Risico katten bij vogelgriep is onderschat

Katten kunnen het vogelgriepvirus verspreiden, maar overheden houden daar nog nauwelijks rekening mee in het bestrijdingsbeleid. Dat moet wel, schrijven Rotterdamse virologen vandaag in Nature.

In gebieden waar het H5N1-virus is aangetroffen moeten de huiskatten worden binnengehouden. Katten die in contact zijn geweest met zieke vogels moeten in quarantaine worden geplaatst, schrijven de virologen. Maar ze beseffen dat dat eigenlijk alleen mogelijk is in stedelijke gebieden in de gematigde zones, waar de kat een echt huisdier is. 'In andere delen van de wereld zijn zulke maatregelen moeilijker, zo niet onmogelijk in te voeren.' In streken waar het virus langere tijd aanwezig is, moet in zoogdieren actief naar besmettingen worden gezocht, aldus Thijs Kuiken, Ron Fouchier, Guus Rimmelzwaan, Ab Osterhaus en Peter Roeder in hun commentaar in Nature.

Katten - maar ook tijgers en andere katachtigen - kunnen ziek worden van het H5N1-vogelgriepvirus na het eten van besmette vogels. Dat is al bekend sinds eind 2003 in een dierentuin in Thailand twee tijgers en twee luipaarden aan een longontsteking stierven na het eten van kippenkarkassen. Begin 2004 stierven 14 van de 15 katten van een kattenliefhebber in Thailand. De dieren werden ziek, gaven bloed en stierven. Eén van de dieren had kip gegeten op een boerderij die met H5N1 was besmet.

Besmette katten kunnen gezonde soortgenoten aansteken. Ze scheiden virus uit in hun speeksel en uitwerpselen. Dat is overtuigend aangetoond in laboratoriumonderzoek met katten - merendeels in Rotterdam uitgevoerd.

Het ergste geval van katachtigenbesmetting was de dood van 147 tijgers in een dierentuin, weer in Thailand, in 2004. De dieren hadden dode, besmette kippen te eten gekregen. Maar de drie besmette dode katten en de ene steenmarter die de afgelopen weken in Duitsland zijn gevonden verontrusten misschien meer, want die liepen vrij rond.

Behalve katten zijn ook andere carnivore zoogdieren kwetsbaar voor het virus, schrijven de virologen. Ze noemen honden, vossen, marters en zeehonden.