Natuurfonds bezorgd over lot olifanten

Het gaat niet goed met de Afrikaanse en Sumatraanse olifanten. In Angola is de illegale handel in ivoor verdubbeld en op het Indonesische eiland Sumatra dreigt de olifantenpopulatie in de provincie Riau uit te sterven. Dat heeft het Wereld Natuur Fonds (WNF) de afgelopen dagen gemeld.

In de Angolese hoofdstad Luanda is de ongeregelde handel in ivoor op curiositeitenmarkten in een jaar tijd verdubbeld. Uit een onderzoek van de milieuorganisatie TRAFFIC blijkt dat er in die periode ruim anderhalve ton aan bewerkte ivoren producten is verhandeld. De slagtanden die de basis vormen zouden hoofdzakelijk uit Congo komen.

Volgens TRAFFIC stimuleren de ivoormarkten de strooppartijen waarbij in Afrika jaarlijks zo'n 12.000 olifanten worden gedood. 'De Angolese connectie is een nieuwe en zorgwekkende dimensie in de illegale ivoorhandel', aldus TRAFFIC. Angola is het enige Afrikaanse land dat de Conventie over de internationale handel in bedreigde plant- en diersoorten (CITES) niet heeft getekend.

Op Sumatra wordt de olifantenpopulatie in de provincie Riau met uitsterven bedreigd. De populatie, nu nog een kleine vierhonderd, is er over de laatste elf jaar met 75 procent afgenomen. Door intensieve houtkap voor de papierindustrie en oliepalmplantages is de leefomgeving van de olifanten kleiner geworden. Dit dwingt de dieren om hun voedsel buiten de bosgebieden te zoeken. Daardoor ontstaan conflicten met de lokale bevolking en plantage-eigenaren. Het WNF wil dat de oppervlakte van het Tesso Nilo Nationaal Park, een beschermd gebied voor olifanten, wordt verdrievoudigd. Verder moeten er meer vliegende brigades komen om conflicten tussen mens en olifant op te lossen. Deze brigades gebruiken getrainde olifanten om hun soortgenoten terug te jagen wanneer ze een dorp bedreigen. De Indonesische coalitie Eyes of the Forest heeft gisteren een digitale kaart geplaatst op haar website (www.eyesontheforest.or.id) waarop het verlies aan bos en de bewegingen van olifanten gevolgd kunnen worden.