Alles vraagt om nieuwe aandacht

Ruim twee jaar geleden verrasten drie Amsterdamse uitgevers hun vrienden met een gezamenlijk nieuwjaarsgeschenk. Het was een kleinood in oblong formaat, vol prikkelende tekeningen en verdraaide, verwaaide of anderszins vervormde teksten. Leestekenen was de titel, en zowel de teksten als de tekeningen waren van Joke van Leeuwen. Het boekje had een hoog cartoongehalte, maar een tweede aanblik dwong tot fronsen.

Dubbele boodschap is een kenmerk van alles wat Joke van Leeuwen maakt en doet. Al meer dan een kwart eeuw schrijft ze voor kinderen en volwassenen, tekent ze en treedt ze op als cabaretière. Bij al die activiteiten laat ze lezers, kijkers en toehoorders in haar, al dan niet gespeelde verwarring delen. In Leestekenen was een combinatie van talenten daarbij onmisbaar, maar ook in haar kinderboeken en dichtbundels kruist ze vaak woord en beeld. Zo ondersteunen in haar nieuwe bundel, Wuif de mussen uit, vier emblematische tekeningen een woordspelige “Ontpopping' van “rups' naar “mens'. Maar welke ontpopping? In de tekeningen voltrekt zich een andere metamorfose dan in de taal.

Dat Joke van Leeuwen een fascinatie voor taal heeft bleek overduidelijk in haar drievoudig bekroonde kinderboek Iep! uit 1996. In Waarom een buitenboordmotor eenzaam is droeg ze vorig jaar haar verrukking ook essayistisch over. Woorden en hoe die klinken, hoe ze gespeld worden en wat ze betekenen komen in dat boek ter sprake alsof de grammatica en syntaxis nog moesten worden uitgevonden. Ook dat is een kenmerk van het werk van Van Leeuwen: alles wat je dacht te kennen vraagt nieuwe aandacht als zij het onder woorden brengt.

In de dichtbundel Kind in Brussel (1999) beschreef ze hoe ze in haar jonge jaren met de woorden kennismaakte. Vreemde woorden vaak, maar hoeveel woorden ze ook opnam, het waren er nooit genoeg om in het Franstalige Brussel wat ze verlangde over de toonbank te krijgen. Meer nog dan haar vorige bundels, Laatste lezers (1994) en Vier manieren om op iemand te wachten (2001), toont Wuif de mussen uit nu dat het spanningsveld niet tot woorden beperkt is. Ook de dingen en mensen die haar omringden waren vreemd, en dus zelden wat ze leken. Maar kinderogen zijn scherp, zeker die van Joke van Leeuwen. Neem haar gedicht over de vrouw die overdag in het huishouden kwam helpen. “Hulp' heet het.

Vroeger kwam bij ons een vreemde vrouw

die jurken maakte van kapotte broeken

en soep van groente die was weggesmeten,

die lappen breide van verdwaalde draden

en overvloed van bodems los kon schrapen,

die planten overreedde tot gedijen

en koeken vulde met een hart van spijs.

En als het nacht was liep ze weer naar huis

en kroop in bed en wist niet hoe te slapen.

De slotregels geven de titel een tweede betekenislaag. Maar belangrijker dan die ambigue wending is de manier waarop het “anders kijken' in dit gedicht ook “anders' woorden krijgt.

Het verraderlijke aan Van Leeuwens poëzie is de schijnbare eenvoud van haar woordenschat en het gebruik daarvan. Ze hanteert doorgaans een quasi-kinderlijk idioom, maar het is onmiskenbaar een volwassene die aan het woord is - al is haar poëzie onvervreemdbaar luchtig. Geen metrische roffel voert hier de boventoon, maar lichtvoetigheid. Geen verhevenheid, maar vleugels. Geen diepzinnigheid, maar aardse verwondering. Wuif de mussen uit biedt daarvan zeker een twintigtal fraaie voorbeelden. Simpele voorbeelden, zoals de openingsregels van “Andermans hond'. “Ik ging niet wandelen met de hond,' stellen die als vanzelfsprekend, “de hond ging wandelen met mij.' In de volgende regels vertelt het huisdier wat je als uitgelaten hond moet doen en waar de grenzen liggen. Dat is direct herkenbaar. Maar wat herken je als lezer in een gedicht zoals “Daar'?

Hadden er lang naar gezocht, maar wat lag

het daar prachtig, precies op zijn plaats.

Overal groeisel, verschiet en bedoening.

Alles kon rijmen, ook als het niet.

Zaten daar gretig te willen ontvangen

aan lange ontsplinterde tafels waarop,

nog gesloten, schenkbaar te tillen getink.

Kregen te lezen wat eetbaar kon, drinkbaar kon,

alles beschreven. Keken soms over de regels heen,

zagen daar groeisel, verschiet en bedoening.

Iemand riep: Drinkt u maar, drink maar, ik

kom dalijk bij u! - terwijl hij verdween.

Dit gaat over een consumptieve uitspanning, maar door vervreemdende ogen beschreven. In de eerste coupletten lijkt het alsof de dichter ons een moderne variant van de “locus amoenus' wil voorschotelen, de liefelijke plek waar de natuur de rust en zoete min haar kansen biedt. Maar net zoals in “Hulp' geeft het laatste couplet een onverhoedse wending aan het beeld dat de lezer voor ogen kreeg. De herberg toont het ware gezicht en blijkt spookhuis.

Een procédé dat Van Leeuwen graag toepast is dat van herhaalde herhaling. “Geduld van eeuwen,' schrijft ze in “Kameel in de stad', “van wie eens geboren uit / wie eens geboren uit wie eens geboren uit / wie door het zand moest van zijn dagen.' Vaak ook is er schijnbare herhaling, soms met het raffinement van een aftelvers. Dat gebeurt bij voorbeeld in “Schouw'. Bijna jouwend opent dat met: “Die kijken nooit alleen. / Die hebben massa's ogen. / Die hebben meutes benen.' Dan volgen drie beschrijvende regels, waarna definitief wordt afgerekend: “Die kijken naar wie kijken / hoe zij kijken naar wie lijken / op niemand iedereen. // En blijven altijd kijken. / En lijken nooit alleen.'

Veel gedichten in Wuif de mussen uit lijken vooral een oefening in stoeien met woorden en beelden. Dat maakt deze poëzie ook zo aantrekkelijk. Zelfs wie niet van gymnastiek houdt, stort zich zonder weifelen in het apekooien. Maar zoals in elk afzonderlijk gedicht, kan ook de sfeer van de bundel per pagina veranderen. Dan stuit je als lezer ineens op zo'n bezonken vers als “Blijven'. De eerste drie woorden verwarren al. “Iemand, oud nog' Niet “oud al' of eenvoudigweg “oud', maar “oud nog'. En per couplet nemen de vraagtekens toe. Tot het ontroerende beeld van die vermoede handen van linde en eik, onder hun gezamenlijke schors. Dit is de poëzie waar al dat woordgestoei naar toeschreef. En ook hier is tintelende creativiteit het vliegwiel.

Joke van Leeuwen: Wuif de mussen uit. Querido, 45 blz. euro 15,95