In de wurggreep van het Kremlin

Wit-Rusland, Europa's laatste planeconomie, krijgt van Rusland de rekening gepresenteerd. Ook Moskous vazal moet van Gazprom meer voor het Russische gas betalen. Binnenkort drie keer zoveel.

Een Wit-Russische boer ploegt zijn akker bij het dorp Perchurovo, zo'n 35 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Minsk. „Nog vijf jaar door met ons Loeka-monster, dan is zijn zoon oud genoeg om het roer over te nemen”, zegt een oud-minister. Foto Reuters A Belarussian farmer ploughs his field while a villager walks by carrying a basket of potatoes near the village of Perchurovo, some 35 km south-west from Minsk October 13. Potatoes represent one of main products for Belarussians, but due to rainy weather, this year's harvest is poor. Reuters

De Wit-Russische dictator Loekasjenko zag de bui allang hangen. 'Ik weet eigenlijk niet of ik u moet feliciteren', somberde hij twee maanden geleden, toen hij weer een dorpje feestelijk op het gasnet aansloot. In zijn nieuwste vijfjarenplan, in Minsk met een staande ovatie ontvangen door de Volksassemblee, stond 'energieveiligheid' voorop. Wit-Rusland moet zijn afhankelijkheid van Russisch gas verminderen. Het land moet een kwart meer hout en kolen stoken.

Wat de meeste analisten al een tijd voorspellen, voltrekt zich nu. Het Kremlin hielp zijn lastige vazal, 'vadertje' Aleksandr Loekasjenko, door zijn herverkiezing uit vrees voor een nieuwe 'kleurenrevolutie'. Het feliciteerde hem met zijn frauduleuze zege van 82,6 procent . En meteen daarna kondigde het Russische energieconcern Gazprom een vervijfvoudiging van de gasprijs aan voor het importafhankelijke Wit-Rusland. Nu slinkt die eis tot een verdrievoudiging, maar ook dat lijkt voor deze laatste planeconomie van Europa moeilijk op te brengen. Wit-Rusland betaalt nu ruim 46 dollar voor 1.000 kuub gas, een vijfde van de marktprijs.

Kan het dorpje dat Loekasjenko op het gasnet aansloot, volgend jaar de rekening nog betalen? Binnenkort zal blijken of het Wirtschafstwunder van Loekasjenko - jarenlange, gestage groei van 7,5 procent in het rigide kader van een planeconomie - een serieus alternatief is voor bestaande (neo)liberale groeimodellen, zoals op opiniepagina's van westerse kranten als The Guardian valt te lezen. Of handhaaft Wit-Rusland zich louter door verdachte Russische vrijgevigheid en een gunstige conjunctuur voor olie, metaal, chemicaliën en kunstmest?

Tachtig procent van de Wit-Russische economie is in staatshanden, luidt de conventionele schatting. Wat de staat tolereert aan het midden- en kleinbedrijf zucht onder een draconisch belastingregime: 121 procent van de winst als je het netjes wil spelen. Wie zaken wil doen, weet wel beter: hij bedelt bij de mannen van de president om privileges en vrijstellingen. Dat kost ook geld, maar minder dan de fiscus. 'Onze economie cirkelt rond het presidentieel paleis. Daar bepalen ze of je een staats- of privé-bedrijf bent en de hoogte van je aanslag. Je hebt ondernemingen die staatsbedrijf zijn omdat er één roebel staatsgeld inzit. Je hebt privé-bedrijven die door ambtenaren worden gerund. Alles loopt grijs en chaotisch door elkaar, en wij noemen het planeconomie.'

Aan het woord is Aleksandr Sosnov, een technocraat die Loekasjenko twee jaar als minister diende. 'Een marktman, maar eerlijk', zo kwalificeerde de president hem indertijd. We zitten op een parkeerterrein in zijn roestige Volvo achter beslagen ruiten: de bar van ons hotel Planeta acht Sosnov als broeinest van KGB-informanten onveilig. Niet dat de statistieken die hij ons toont Loekasjenko schaden, maar zijn denktank IISEPS is verboden.

'Waar zijn onze schoonheden'

En zijn statistieken dus ook (zie 'Verboden statistiek'). In Wit-Rusland is voor iedereen werk, als hij zich politiek afzijdig houdt tenminste: sinds 2002 werkt elke Wit-Rus verplicht op basis van een jaarcontract. Een groep van zo'n 133 winstgevende staatsfabrieken - kunstmest, olieraffinage, tractors en zware trucks van BelAZ, televisies van Horizont - houdt de verliesgevende sectoren overeind, en duizenden tot 'coöperatieven' omgedoopte kolchozen. Productie verloopt via een plan, distributie middels een quota: de winkels in Minsk bieden een van hogerhand vastgesteld percentage producten uit Minsk, uit de rest van Wit-Rusland en uit het buitenland. De radio draait verplicht 75 procent Wit-Russische volksmuziek.

Dit systeem van planning, monopolie en protectionisme levert eindeloos gesjoemel op, maar ook een gestaag groeiende, bescheiden welvaart. Inkomensverschillen zijn klein, corruptie niet 'verbijsterend hoog', zoals de president zelf zegt. De treinen van Wit-Rusland rijden zonder dure restauraties, zoals elders in de Sovjet-Unie, maar iedereen kan voor een halve euro opgewarmde koolsoep en aardappelpuree in plastic bakjes bestellen, made in Minsk. De Bourgondiër koopt daar nog een zakje gedroogde visreepjes bij. Naar een drankwinkel moet je lang zoeken: sportman Loekasjenko houdt niet van alcoholmisbruik. Bedelaars zie je nauwelijks, niemand heeft honger.

Wit-Rusland biedt een veilig en voorspelbaar leven en jaagt zijn burgers steeds de stuipen op het lijf met het barre lot van andere Sovjetrepublieken, waar monopolistisch bandietenkapitalisme tot verpaupering, moord en onrecht leidde. Dan liever het propere en gelijkmatige Wit-Rusland. 'Ja, wij leven in een arbeidersparadijs', lacht ex-minister Sosnov hol. 'Nog vijf jaar door met ons Loeka-monster, dan is zijn zoon oud genoeg om het roer over te nemen.'

President Loekasjenko beloofde delen van de economie te privatiseren, maar in praktijk breidt hij zijn greep eerder uit. Het ligt in zijn aard, zegt zijn oude mentor, ex-landbouwminister Leonov. 'Hij moet gewoon alles in handen hebben, ijverige kolchozebaas als hij is.' Zo nationaliseerde de president vorig jaar nog de vrije wereld der fotomodellen.Hoe ging dat? Eerst een, niet geheel onzinnige, mediacampagne over modellenbureaus als dekmantel voor porno, vrouwenhandel en seksuele slavernij. Loekasjenko nam de zaak hoog op. Fotomodellen waren een 'strategische economische sector', verordonneerde hij. Eerst liet hij bureau Zara dichtspijkeren en de eigenaar voor 2,5 jaar in het gevang zetten, toen volgde het oude, respectabele Tamara, daarna een bureau met de ongelukkige naam 'Olifantmodellen'.

Een half jaar na dato zijn zestien van de achttien Wit-Russische modellenwebsites dood en resteren nog twee bureaus, die nu 'fotomodellenscholen' heten. Alleen daar afgestudeerde fotomodellen mogen in het buitenland werken; elk model moet minimaal 320 uur informatica, recht, mode en psychologie studeren, zegt Sergej Nagorni, hoofd van een zo'n school. Het valt hem niet mee om aan de staatseisen te voldoen: 6,7 vierkante meter studieruimte per fotomodel, een apart modellenziekenhuis en een modellenslaapzaal. 'Maar we werken eraan.' Praten wil Nagorni liever niet: een eerder krantenstuk kostte hem klanten in Amerika en Canada. Ze denken daar nu dat hij een soort staatsrobotten levert.

Om dit nieuwe staatsmonopolie te beschermen, verbood Loekasjenko elk buitenlandse gezicht in Wit-Russische reclame. 'Ik vroeg mijn minister: waar zijn toch onze schoonheden?', riep de president op tv. 'Ze werken in het buitenland', antwoordde hij. Ongehoord! Dus ging ik voor u aan de slag.' Resultaat: voor de straten van Minsk, waar reclame toch al zeldzaam is, moet L'Oréal een lokale Sveta zoeken om Scarlet Johansson te doen vergeten, en Luis Vuitton een Oksana voor Lindsay Lohan. President Loekasjenko boekte overigens meteen succes met zijn genationaliseerde modellen: Supermodel van de Wereld 2006 heet Katja en komt uit Wit-Rusland.

Hoelang is dit Loekasjenkisme houdbaar? Het antwoord ligt in Moskou. Wit-Rusland geniet sinds 1996 alle voordelen van een douane-unie met Rusland. Die moet eens tot volledige economische integratie leiden, maar Loekasjenko houdt die boot liever af. Wel geniet hij van de voordelen. Zijn energie-intensieve industrie draait op goedkoop Russisch gas, zijn twee raffinaderijen Mozir en Naftan zijn goed voor een derde van de belastinginkomsten en werken op topcapaciteit: voor Russische olieconcerns is het financieel zeer gunstig olie in Wit-Rusland te laten raffineren en daarna naar de Europese Unie door te exporteren.

De uitgestrekte Russische markt ligt wijdopen voor Wit-Russische producten, terwijl Loekasjenko zelf met zijn quotasystemen Russische producten weert. En leidt Loekasjenko toch even gebrek, dan staat het Kremlin altijd met het chequeboek klaar voor een nieuwe lening.

Vanwaar die gulheid? Analist Jaroslav Romantsjoek: 'Het is de logica van de drugsdealer. Investeer eerst om je klant verslaafd en afhankelijk te maken, verdien later je investering terug.' Achter de vrijgevigheid zit een onuitgesproken schema: Loekasjenko sluit zijn land richting Westen en laat het Russische zakenleven zijn economie voor een zacht prijsje te privatiseren. Dat eerste heeft Loekasjenko al gedaan, dat tweede stelt hij telkens uit. Zo investeerde de Russische biergigant Baltika tientallen miljoenen in een lokale brouwerij en nam Loekasjenko dat geld gewoon in beslag. Hij betaalde pas terug toen een Russische rechter bepaalde dat in dat geval een fraai vakantiecomplex aan de Zwarte Zee voortaan niet meer voor vermoeide Wit-Russische ambtenaren, maar voor bierbrouwers bestemd was.

Dealer Poetin is zijn geduld met junkie Loekasjenko allang kwijt. Want die neemt en belooft van alles, maar betaalt niet. Het Kremlin heeft alles in handen voor een pijnlijke cold turkey. Gas is één drukmiddel, de eenzijdige Wit-Russische oriëntatie op de Russische markt een ander. Romantsjoek: 'Wit-Russische managers denken alleen aan het vervullen van hun productieplan: dit jaar 19 procent meer zware trucks voor de mijnbouw. Marketing, het openleggen naar nieuwe markten: het is voor hen koeterwaals. Er is wereldwijd grote vraag naar zware trucks, maar Rusland neemt toch wel af. Risico nemen, winst maken: dat wordt meteen afgestraft.'

Dus wat als Rusland de trucks opeens niet meer wil? De intenties van het Kremlin zijn helder het Wit-Russische gaspijpleidingnet voor Gazprom, de rest van het bedrijfsleven verdeeld onder Russische oligarchen met de juiste connecties. En dat zou dan het einde zijn van de laatste planeconomie van Europa.

    • Coen van Zwol