Een roze vlekje met DNA-spoor

In de Deventer moordzaak gaf DNA-bewijs de doorslag.

Toch staat de zaak te boek als mogelijke gerechtelijke dwaling. Advocaat Geert-Jan Knoops over het bewijs en de gemaakte fouten.

Op 26 januari 2004 haalt de rechter van het hof van Den Bosch de blouse tevoorschijn van de vermoorde weduwe uit Deventer. In roze vlekken op die blouse hebben onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kort tevoren DNA-materiaal gevonden van de voor de moord veroordeelde Ernest Louwes. 'Ik zal het nooit vergeten', zegt advocaat Geert-Jan Knoops in zijn Amsterdamse kantoor. 'De president zei: 'Het hof stelt vast dat de roze vlekken met het blote oog waarneembaar zijn.' Als dat zo is, is het een raadsel dat er nooit eerder melding van is gemaakt.'

Knoops gaat de Hoge Raad verzoeken de zaak van de in 1999 vermoorde weduwe te heropenen. Een Britse second opinion over het DNA-bewijs toont volgens hem aan dat fiscaal jurist Louwes, die een straf van twaalf jaar uitzit, niet had mogen worden veroordeeld. Een groep vrijwilligers onder aanvoering van Maurice de Hond vond dat al langer. Het OM doet een nieuw 'oriënterend vooronderzoek' naar de zaak. De uitslag, oorspronkelijk gepland voor eind maart, laat nog op zich wachten.

Geert-Jan Knoops en zijn kantoorgenoten zijn gespecialiseerd in herzieningen van strafzaken. Knoops was advocaat van de twee van Putten, die een straf van tien jaar uitzaten voor moord, maar bij de herziening in 2002 werden vrijgesproken. Hij deed ook de dramatische eerste herziening van de Deventer moordzaak. Tijdens het nieuwe proces vonden NFI-onderzoekers vijf sporen met celmateriaal van Louwes op de blouse en ook nog een bloedvlekje, op de achterkant van de kraag.

Volgens Knoops is het DNA-bewijs minder sterk dan het lijkt. De zaak speelde al sinds 1999, maar pas op 8 december 2003 bleek dat het NFI één DNA-spoor van Louwes had gevonden. Bij de volgende zitting op 26 januari 2004 had het NFI er nog vier gevonden, plus het bloedvlekje. 'Bizar', vindt Knoops de periode tussen de eerste en de latere vondsten.

'Het NFI zei dat het lag aan de tijdsdruk. Maar je kunt je toch nauwelijks voorstellen dat ze een met het blote oog zichtbaar bloedvlekje over het hoofd hebben gezien.' En waarom waren de sporen niet eerder ontdekt? Zijn ze misschien pas lang na de moord op de blouse terechtgekomen, bijvoorbeeld via andere in beslag genomen voorwerpen? Vast staat dat de blouse pas eind 2003 volgens de voorschriften werd verzegeld.

De NFI-onderzoekers nemen aan dat de roze vlekken waarin Louwes' DNA is aangetroffen, afkomstig zijn van make-up. Ze veronderstellen dat die tijdens de moord (wurging en messteken) is uitgesmeerd over de blouse. Knoops: 'Maar de biologisch-chemische afdeling van het NFI heeft gezegd dat niet is vast te stellen of het werkelijk make-up is. Is de hypothese dat de sporen daar gekomen zijn door gebruik van geweld dan niet even waarschijnlijk als de hypothese dat het gewoon contactsporen zijn?' Louwes bezocht de weduwe 's ochtends op de dag van de moord en zal haar zeker een hand hebben gegeven. Daarmee kan ze later over haar blouse hebben geveegd.

Onderzoeker Eikelenboom van het NFI zei voor het hof van Den Bosch dat het waarschijnlijker was dat de sporen waren achtergelaten bij gebruik van geweld. Als argument noemde hij een spoor waarin het DNA van Louwes sterker aanwezig was dan dat van de weduwe - dat zou bij normaal zakelijk contact nooit ontstaan kunnen zijn. Ook de uiteenlopende plaatsen op de blouse waar het DNA van Louwes werd aangetroffen (rechterschouder, achterkant kraag, achterzijde revers, rechtervoorpand), waren niet te rijmen met zakelijk contact, vond hij.

Het hof van Den Bosch achtte dit overtuigend. Knoops vindt dat het hof zich daarmee aan de deskundige heeft overgeleverd. Louwes, vindt hij, is veroordeeld op basis van een theorie van het NFI die misschien helemaal niet door andere wetenschappers wordt gedeeld.

Vandaar dat Knoops een second opinion afdwong. De Forensic Science Service in Birmingham kreeg niet de blouse zelf, wel twee rapporten van het NFI, de verklaring van Eikelenboom, een cd-rom met foto's van de blouse en de piekprofielen van de DNA-sporen. Volgens Knoops stellen de FSS-onderzoekers in hun rapport dat aan de DNA-sporen niet kan worden afgelezen of ze door geweld dan wel zakelijk contact op de blouse zijn gekomen. Het bloedvlekje van Louwes is volgens de onderzoekers 'very significant', maar ook daarvan kan niet worden vastgesteld sinds wanneer het op de blouse zit.

Door na de heropening van de zaak met het nieuwe DNA-bewijs te komen, kreeg het OM volgens Knoops de kans eerdere fouten te herstellen. 'In feite kreeg het OM weer een hoger beroep, wat in het Nederlandse strafprocesrecht niet kan.'

Bij de Deventer moordzaak zijn de grootste fouten volgens Knoops gemaakt in het begin. De politie liet na telefoongegevens op te vragen die hadden kunnen aantonen dat Louwes op de avond van de moord niet in de buurt van Deventer was. Het NFI liet na het tijdstip van overlijden vast te stellen, terwijl het OM dat tijdstip centraal stelt in zijn zaak tegen Louwes. Het vest dat de weduwe tijdens de moord droeg, raakte zoek. 'Die fouten zijn onherstelbaar gebleken', zegt Knoops. 'Er is een grote kans dat de waarheid nooit meer boven tafel komt, tenzij de werkelijke dader bekent. Je ziet het bij de twee van Putten - sommigen geloven nog steeds dat zij de schuldigen zijn. Dat zal Louwes ook blijven achtervolgen.'

    • Joke Mat