De kunst van het toerisme

Amsterdam heeft drie wereldberoemde musea waarvan er twee al een paar jaar in verregaande staat van verbouwing zijn. Het Rijksmuseum blijft geopend. Je moet door een andere ingang, maar dat kan de Amerikanen, de Japanners en de Fransen niets schelen. Ze staan geduldig in de rij, want ze willen de Nachtwacht zien. Misschien gaan ze daarna nog naar het Rembrandtplein, waar het beeld van de schilder staat, en de Nachtwacht in drie dimensies, gemaakt door twee Russische kunstenaars. Als er één kunstwerk in deze tijd succes heeft, dan is het deze Russische Nachtwacht. Altijd drommen toeristen. Ze gaan tussen Frans Banning Cocq en zijn companen staan, nemen een komische of plechtige houding aan en laten zich fotograferen.

Geschilderde meesterwerken, toegankelijk gemaakt in drie dimensies. Het is een geniaal idee; een raadsel dat pas vier eeuwen later iemand erop gekomen is. Vincent van Goghs Aardappeleters zou ook een mooie beeldengroep zijn, of een Sabijnse maagdenroof, die van Delacroix bijvoorbeeld. Het komt tegemoet aan de denkbeelden die mevrouw Medy van der Laan, staatssecretaris van Cultuur, over de vernieuwing van het museum koestert. Naar aanleiding van haar nota Bewaren om teweeg te brengen werd ze eind vorig jaar door deze krant geinterviewd. “Het gros van de musea is te voorspelbaar. De bezoeker krijgt te vaak wat hij verwacht: schilderijen aan de muur, spullen in de vitrine, bordje erbij. Ze verrassen niet“, zei ze. Door het beroemde schilderij tot een voorstelling in drie dimensies te verwerken, maak je het interactief, zonder tot de vruchteloosheid van het virtuele te vervallen. Dat leert de ervaring van het Rembrandtplein. Het kind in de mens wordt aangesproken en het geeft gretig antwoord. Er wordt metterdaad iets teweeg gebracht. Dat - ik ben het met de staatssecretaris eens - is een van de bedoelingen van alle kunst. Geef een paar beeldhouwers een opdracht.

Van de drie beroemde Amsterdamse musea op één vierkante kilometer is het Van Gogh onbelemmerd helemaal open, het Rijks min of meer, en het Stedelijk dicht, maar dat heeft sinds een paar jaar een noodonderkomen bij het Centraal Station. Wel beperkt, maar efficiënt, en de wandeling over een speciaal plankier, tussen spoorlijn en haven waarin een houten koopvaarder uit de Gouden Eeuw, dat geheel is ook niet te versmaden. Het oorspronkelijk gebouw aan de Paulus Potterstraat ligt er nog altijd bij als een grafmonument. Wanneer gaat daar eens iets verrassends gebeuren?

Het Museum of Modern Art in Manhattan is ook een paar jaar dicht geweest, heeft toen vervangende ruimte in Queens gekregen, ook met een mooie route erheen, met de subway die al gauw boven de grond komt. En dan kreeg je een wijd uitzicht over een terrain vague, een stadsrafelrand, zo roestig, zo chaotisch als ze alleen in Amerika bestaan. Vorig jaar is het nieuwe MoMa op de oude plaats geopend. Daarover heb ik al eens een stukje geschreven, vooral over mijn blijdschap toen ik in de totaal vernieuwde beeldentuin de oude Geit van Picasso ontdekte. En verder ging het over de gigantische afmetingen.

Nu is er een grote tentoonstelling van Edvard Munch, The Modern Life of the Soul. Ik was er al vroeg, vijf minuten voor het museum open ging, moest aansluiten in de rij die ik op een halve kilometer schatte en die volgens Amerikaanse gewoonte in korte parallellen was georganiseerd. In dit geval op een soort parkeerterreintje, onoverdekt. De lucht betrok, het begon licht te sneeuwen maar daardoor liet het kunstminnend publiek zich niet afschrikken. Aan de rij kassa's wordt snel gewerkt. In minder dan geen tijd was ik binnen, droeg zestien dollar af en mocht naar Munch.

Alle schilderijen hangen aan de muur, zoals het in een museum hoort. Het was stampvol, maar de zalen zijn zo groot, en er is zoveel te zien, dat je toch niet hoeft te dringen. Het geheel geeft een prachtig beeld van zijn sombere leven. En wat ik niet wist, hij heeft diverse voorstudies van De schreeuw gemaakt, het schilderij dat al wereldberoemd was voor het werd gestolen. Dit zijn twee litho's. Een daarvan heeft een onderschrift. “Ich fühlte das grosse Geschrei durch die Natur.' Gemaakt in 1895.

Er zijn niet veel schilderijen die zo dringend uitnodigen tot een interpretatie als De schreeuw. De toelichting van de kunstenaar brengt de oplossing van het raadsel niet dichterbij. Angst? Wanhoop? Ontdekking van vergeefsheid? Zijn toelichting op “het moderne leven' - hoewel hij in 1944 is gestorven? Stel je eens voor dat je plotseling voor dit schilderij in drie dimensies stond. Zou daarmee de opheldering gegeven zijn? Ik denk het niet, maar je zou er in ieder geval naast kunnen gaan staan en een foto van je laten nemen. Dan ben je de enige niet en dat is weer goed voor het toerisme.

    • H.J.A. Hofland