Midas in wonderland

Op naar de 600 dollar? De prijs van goud zit sinds het dieptepunt van minder dan 260 dollar per troy ounce (31,1 gram) in 2001 al in de lift. Maar sinds begin dit jaar krijgt de grafiek van de goudprijs veel weg van de beruchte Noordwand van de Eiger: steil en levensgevaarlijk. Vanmorgen stond de prijs op meer dan 594 dollar, en dat is het hoogste in een kwart eeuw. Nu draagt elke prijs informatie in zich. Bij goud is de vraag welk signaal de prijspiek geeft. Beleggers hebben in strikte zin helemaal niets aan goud. Het geeft geen dividend, geen rente. De enige reden om er geld in te steken is óf de verwachting dat de waarde overeind blijft terwijl de waarde van andere beleggingen daalt. Óf de verwachting dat de prijs verder stijgt. Goud beweegt zich zo ergens tussen de functie van vluchthaven en speculatief speeltje.

Het nadeel van de vluchthaventhese is dat er altijd wel een dreiging te vinden is. Van de nucleaire ambities van Iran, de veiligheidssituatie in Irak tot de ambities van Venezuela: noem maar op. Op de internationale financiële markten is er de dreigende financiële crisis van het kleine IJsland en de besmetting naar markten als Nieuw-Zeeland of Hongarije. De inflatie kan wereldwijd opleven. Er zijn de renteverhogingen in de VS, Europa en straks ook Japan, die de hoeveelheid liquiditeit in het internationale systeem kunnen verminderen, hetgeen ten koste kan gaan van onder meer de koersen van obligaties op de rentemarkten. De Amerikaanse dollar staat op het punt van omvallen, de olieprijs stijgt. Voor een vluchthaven is altijd wel een rechtvaardiging.

Fysieke vraag, of aanbod, is volgens veel analisten ook geen verklaring. China mag dan een extra vrager zijn geworden op de wereldmarkt voor grondstoffen, goud hoort daar niet bij. Bovendien is de al gestegen prijs slecht voor de vraag naar goud vanuit de industrie.

Hoe zit het dan met de speculatie? De totale jaarlijkse waarde van het wereldwijde aanbod aan goud was vorig jaar, zelfs tegen de opgeblazen prijs van vandaag, 74 miljard dollar. Dat valt in het niet bij de tienduizenden miljarden dollars die de aandelen- en obligatiemarkten wereldwijd waard zijn. Beleggers hoeven dus maar een minieme wijziging in het gewicht van goud binnen hun portefeuille aan te brengen, om samen de goudmarkt te bewegen.

Het vage idee dat er wellicht iets niet goed zit in de wereldeconomie, kan zo al snel tot een prijspiek leiden. Of zoals de goudfondsmanager Daniel Sacks onlangs citeerde: 'Goud is een uitstekende verzekering, vooral als je niet weet waartegen.'

Maarten Schinkel