Globalisering à la carte

Het zijn wonderlijke beelden vanuit Parijs. Hippe scholieren en studenten die nu al wekenlang actie voeren tegen een minieme versoepeling van het ontslagrecht. Ze zijn van het type dat na zijn studie beslist eerst getooid met een rugzak de wijde wereld in wil trekken. Maar kennelijk alleen in de zekerheid dat bij thuiskomst een baan voor het leven wacht. Avontuur zonder risico. Globalisering à la carte.

De demonstranten voelen haarfijn aan dat ze op het punt staan hun geprivilegieerde positie te verliezen. Alan Blinder, hoogleraar economie aan Princeton University, heeft voor de Verenigde Staten berekend dat 42 tot 56 miljoen banen vatbaar zijn voor offshoring; dat is pakweg eenderde van de huidige voorraad aan banen.

Welke banen lopen het meeste risico om naar landen als China en India te worden verplaatst? Voorheen, dat wil zeggen vóór de digitale revolutie, waren verhandelbare goederen grofweg al die dingen die je in een doos kunt stoppen, zoals bh's, schoenen, elektronica en auto's. Voor de gewone fabrieksarbeider behoorde concurrentie vanuit lagelonenlanden altijd al tot het beroepsrisico.

Hoogopgeleiden waanden zich tot voor kort onaantastbaar. Zij plukten alleen de vruchten van internationale handel doordat auto's en bh's goedkoper werden.

De opkomst van internet en e-mail heeft daar nu definitief een einde aan gemaakt. Behalve alles wat in een doos past, zijn nu ook diensten die gemakkelijk elektronisch leverbaar zijn, gevoelig voor offshoring.

Volgens Alan Blinder zijn alleen die banen veilig waarvoor persoonlijk contact noodzakelijk of zeer wenselijk is. Taxichauffeurs, kappers en schoonmakers hoeven zich geen zorgen te maken, evenmin als onderwijzers, verpleegkundigen en echtscheidingsadvocaten. Maar van zijn eigen baan als hoogleraar was Blinder al een stuk minder zeker.

De positie van westerse radiologen, accountants, it-specialisten en andere hoogopgeleiden zal de komende jaren onzekerder worden. In Azië liggen de salarissen veel lager en de aanstormende

Aziaten grijpen gretig hun kansen. Het is een beetje jammer dat Nederlanders juist nu hun werklust lijken te hebben verloren.

Als de overheid gerund zou worden als een onderneming, zou de Belastingdienst waarschijnlijk al naar India zijn verplaatst. Slechts een handvol belastinginspecteurs zou in Nederland nodig zijn voor controles ter plaatse. Ambtenaren lijken niettemin veilig, niet uit economische of technologische overwegingen maar om politieke redenen.

Het is geen toeval dat driekwart van de Franse jongeren zegt later ambtenaar te willen worden. Als je de criteria van Blinder toepast op Nederland, dan komen pakweg tweeëneenhalf miljoen van de ruim zes miljoen banen die Nederland nu telt in aanmerking voor offshoring.

Hoewel daarmee niet is gezegd dat ook al die banen daadwerkelijk naar het buitenland zullen verdwijnen, is er eigenlijk geen reden te bedenken waarom Nederlandse werknemers zich daarover geen zorgen zouden maken.

Anders dan staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken) vorig jaar de Tweede Kamer nog voorhield, is het wel degelijk mogelijk dat de globalisering behalve winnaars (China en India) op macro-economisch niveau ook verliezers kent (Europa en de Verenigde Staten). Dat zal namelijk het geval zijn als de Aziaten erin slagen de innovatiekloof met het westen te overbruggen.

Door de gigantisch omvangrijke bevolking in China en India (respectievelijk 1,3 en 1,1 miljard inwoners) zal die kloof sneller worden gedicht dan velen nu nog voor mogelijk houden. Tegenover elke Nederlandse student computerengineering staan er alleen in India al meer dan honderd.

Microsoft kan zijn vacatures in de Verenigde Staten alleen nog maar vullen door in India personeel te gaan werven. Dat bijna de helft van de Indiërs niet kan lezen en schrijven doet daar niet aan af.

Wie denkt dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen, moet zich nog maar eens achter de oren krabben. Hoelang is het nou helemaal geleden dat e-mail en internet hun intrede deden op de Nederlandse werkplek? Minder dan tien jaar! Inmiddels is voor veel professionals een leven zonder blackberry nauwelijks denkbaar.

De Franse protesten tegen liberalisering van de arbeidsmarkt zullen de globalisering niet stoppen. Ook het protectionisme dat sinds kort als een zevenkoppige draak op het toneel verschijnt in Europa en de Verenigde Staten, biedt geen soelaas. Het opleggen van strafheffingen is bij fysieke goederen, zoals schoenen uit China, al niet gemakkelijk, maar bij elektronisch leverbare diensten bijna onbegonnen werk.

Bovendien zal een verder toenemend protectionisme zijn uitwerking niet missen op de internationale politieke verhoudingen, en daardoor mogelijk de internationale vrede en veiligheid in gevaar brengen. Als wij China economisch isoleren, zal het land dan gemene zaken doen met schurkenstaten als Iran en Syrië?

Hét toverwoord om China en India het hoofd te kunnen bieden is innovatie. In de woorden van oud-SER-voorzitter Herman Wijffels zal Nederland “creatiever, slimmer moeten zijn dan de anderen“.

De vraag is of de Nederlandse tevredenheid (de zevende plaats in de “World Database of Happiness' maar liefst!) de beste voedingsbodem vormt voor creativiteit. De wanhoop en woede van de Franse scholieren en studenten zijn in dat opzicht waarschijnlijk een stuk vruchtbaarder.

De Amerikanen hebben zo hun eigen drijfveren om de globalisering met vertrouwen tegemoet te zien. Het ongebreidelde optimisme waaruit de Verenigde Staten is opgetrokken, is immers ook de motor van de Amerikaanse innovatiekracht.

Hoewel weinigen in Europa naar de Amerikaanse president zullen kijken voor inspiratie, zegt hij af en toe toch echt iets moois, zoals onlangs tijdens een Republikeinse campagnebijeenkomst. “Wij zijn niet bang voor de toekomst“, hield Bush de aanwezigen voor. “We verwelkomen haar.“

Heleen Mees is jurist, econoom en publicist, en woont in de Verenigde Staten.

    • Heleen Mees