Je spreekt nog 'ns iemand

Hardlopen heeft de naam een solosport te zijn.

Maar het wordt steeds meer een sociaal fenomeen.

Voor de zomervakantie van 2003 had Paul Schoenmakers (toen 12, nu 15) geen leesboeken meegenomen naar Zuid-Frankrijk. Stom, natuurlijk. Zijn vader, René Schoenmakers (48), had wél boeken bij zich. Zoals Ik wou dat ik uw benen had, een boek over hardlopen.

Uit zichzelf zou Paul het niet hebben uitgekozen. 'Maar ik had niks anders, dus ik was bereid alles te lezen.' Toen hij het uit had, dacht hij: 'Oké, als het dan zo bijzonder is, dat hardlopen, dan wil ik het ook wel eens meemaken.' Hij trok zijn gympies aan en ging hardlopen, met zijn vader, die al langer liep.

Een jaar later 'deden' ze samen de marathon van Amsterdam - René (voor het eerst) de hele, Paul, als jongste deelnemer, de halve. Ze kwamen ook in de krant, dat jaar. Het dagblad Trouw belde, omdat het zo bijzonder was: een vader die loopt met een jonge zoon. Kort na het verschijnen van het artikel kregen ze een e-mail van Pieter Winsemius, auteur van Ik wou dat ik uw benen had.

Oók Winsemius, voormalig minister van VROM, tegenwoordig 'bijzonder hoogleraar management van duurzame ontwikkeling' in Tilburg en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, was indertijd gaan hardlopen met zijn zoon, Albert Winsemius. Net als Kees Storm (voormalig topman van Aegon) en Ewald Kist (ex-ING), die zelfs een keer met vier zonen de marathon heeft gelopen.

De meest individuele van alle sporten smeedt steeds vaker banden tussen mensen. René Schoenmakers ('hoofd beleid' bij Plan Nederland): 'De kameraadschappelijkheid van het hardlopen met je zoon, dat is zo mooi. Een beetje kletsen. Of juist niet. Samen met de trein naar een wedstrijd, allebei met een rugzakje om.' René Kuyten (McKinsey, 41), die loopt met zijn zoon Harmen (9): 'Tennissen kun je niet samen, omdat daarvoor het niveauverschil te groot is. Maar samen een half uurtje lopen kan wél. Dan ben je maatjes. Het is ook stoer: de mannen gaan even lopen.'

En niet alleen lopen steeds meer bekende en minder bekende vaders (en een enkele moeder) met hun zonen, ook lopen ze steeds meer met elkaar. In New York, bijvoorbeeld. In Egmond. Of tijdens de Heerenloop, een jaarlijkse, informele loop vanuit het huis van Pieter en Hannah Winsemius. Daar ontmoeten politici (Paul Rosenmöller, Tweede-Kamerlid Gerda Verburg, Ruud Lubbers), directeuren (Shell, Blokker, Akzo, McKinsey, Nike, Free Record Shop, PCM), een enkele hoogleraar en een paar journalisten elkaar en minder bekende lopers: buren, vrienden van de kinderen. Paul en René Schoenmakers deden voor het eerst mee in 2004. Kees Storm, Ewald Kist en René Kuyten doen al jaren mee.

Hardlopen wordt een netwerk-sport. Moest je om te netwerken vroeger naar de golfclub, gaan hockeyen of lid worden van de rotary, tegenwoordig is hardlopen the sport to be into. En dan kun je samen naar dezelfde wedstrijd gaan, maar het hoeft niet. Het is al voldoende om er met elkaar over te kunnen praten: hardlopers delen een verbond. 'Het maakt zo iemand in je ogen toch anders', zegt Pieter Winsemius (17 marathons) over Doekle Terpstra (HBO-Raad, 5 marathons), sinds hij van hem weet dat hij óók loopt.

'Lopers hebben bijna altijd een klik', zegt Paul Rosenmöller (2 marathons). Rosenmöller, van 1994 tot 2003 fractieleider van GroenLinks, loopt sinds zijn 25ste. Zijn besluit om terug te treden als fractieleider nam hij tijdens het lopen: 'Na een kilometer of acht. Ik weet nog precies waar ik liep. De plek, de boom waar ik langskwam: het staat in mijn geheugen gegrift.'

Ook Paul Rosenmöller kent veel 'bekende hardlopers'. BH-ers, noemt hij ze in Ik loop dus ik besta, een bundel door hem verzamelde getuigenissen van bekende (en minder bekende) Nederlanders, die vorige week verscheen: Kamerleden Agnes Kant en Gerda Verburg, ex-minister Thom de Graaf van D66, schrijver Kader Abdollah, tv-presentator Paul Witteman, ex-topman Ewald Kist van ING, cabaretier Thomas Acda, prins Pieter Christiaan.

En inderdaad, wat hen bindt is 'een wedstrijd met jezelf, een fysieke en mentale verfrissing, veel collega's in het bedrijfsleven doen het', zoals Ewald Kist het verwoordt. In Ik loop dus ik besta vertelt Kist (7 marathons) hoe het is gekomen dat ING de hoofdsponsor is van de New York Marathon: 'Zeilen of golf is maar voor een beperkt publiek. Dus kwamen wij op lopen! Dat doet iedereen - en steeds meer.' ING is nu hoofdsponsor van New York, Amsterdam, Brussel, Montreal, Taipeh en Puna (India).

Het verbond geldt ook voor politici onder elkaar. Paul Rosenmöller: 'Lopen met Eimert en Jan van de ChristenUnie en de VVD. Samen met Jan Nico, de griffier. Dan vallen de politieke verschillen weg. De macht van het getal, de gave van het woord: die tellen niet meer. Op sportschoenen gelden andere wetten.' Ook Rosenmöller heeft het over 'netwerk-lopers': 'Ondernemers, politici, ambtenaren en wetenschappers, die elkaar spreken op sportschoenen.'

En zo verbindt hardlopen politici ook met niet-politici. Tweede-Kamerlid Gerda Verburg (8 marathons): 'Ik ben vaak van de partij bij Pieter Winsemius. Een fantastische formule. Twee afstanden, 7,5 of 13 kilometer. Op je shirt prik je de tijd die je denkt te lopen. Wie er het dichtst bij komt, is winnaar. Het is een leuk gezelschap. Je spreekt nog eens andere mensen.' Hardlopen, zegt Pieter Winsemius, 'heeft de naam een solosport te zijn, maar het is een buitengewoon sociaal fenomeen.'

Lees een interview met Pieter Winsemius over hardlopen in NRC Handelsblad van 9 april 2005 op www.nrc.nl

Paul Rosenmöller: Ik loop dus ik besta

Prometheus, 2006. De royalties van het boek gaan naar de Stichting Jongeren en Kanker.

Pieter Winsemius: Ik wou dat ik uw benen had

Balans, 2001.

    • Gretha Pama
    • Cees Banning