u begrijpt wat ik bedoel.'

Senator André ziet vooral verschillen tussen de Franse en Nederlandse situatie. 'Het probleem lijkt gelijk: hoge werkloosheid onder allochtonen en jongeren. Maar jullie zijn in het voordeel: de infrastructuur is onvergelijkbaar. Wij hebben flats met twintig verdiepingen, hier is niets hoger dan vier etages. Er is veel groen en ruimte. Deze wijken ademen.'

Een ander cruciaal verschil is de omgang tussen jongeren en politie. 'In Frankrijk staat de politie voor repressie of voor de staat. We kennen geen wijkpolitie, zoals jullie. Er is geen enkele band tussen de autoriteiten en de bewoners. Mede daarom ging het mis in de voorsteden.'

    • Mark Duursma