Gewetenloos op een wereldreis

Tommy Wieringa schrijftin zijn nieuwste boekweer over een reis.

Maar nu is het resultaat onbevredigend.

Tommy Wieringa heeft iets met beweging. Of juist met stilstand. Zo wist hij een wervelende roman te schrijven, Joe Speedboot, over een jongen die aan zijn rolstoel gekluisterd was.

Je zou Joe Speedboot een reisboek kunnen noemen, zoals alle vier de romans van Wieringa eigenlijk reisboeken zijn. Dat bewegen voor Wieringa een doel op zich is, blijkt ook uit de 'echte' reisverhalen die hij nu bundelde onder de titel Ik was nooit in Isfahaan. Wieringa vertelt daarin over zijn 'roes van Wanderlust en onvindbaarheid'. Het gaat Wieringa meer om het verdwenen zijn dan om waar hij beland is. Je zult bij hem ook geen toeristische wetenswaardigheden aantreffen, en politieke reflecties al evenmin. Als de schrijver al last heeft van zijn geweten als hij door hongerend Afrika trekt, vindt hij blijkbaar dat hij de lezer daar niet mee lastig moet vallen. Liever dan over de armoede schrijft hij over de mooie, maffe of eenzame mensen die hij ontmoet - soms zo bijzonder dat ze later als personages in zijn romans terug zouden komen. Alleen bij de massagraven in Cambodja krijgt zijn verhaal een serieuze teneur. Elders kiest hij liever voor het absurde om iets aan de kaak te stellen, zoals in het Marquez-achtige verhaal Wie was Adilson Massimo waarin een man zich dood eet onder het toeziend oog van een paar soldaten bij een grenspost, die uniformen dragen 'in dezelfde kleur als het oerwoud, vermoeid, moorddadig groen'.

Dergelijke goedgekozen adjectieven kenmerkten Wieringa's stijl ook al in Joe Speedboot. In dit nieuwe boek stuit Wieringa op een truck vol 'romige' Hollanders, ergens anders voelt hij zich 'droefgeil'. Ook de gedistantieerde, laconieke verteltrant zullen fans herkennen uit Wieringa's laatste roman. Hij schrijft zo stoer als James Bond praat: 'Ik negeerde de storm. Hij mij niet.'

Drie soorten teksten staan in deze bundel: fictieve verhalen die op reizen zijn gebaseerd, gewone reisverslagen en ten slotte 'Ansichten', een soort columns. Vooral in de laatste twee afdelingen onderbreekt de schrijver zichzelf nogal eens om tereflecteren op het reizen zelf. Een treinreis van Moskou naar Peking, bijvoorbeeld, dat een afstand aflegt die ongeveer een kwart van de omtrek van de aarde beslaat, blijkt onbevredigend, want te gerieflijk en te snel: 'De wereld moet langzaam en op de tast veroverd worden. De homo sapiens is gebaat bij tegenstand.' Na die regels is niet alleen duidelijk waarom Wieringa steeds weer op reis gaat, maar ook waarom hij het zijn personages zo moeilijk maakt.

Tommy Wieringa: Ik was nooit in Isfahaan. De Bezige Bij, 207 pagina's, 17,90.

Rectificatie / Gerectificeerd

De recensie Gewetenloos op een wereldreis (7 april, pagina 25) over het boek Ik was nooit in Isfahaan van Tommy Wieringa heeft een verkeerde, want negatieve intro. De recensente prees juist de originaliteit en de nuchterheid van Wieringa's reisverhalen. Ook de vlag en de kop gaven de teneur van het stuk niet weer.