EU-Hof verbiedt afkoop wettelijk vakantieminimum

Rotterdam. Werknemers in de Europese Unie die in een bepaald jaar hun wettelijk minimum aan vakantiedagen niet (volledig) opnemen, mogen die dagen niet verkopen. Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg gisteren bepaald in een zaak die aanhangig was gemaakt door de Nederlandse vakcentrale FNV. Het arrest betekent een overwinning voor de vakcentrale.

Werknemers hebben recht op een minimum aantal vakantiedagen. Dat minimum ligt wettelijk vast en bedraagt in Nederland twintig dagen bij een volledige baan. Daarnaast zijn in veel arbeidsovereenkomsten extra vakantiedagen opgenomen, bovenop het wettelijk minimum. Volgens het ministerie komen alle opgespaarde vakantiedagen uit voorgaande jaren, wettelijke en bovenwettelijke, in beginsel in aanmerking voor afkoop. De FNV betwistte dat en stapte naar de rechter, die de kwestie voorlegde aan het Hof van Justitie in Luxemburg, de hoogste rechterlijke instantie in Europa.

Het Hof onderstreept in zijn arrest het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon en het belang van bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers. Daarom is volgens het Hof afkoop van vakantiedagen die tot het wettelijk minimum behoren, in strijd met de Europese wet. Verkoop van bovenwettelijke vakantiedagen mag wel.