Airbus volledig in Frans-Duitse handen

Airbus komt geheel in handen van EADS, als het Britse BAE Systems zijn belang verkoopt. BAE wil zich volledig richten op de defensiemarkt en Airbus kan op die manier beter concurreren met Boeing.

Het gaat goed met Airbus. Vorig jaar brak de Europese vliegtuigbouwer het “wereldrecord nieuwe orders': de teller stopte op 1.055 toestellen. BAE Systems, het Britse bedrijf dat een belang van 20 procent heeft in Airbus, liftte mee op het succes en zag zijn operationele winst vorig jaar scherp stijgen, met 16 procent. En toch kondigde BAE vandaag aan zijn belang te willen verkopen, aan grootaandeelhouder EADS. BAE zegt zich te zullen concentreren op zijn kernactiviteit, de defensie-industrie. Maar op de achtergrond speelt mee dat het met de winstgevendheid van Airbus toch niet zo goed gaat. BAE verdiende in 2005 minder aan Airbus dan het jaar daarvoor.

BAE had al een aantal malen te kennen gegeven uit Airbus te willen stappen. De luchtvaartindustrie kenmerkt zich door cycli van 5 à 7 jaar en bevindt zich momenteel weer aan de bovenkant van een cyclus. “Wij geloven dat dit het juiste moment is om uit Airbus te stappen, zodat we ons kunnen concentreren op onze transatlantische defensie-activiteiten“, zei topman Mike Turner van BAE vandaag in een verklaring.

Hoewel de gesprekken met EADS, dat de andere 80 procent van de aandelen bezit, volgens Turner nog “in een vroeg stadium“ zijn, is het vrijwel zeker dat de verkoop doorgaat. Het enige twistpunt is mogelijk nog de prijs. EADS, dat in Franse, Duitse (en vijf procent Spaanse) handen is, waardeerde zelf het BAE-aandeel in Airbus omlangs nog op 3,5 miljard euro, maar financieel directeur Hans Peter Ring zei dat er “ruimte voor onderhandeling“ is.

Voor EADS zou volledige zeggenschap in Airbus goed uitkomen. BAE - toen British Aerospace - stapte in 1979 in Airbus, vijf jaar na het stichting van de Europese vliegtuigfabriek. Het was de grondleggers er alles aan gelegen een zo breed mogelijk draagvlak te krijgen om een plaatsje te veroveren op de vliegtuigmarkt, die toen werd gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, Boeing voorop. Nu dat ruimschoots is gelukt - Airbus verkocht sinds 2002 elk jaar meer toestellen dan Boeing - heeft het bedrijfsmodel van Airbus meer nadelen dan voordelen. Beslissingen lopen over vele schijven en duren daardoor langer dan noodzakelijk en kosten meer geld dan nodig is. En Boeing heeft de afgelopen jaren niet stilgezeten. Het kwam met een nieuw model, de Boeing 787 en met varianten van zijn - al succesvolle - Boeing 777. De fabrieken kunnen de toestellen inmiddels niet meer aanslepen, van beide modellen werden er vorig jaar veel besteld. Zo veel zelfs dat Boeing in de waarde van de orders zijn grote Europese concurrent weer voorbij streefde.

Airbus moet nu met een antwoord komen. In het segment middelgrote toestellen is de Airbus A350, die de tegenhanger moet zijn van de Boeing 787, niet goed genoeg. Een van de grootste klanten van Airbus, het Amerikaanse leasebedrijf ILFC, is ontevreden over de A350. De topman van ILFC, Steven Udvar-Hazy, gaf Airbus vorige week publiekelijk een uitbrander. Er moet nog vele miljarden worden gestoken in het verbeteren van het toestel, anders koopt de leasegigant de A350 niet, zo waarschuwde hij. Ook de A340, op de A380 na het grootste vliegtuig uit de stal van Airbus, verkoopt niet goed en verliest de concurrentiestrijd met de Boeing 777. Als BAE zijn aandeel in Airbus verkoopt, blijft er één eigenaar over en kan Airbus sneller en efficiënter opereren.

BAE Systems op zijn beurt zal de miljardenopbrengst uit zijn aandeel Airbus gebruiken om zijn positie op de defensiemarkt in de VS te versterken. Daar concurreert het niet alleen met Amerikaanse bedrijven, maar ook met de militaire divisie van EADS.

    • Lolke van der Heide