Almelo-Zutphen en dan verder

Tommy Wieringa heeft iets met beweging. Of juist met stilstand. Zo wist hij een wervelende roman te schrijven, Joe Speedboot, over een jongen die aan zijn rolstoel gekluisterd was. In datzelfde boek liet hij iemand meedoen aan de woestijnrace Parijs-Dakar met een trage, loodzware shovel.

Tommy Wieringa Foto Maurice Boyer Foto Maurice Boyer Auteur ‘Joe Speedboat’ Wieringa brak door bij het grote publiek met Joe Speedboat in 2005. Dat boek werd genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs, de Gouden Uil en de Libris Literatuur Prijs. Daarvoor publiceerde hij in 2002 Alles over Tristan. Tommy Wieringa, schrijver Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 050314 Boyer, Maurice

Je zou Joe Speedboot een reisboek kunnen noemen, zoals alle vier de romans van Wieringa eigenlijk reisboeken zijn. Of ze zich nu afspelen in Noord-Afrika of in een Hollands rivierdorp: het gaat altijd over in beweging blijven, hoe langzaam dan ook. Dat bewegen voor Wieringa een doel op zichzelf is, blijkt ook uit de “echte' reisverhalen die hij nu bundelde onder de titel Ik was nooit in Isfahaan. Wieringa vertelt daarin over zijn “roes van Wanderlust en onvindbaarheid'. Die kwam voor het eerst over hem toen hij als weggelopen schooljongen op een talud in Emmen lag en een ongekende vrijheid voelde: “Ik was verdwenen, opgelost in de wijde wereld'.

Wanneer Emmen later Ethiopië wordt of Triëst, blijft het gevoel hetzelfde. Het gaat Wieringa meer om het verdwenen zijn dan om waar hij beland is. Je zal bij hem ook geen toeristische wetenswaardigheden aantreffen, en politieke reflecties al evenmin. Als de schrijver al last heeft van zijn geweten als hij door hongerend Afrika trekt, vindt hij blijkbaar dat hij de lezer daar niet mee lastig moet vallen. Liever dan over de armoede schrijft hij over de “rijkdom van de wereld'. Zoals over de mooie, maffe of eenzame mensen die hij ontmoet - soms zo bijzonder dat ze later als personages in zijn romans terug zouden komen. Alleen bij de massagraven in Cambodja krijgt zijn verhaal een serieuze teneur. Elders kiest hij liever voor het absurde om iets aan de kaak te stellen, zoals in het García Márquez-achtige verhaal “Wie was Adilson Massimo' waarin een man zich dood eet onder het toeziend oog van een paar soldaten bij een grenspost, die uniformen dragen “in dezelfde kleur als het oerwoud, vermoeid, moorddadig groen'.

Dergelijke goedgekozen adjectieven kenmerkten Wieringa's stijl ook al in Joe Speedboot. In dit nieuwe boek stuit Wieringa op een truck vol “romige' Hollanders, elders voelt hij zich “droefgeil'.

Ook de gedistantieerde, laconieke verteltrant zullen fans herkennen uit Wieringa's laatste roman. Hij schrijft zo stoer als James Bond praat: “Ik negeerde de storm. Hij mij niet'. En net als bij 007 overlappen Wieringa's avonturen regelmatig met avontuurtjes. Zoals waar hij een kamer deelt met een rank meisje in Afrika: “Ik heb er geen vermoeden van dat ze een prostituee is, tot ze me erop wijst dat ik een betalingsachterstand heb. Ik verlaat Gondar nog voor de ochtend'.

Drie soorten teksten staan er in deze bundel: fictieve verhalen die op reizen zijn gebaseerd, gewone reisverslagen en ten slotte “Ansichten', een soort columns. Vooral in de laatste twee afdelingen onderbreekt de schrijver zichzelf nogal eens om te reflecteren op het reizen zelf. Een treinreis van Moskou naar Peking bijvoorbeeld doet hem terugdenken aan het heen en weer sporen naar school in zijn kindertijd. Het beperkte traject tussen Almelo en Zutphen deed hem dromen over meer: “Ik verlangde naar ononderbroken beweging en een zekere bestemmingsloosheid'. Als die droom dan uitkomt en Wieringa per trein een afstand aflegt die ongeveer een kwart van de omtrek van de aarde beslaat, blijkt deze vorm van reizen onbevredigend, want te gerieflijk en te snel: “De wereld moet langzaam en op de tast veroverd worden. De homo sapiens is gebaat bij tegenstand. De hoeveelheid tegenstand die hij overwint bepaalt het genot dat hij uiteindelijk aan een gebeurtenis beleeft. Moeilijkheden geven zijn leven zin'. Na die regels is niet alleen duidelijk waarom Wieringa steeds weer op reis gaat, maar ook waarom hij het zijn personages zo moeilijk maakt.

Tommy Wieringa: Ik was nooit in Isfahaan. De Bezige Bij, 207 blz. euro 17,90

    • Yra van Dijk