Ah, die eeuwige wraak

De Griekse tragedies “Oresteia' en “Smekelingen' worden in Scheveningen op een steenworp afstand van elkaar opgevoerd. De stukken vullen elkaar aan: wraak, rechtspraak en waardigheid.

Scheveningen, 30/03/06. Repetitiebeeld van de "Oresteia" bij het Nationale Toneel onder regie van Johan Doesburg. Foto Leo van Velzen. Velzen, Leo van

Hoog op het dak van het paleis in het Griekse Argos zit een wachter. Hij spiedt om zich heen tot hij een vuur ziet branden op een bergtop. Dat betekent dat het vijandige Troje is gevallen en legeraanvoerder Agamemnon terug zal keren uit de strijd. Eindelijk gloeit het vreugdevuur op. De wachter juicht: “Roep de koningin! Heel Argos zal dansen bij zijn thuiskomst.“

Dit is het begin van de Oresteia van Aischylos uit 458 v.Chr. De koningin heet Klytemnestra. Haar man Agamemnon betreedt in een overwinningsroes het paleis. Met zoetgevooisde stem ontvangt zij hem. De koningin heeft een minnaar. Ze lokt haar man in bad voor de rituele reiniging. Daar doden zij hem met een bijl. Klytemnestra heeft een reden voor die moord: hij offerde hun dochter Ifigeneia om de goden gunstig te stemmen. Er moest wind opsteken om uit Argos naar Troje te zeilen.

De Oresteia is een trilogie van vergelding. Want bij de gedode dochter en vader blijft het niet. Zoon Orestes vermoordt op zijn beurt moeder Klytemnestra. Regisseur Johan Doesburg van het Nationale Toneel kiest voor zijn enscenering als locatie de Lourdeskerk in Scheveningen. Voor hem vertegenwoordigt deze tragedie “het perpetuum mobile' van de wraak. Doesburg: “Als je de tragedie leest, dan word je een magische wereld ingezogen, een boze droom waaruit je met een schok ontwaakt. Elk personage neemt het recht in eigen hand en moordt uit wraak“

Verlaten godshuis

Ter gelegenheid van deze opvoering is in de Lourdeskerk een vierkante speelvloer gecreëerd die herinnert aan de agora, het Griekse stadsplein. Voor Doesburg heeft deze speelplek een symbolische betekenis: “We spelen een voor-Christelijke wraaktragedie in een verlaten christelijk godshuis. Er zijn hier geen missen meer. Theater is een vorm van religieuze ervaring. De toeschouwers beleven gezamenlijk een collectieve vertelling. Oresteia eindigt met het juridisch oordeel dat over Orestes wordt geveld. Iemand die zijn moeder doodt, treedt buiten de wet. Hij dient berecht te worden. Is hij schuldig of kan hij hopen op vrijspraak? Op die vraag wil ik met mijn regie antwoord geven.“

Op een steenworp afstand van de Lourdeskerk werkt het Leidse gezelschap VeenFabriek van Paul Koek aan Smekelingen van Euripides. Zij repeteren in een loods in de duinen. Smekelingen is veertig jaar jonger dan Oresteia. De tragedies vullen elkaar aan. Gaat Oresteia over wraak en rechtspraak, Smekelingen belicht een van de belangrijkste thema's uit de klassieke toneelliteratuur: de strijders uit Argos zijn in de oorlog tegen Thebe gesneuveld, maar de Thebaanse koning weigert hun lichamen waardig te begraven. De moeders, de smekelingen, roepen de hulp in van de Atheense koning Theseus.

Koek is samen met de Griekse regisseur Michael Marmarinos verantwoordelijk voor Smekelingen. Marmarinos is een belangrijke vertegenwoordiger van de Griekse avant-garde. Met enkele producties, zoals Elektra, heeft hij de toeschouwers in het antieke amfitheater van het Griekse Epidauros versteld doen staan. Ook Smekelingen is er deze zomer te zien.

Marmarinos geeft een zinvol antwoord op de vraag waarom die begrafenis zo belangrijk is. “Iemand is pas werkelijk dood als hijl verbrand of begraven is. Zolang dat niet is gebeurd, zweeft de ziel rond in een schaduwrijk tussen levenden en doden. De ziel kan altijd nog wraak nemen. Voor de Grieken is dat ondraaglijk. De adem van de overledene dient terug te worden gegeven aan de lucht, het lichaam aan de aarde. Pas dan is iemands leven werkelijk afgesloten en kunnen de nabestaanden op gepaste wijze rouwen.“

Koek en Marmarinos streven een andere speelstijl na dan Doesburg. De teksten in Smekelingen klinken als songs. Doesburg regisseert zuiver op taal. Toch is er een aantal frappante overeenkomsten. Allereerst zorgt de uitbeelding van het koor niet voor problemen, zoals vaak het geval is. De meeste regisseurs weten zich geen raad met dit koor, dat traditioneel gezien de handeling met beschouwende en poëtische teksten begeleidt. Maar dat heeft altijd een nadeel: het koor is statisch. Zowel Doesburg als Koek en Marmarinos kiezen ervoor de acteurs tevens in te zetten als koorleden. Opvallend is dat de muziek de sfeer en stuwende ritmiek bepaalt.

Beide stukken zijn opnieuw vertaald. Janine Brogt bewerkte Oresteia in vrije versvorm. Voor haar gaat het stuk over een “noodlottige keten van oorzaak en gevolg'. Smekelingen is vertaald door Herman Altena die zich concentreert op muzikaliteit en poëtische kracht, zonder de tekst voor de hedendaagse toeschouwer te stroomlijnen. “Een Griekse tragedie heeft een verbrokkelde syntaxis die eigen is aan het Oudgrieks“, aldus Altena. “Zinnen stokken omdat ze worden doorsneden door bijzinnen of bijstellingen. Die verbroken zinsbouw handhaven we.“ Koek ensceneert Smekelingen als een drama van het “wachten'. De moeders wachten op de rechtvaardige behandeling van hun zonen.

Begrippen die je in deze genadeloze tragedies niet snel verwacht, zijn verzoening, democratie en rechtvaardigheid. Voor Doesburg en Brogt gaat de Oresteia over “de hardheid van het leven en over mensen die zich staande moeten houden, anders gaan ze kapot'.

Smekelingen begint waar Oresteia eindigt. Het laatste deel heet in deze versie “Engelen' ofwel “Eumiden'. Moordenaar Orestes wordt door bloeddorstige wraakgodinnen, de furiën, achtervolgd. Ze zijn gezonden door zijn eigen moeder. Toch besluit Oresteia niet met deze gruwelscènes, hoe theatraal en spannend die ook zijn. Oorspronkelijk zijn de furiën oude, vrouwelijke goden die het moederlijke oerprincipe verdedigen. Een zoon die zijn moeder vermoordt, is gedoemd.

Serene wending

Dan neemt de Oresteia een serene wending, en wordt het een voorbode van Smekelingen. Godin Athene stelt een rechtbank in van twaalf stedelingen. Zij moeten oordelen over schuld en boete. Voor Doesburg is dit slot de belangrijkste reden de trilogie op te voeren: “De Oresteia draait om recht en democratie. Kan de mens zich aan lotsbeschikking door de goden ontworstelen of is hij verantwoordelijk voor zijn daden? De rechtsorde en democratie zoals wij die nu kennen vinden hun oorsprong in Griekenland.“

Met behulp van een rechtbank stelt Athene, hoedster van de wijsheid, orde op zaken. De furiën moeten plaatsmaken voor Atheense burgers die met een zwarte of witte steen aangeven of Orestes schuldig is of niet. De stemmen staken. Door een list weet Athene de moederdoder vrij te pleiten. Aischylos is in deze slotscène op zijn sterkst. Hij voert rechtvaardigheid in en haalt die tegelijk onderuit. Athene heeft het laatste woord en pleit Orestes vrij. Waarom? Athene zegt niets met vrouwen te hebben. Zijzelf is geboren uit het hoofd van een man, Zeus. Zo wint de rede.

Smekelingen speelt zich af bij Eleusis, een van de heilige plaatsen van Griekenland. Hier vonden de jaarlijkse vieringen van leven en dood plaats. Hoewel Theseus aanvankelijk weigert, geeft hij zich uiteindelijk gewonnen. Een van de moeders overtuigt hem ervan dat hij gehoor moet geven aan de klemmende vraag van de smekelingen. Zij vragen immers om rechtvaardigheid. Eerst haalt Theseus vol hoon uit: “U komt mij verschrikkelijk bedreigen, terwijl jullie angst uitgaat naar lijken, als die in de grond verborgen worden? Wat een stompzinnige verspilling van woorden is dit, angsten te hebben die schadelijk en ongegrond zijn.“

Theseus vertegenwoordigt de nieuwe, democratische tijd, maar kan niet verhinderen dat de tradities onverwoestbaar zijn. De vragen blijven: bestaat gerechtigheid? Is de mens verantwoordelijk voor zijn daden of geloven wij in goden als verlossers van het kwaad dat wij hebben aangericht?

Athene krijgt in beide stukken het laatste woord. Theseus uit Smekelingen richt zich tot haar en noemt haar “meesteres' die de stad veiligheid brengt. In Oresteia spreekt Athene aan het slot: “Het goede overwint met goedheid. Niemand lijdt hier verlies. Mogen voor u de woorden “recht' en “overwinning' altijd één zijn en blijven.“

Maar voordat deze vrede wordt bereikt, moet er veel bloed vloeien uit het lichaam van een weerloze dochter, een strenge vader, van dappere strijders en van een moeder die de dood van haar dochter nooit kan vergeten of vergeven.

“Oresteia' door het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Te zien t/m 27/5. Lourdeskerk, Scheveningen. Inl.: 0900-3456789 www.oresteia.nl. “Smekelingen' door VeenFabriek. Regie: Michael Marmarinos en Paul Koek. Première: 21/4 Leidse Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 20/5. Op 7 en 8 juli in Epidauros Theater, Griekenland. Inl.: 071-3318053; www.veenfabriek.nl

    • Kester Freriks