De geschilderde glans van flitslicht

Eberhard Havekost analyseert in zijn schilderijen de onverschilligheid, de vervlakking en de leegte van de digitale blik.

schilderij ‘Sport Hell’ van Eberhard Havekost

Wat je ook mag vinden van de schilderijen van Eberhard Havekost, vast staat dat ze een blik op de werkelijkheid tonen die van nu is. Een onverschillige blik, verzadigd van de media en van een grenzeloze hoeveelheid digitale reproducties, een blik zonder interesse in de materiële wereld, zonder gevoel voor de uniekheid van mensen, dingen of situaties, zonder gevoel voor vergankelijkheid. Havekost maakt, zonder dramatiek, het verlies aan aanwezigheid zichtbaar, het verlies aan bewustzijn van het er zijn op dit moment op deze plek.

Sport Dunkel (2002) en Sport Hell (2003) zijn twee identieke schilderijen (190 x 140 cm). Ze tonen een skiër geflankeerd door twee snowboarders, alledrie op de rug gezien, tegen een decor van besneeuwde rotspunten. Met dit verschil dat Sport Dunkel het negatief is van Sport Hell. Sport Dunkel is geschilderd in overwegend bruine tonen, de figuren steken licht af tegen het transparante geelbruin van de lucht. Bij Sport Hell is het andersom: dat wat in het bruine schilderij het donkerst is (de sneeuwvlakte) is in het lichte schilderij verblindend blauwwit. Het tafereel is geschilderd naar een snapshot, en heeft ook het vervreemdende van een snapshot. De skiër buigt zich voorover, hij doet iets onduidelijks, zijn hoofd is onzichtbaar en zijn ene voet is aan de onderrand afgesneden. Een onlogisch, willekeurig beeld. De snapshot is met precisie, op een onpersoonlijke, gedistantieerde manier nageschilderd, en dat twee keer. Wat een nutteloze bezigheid, deze schilderijen zijn totaal nietsig van inhoud. Maar in die nietsigheid zijn ze zó overtuigend dat ze de aandacht vasthouden.

Het Stedelijk Museum toont een overzicht van het werk van Havekost van 1998-2005. Eerder was dit te zien in het Kunstmuseum van Wolfsburg. Gijs van Tuyl was daar directeur voordat hij naar het Stedelijk kwam.

Havekost (Dresden, 1967) schildert zijn doeken naar digitale foto's, door hemzelf gemaakt en in de computer gemanipuleerd. Hij verandert in de computer kleurenschema's, rekt het beeld uit of drukt het samen, verkleint of vergroot het, zoomt in op details. Wanneer het beeld dat hij op zijn scherm heeft hem bevalt, schildert hij het na. Zo portretteerde hij hetzelfde meisje de ene keer met een eihoofd, de andere keer met een hoofd zo rond als een appel. De onderwerpen zijn veelal dingen en plekken waar je normaal gesproken overheen kijkt, of die je alleen terloops opmerkt. Bijvoorbeeld een vervallen garage, een gootsteenkastje, een autowrak, de façade van een flatgebouw van onderaf bezien.

Havekost maakt met schilders als Thomas Scheibitz, Frank Nitsche, Sophie Schama en Thoralf Knobloch deel uit van de “Dresdener Schule', die momenteel internationaal een hit is. Deze kunstenaars zaten op de Hochschule für Bildende Kunste, waar zij een gedegen opleiding kregen. Zij delen een koele, analytische opvatting van de schilderkunst. In hun werk speelt het bewustzijn van de digitale media een belangrijke rol.

Aartsvijand

De fotografie is de aartsvijand van de schilderkunst. Ze dwingt de schilderkunst keer op keer tot een nieuwe positiebepaling. De schilder moet steeds weer demonstreren dat een schilderij iets wezenlijk anders is dan een foto. Aanvankelijk gold de foto als een directere en objectievere weergave van de werkelijkheid dan het schilderij. Tegen de “echtheid' van de foto kon het schilderij niet op. De schilders keerden zich daarna van de zichtbare wereld af en schiepen met de abstracte kunst een eigen, autonome werkelijkheid.

Inmiddels is de verhouding tussen fotografie en schilderkunst ingrijpend veranderd. De fotografie kan de schijn van objectiviteit onmogelijk nog langer ophouden. Fotografisch materiaal wordt in de computer dusdanig gemanipuleerd dat de fotografische afbeelding even fictief is als de afbeelding op een schilderij. Fotografie is meer en meer op schilderkunst gaan lijken. Het is dan ook geen toeval dat de fotografie in de afgelopen jaren de status van “kunst' gekregen heeft.

De rollen zijn nu omgekeerd. Want wat is de reactie van hedendaagse schilders als Havekost? Zij claimen dat het schilderij een méér waarheidsgetrouwe weergave is van onze perceptie van de werkelijkheid dan de foto. Natuurlijk is niemand zo naïef om het nog over objectiviteit te hebben. Het schilderij is even weinig objectief als de foto. Maar, zeggen de schilders, het drukt onze kijk op de wereld beter uit dan de foto. Zij zetten de schilderkunst in om de vervalste kijk op de wereld van de digitale media te ontmaskeren. In de negentiende eeuw verweet de fotografie de schilderkunst dat zij te subjectief, te willekeurig, was, en nu is het de beurt aan de schilderkunst om de fotografie hetzelfde te verwijten.

“Ik wil de filters ontdekken die onze waarneming bepalen, zodat we kunnen zien dat we onze visuele indrukken verwarren met de werkelijkheid zelf. Het doel van mijn schilderijen is om die filters te ontcijferen“, aldus Havekost in een interview. Daarom toont hij op zijn schilderijen die vervreemdende, fotografische blik. Zoals van zijn driejarig dochtertje dat hij van bovenaf fotografeerde/schilderde. Ze leunt met haar handen tegen zijn onderbenen en kijkt omhoog, het gezicht wit van de felle flits en met een reusachtig hoofd dat het zicht op het lichaampje beneemt.

Groen park

Een van de beste werken op de tentoonstelling is Augen (2003). Vier camera's staan op statieven op een rij in een groen park. Het park is moeilijk te zien omdat het vervaagd is door de geringe scherptediepte van het beeld. Het schilderij is langgerekt, de camera's zijn vervormd en platgedrukt. Ze kijken met donkere glanzende ogen het beeld uit en zijn menselijker dan alle personen die Havekost heeft geschilderd. Havekost zegt dat zijn schilderijen “documentaire beelden“ zijn, die “een optisch onderzoek zijn in plaats van dat ze de werkelijkheid zelf beschrijven“. Augen is hiervan een hele goede illustratie.

Prachtig is de achttiendelige serie Privat I (2001), een wandvullende assemblage van close-ups van de huiselijke omgeving. Het zijn de nietszeggende details waar het dagelijks leven voor een belangrijk deel uit bestaat: een dweil over een emmer, een close-up in beweging van Havekosts vriendin, een keukenkastje met de reflectie van het flitslicht van de camera. Vooral dat laatste is heel goed, de geschilderde glans van het flitslicht. De digitale camera registreert alles, je klikt maar door, het maakt niet uit hoeveel foto's je neemt, het neemt geen ruimte in beslag. Het is vooral de veelheid die de gemediatiseerde blik bepaalt, en waardoor alles banaal en gefragmenteerd wordt.

Havekost schildert in series omdat hij, zoals hij zegt, sceptisch is over de zeggingskracht van het “ene beeld'. Het hele gedoe met kwast en verf is in dit verband paradoxaal. Havekost gelooft niet in de kracht van het ene beeld, maar zet toch de vertraging van het schilderen in als wapen tegen de snelheid en veelheid van de ons omringende mediabeelden. Hij schildert met brede verfstreken die net niet te persoonlijk, te expressief worden, dankzij een opzettelijk gebrek aan aandacht voor de textuur.

Terwijl de digitale camera de werkelijkheid fragmenteert en vervlakt, verdubbelt hij dit effect nog eens door het fotografische beeld na te schilderen. Hij plaatst nóg een filter tussen ons en de wereld (zoals bij Augen ), om ons te confronteren met onze vluchtige blik. Wanneer we het schilderij van dichtbij bekijken valt het beeld, dat van een afstand nog samenhang heeft, uit elkaar in allemaal afzonderlijke delen en vlakken. Er is geen ruimte in deze schilderijen, ze zijn zo plat als een dubbeltje. Daardoor is het moeilijk om grip te krijgen op de afbeelding. Er is alleen de uiterlijke verschijning van willekeurige dingen die willekeurig zijn uitgesneden. Er is alleen maar oppervlakte.

Vaak wijzen critici op overeenkomsten tussen het werk van Havekost en dat van Gerhard Richter en Luc Tuymans. Ondanks de oppervlakkige overeenkomsten, bijvoorbeeld wat het toepassen van de fotografie betreft, is er echter een levensgroot verschil: de onderhuidse dreiging in het werk van deze schilders, het gevoel voor geschiedenis, is hier volkomen afwezig. Om die reden komt hun werk, vergeleken met dat van Havekost, plotseling ouderwets over. Bij Havekost is gewoon niets, alleen onverschilligheid. Het klopt wat hij zegt, Havekost analyseert de vervlakking, de leegte van de digitale blik en maakt die zichtbaar. Maar daarmee slaagt hij er nog niet in om de band met de werkelijkheid te herstellen. Dat is ook onmogelijk. Havekost is met zijn aanpak immers zelf deel van het probleem.

Eberhard Havekost: schilderijen 1998 - 2005. In het Stedelijk Museum CS. Tot 29 mei.

    • Janneke Wesseling