Vroegste tandarts boorde in Pakistan

In een neolithische begraafplaats in Pakistan (Merhgarh, Balluchistan) zijn de oudste bewijzen voor tandartsenij gevonden: 7.500 tot 9.000 jaar oud. In elf kiezen, van in totaal 9 individuen, zijn geboorde gaatjes gevonden, 1 tot 3 mm in diameter en 0,5 tot 3,5 mm diep. In een van de gaatjes zijn ook aanwijzingen voor verdere bewerking van het gat gevonden, met een stokje of een vijlachtig instrument. De operaties zijn indertijd uitgevoerd op levende personen, zo schrijven Italiaanse archeologen vandaag in Nature. Tot nu toe waren de oudst bekende medische gebitsingrepen 6.000 jaar oud.

Met deze boor, met vuursteen als punt, kunnen archeologen gaatjes boren die sterk lijken op gaatjes in prehistorische kiezen. Foto AP ** HOLD FOR RELEASE UNTIL 1 PM EDT WEDNESDAY APRIL 5, 2006 ** These 2001 images released by Nature show an experimental reconstruction of a probable method for producing the drilled molar crowns found at a 7000-9000 BP Neolithic graveyard in Mehrgarh, Pakistan. A flint drilling tip, was mounted in a rod holder and attached to a bow string. This technique produced holes similar to the prehistoric teeth in less than one minute. The Neoltihic Merhgarh drilled teeth were all performed on living individuals. (AP Photo/Luca Bondioli, Pigorini Museum, Rome) Associated Press

De reden voor de ingreep is niet helemaal duidelijk. Op een viertal tanden zijn aanwijzingen voor cariës op de boorplek gevonden, maar of dat tandbederf van voor of na het boren stamt, is niet te bepalen. Wel kunnen esthetische motieven (zoals bij de gevijlde tanden van sommige volken) worden uitgesloten, want de geboorde kiezen zaten diep in de mond, onzichtbaar van buiten.

De geboorde gaatjes zijn gevonden in skeletten uit een periode van 1.500 jaar. Daarna verdween de gewoonte weer. Het tandbederf bleef overigens wel, blijkens de latere skeletten. Op dezelfde plek in Pakistan zijn ook vuurstenen boorkoppen gevonden bij kralen van allerhande materiaal. De archeologen hebben deze koppen nagemaakt en daarmee geboord in menselijke tanden. De vorm van de boor is gebaseerd op de boren van jagers/verzamelaars en landbouwers uit modernere tijden. De gaatjes zoals gevonden in de neolithische skeletten konden zo in een minuutje worden geboord. .

Leuk kan de ingreep ook toen niet zijn geweest: de gaten leggen gevoelig tandweefsel bloot. Waarschijnlijk zal in de gaatjes wel een of andere vulling zijn gestopt, van een materiaal dat in die duizenden jaren volkomen is vergaan. Er werd flink geboord, zo vroeg in de landbouwtijd in Pakistan. Eén individu had drie geboorde kiezen en in een andere kies zaten zelfs twee gaten. Door de andere eetgewoonten in de landbouwtijd was in het neolithicum het tandbederf groter geworden dan in de nomadische tijd van jagers en verzamelaars die daaraan vooraf ging. Het oudst bekende tandbederf bij een mensachtige is niettemin al 300.000 jaar oud is (bij de Broken Hill-schedel uit Zimbabwe). Uit diverse onderzoeken naar oud skeletmateriaal (in Europa) blijkt overigens dat de grote groei in cariës pas in de middeleeuwen begon.