'Ik win altijd, omdat ik betere spelers heb'

Om het niveau van het waterpolo op te vijzelen, verrees twee jaar geleden het Waterpolo Opleidingscentrum in Alphen aan den Rijn. Bedoeld voor jeugd vanaf acht jaar. 'Het gaat niet om geld, maar om de cultuuromslag.'

Eric Noordegraaf instrueert een speelster aan de badrand. „We hebben liever morele steun dan geld.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold alphen aed rijn waterpolocoach foto rien zilvold Zilvold, Rien

Mihailo Sain kijkt zijn ogen uit. Zoveel zwembaden, zoveel waterpoloënde kinderen en toch stelt Nederland weinig tot niets meer voor in 's werelds oudste olympische teamsport. 'Jullie hebben de aansluiting gemist, terwijl we jullie hard nodig hebben om als sport te kunnen overleven', zegt de Serviër na afloop van de ochtendtraining op gedecideerde toon.

Sain, technisch adviseur bij de vermaarde waterpoloschool van Partizan Belgrado, is drie maanden in Nederland op uitnodiging van het het Waterpolo Opleidingscentrum (WOC), dat zetelt in zwembad De Thermen in Alphen aan den Rijn. Dagelijks staat de gepensioneerde coach langs de badrand. Zijn gehoor bestaat uit 65 scholieren, variërend in de leeftijd van acht tot achttien jaar, en allen afkomstig uit de regio. Vier tot vijf keer per week melden zij zich in het bad om, zowel vóór als na schooltijd, de fijne kneepjes van het waterpolo te leren. Buitenlandse trainingsstages en toernooien moeten de rest doen.

Bijna twee jaar nu bestaat het WOC, en initiatiefnemers Eric Noordegraaf en André de Jeu durven de stelling wel aan dat 'deze aanpak de enige manier is om het Nederlandse waterpolo te voorzien van een stevig fundament, zodat we ons op termijn weer kunnen meten met de toplanden'. Met afgrijzen zag Noordegraaf, zelf voormalig waterpolo-international die aan twee Olympische Spelen (1980 en '84) deelnam, de laatste vijftien jaar hoe Nederland steeds verder afgleed, tot een speelbal van de grootmachten. De reden? 'We lopen achter de feiten aan, omdat we onze jeugd op te late leeftijd kennis laten met topsport, en de bijbehorende keuzes.'

Topwaterpolo begint op jonge leeftijd, weet ook De Jeu, hoofdcoach van hoofdklasser AZC, en in het dagelijks leven adjunct-directeur bij de Vereniging Sport en Gemeenten. 'Een Servische trainer zei het laatst nog tegen me: 'Het maakt niet uit of jij de spelregels verandert, of jij de doeltjes kleiner maakt of dat we drie tegen drie spelen, ik win altijd. Omdat ik in de basis domweg betere spelers heb dan jij'. Geen speld tussen te krijgen. Waterpolo leer je als kind, vanaf je zestiende, zeventiende kan je de vaardigheden alleen nog maar aanscherpen.'

Om die woorden te staven hoeft Noordegraaf maar te verwijzen naar Servië en Montenegro, regerend wereldkampioen bij de mannen en het vaderland van zijn gastdocent ain. 'Servië telt 'maar' 1.500 waterpoloërs, oftewel ongeveer een tiende van het Nederlandse totaal, maar die 1.500 liggen wel bijna elke dag in het water. Ook de allerjongsten, en ook al verkeren de meeste clubs daar in financiële zorgen. Maar het belangrijkste hebben ze: badwater én de wil om te slagen. Nederland daarentegen heeft nog altijd de grootste waterpolocompetitie ter wereld, maar dat is tegelijkertijd ons grootste probleem. Ook 'heren 7' eist immers speeltijd op.'

Net als bij veel clubs in Oost- en Zuid-Europa, de toonaangevende regio in het mondiale waterpolo, is ook in Alphen geld bijzaak. Het WOC werkt met een relatief bescheiden begroting van nog geen 200.000 euro per jaar. Het geld wordt bijeengebracht door sponsors, de zwembond en sportkoepel NOC*NSF. Van iedere ouder wordt daarnaast een bijdrage gevraagd van 80 euro per maand. Wie daartoe niet in staat is, krijgt korting. De Jeu: 'We willen geen elitair clubje worden.'

In de Nederlandse topsport wordt geld - of beter: het gebrek daaraan - maar al te vaak gebruikt als excuus. Als Noordegraaf en De Jeu iets niet willen, dan is het wel in die valkuil stappen. 'Wij hebben liever morele steun in de vorm van een bereidwillige ouder of wethouder, want dat geld brengen we zelf wel bijeen', zegt de laatste. 'Het gaat ook niet om geld, het gaat om een cultuuromslag. Dat badwater hebben we bovendien al. Sterker nog: we zouden dit bad nog intensiever kunnen gebruiken, want ook nu nog wordt het grote delen van de dag niet gebruikt.'

De Jeu constateert dat hun particuliere initiatief inmiddels de wind in de rug heeft. Hoge verwachtingen heeft hij van de afgelopen najaar opgerichte alliantie Jeugd & Sport, een samenwerkingsverband tussen de ministeries van Volksgezondheid en Onderwijs, en NOC*NSF. Centraal daarbij staat de sportclub als sociaal-maatschappelijk vangnet van en voor de jeugd. 'Wat zij beogen, doen wij in feite al: wij bieden opvang én sport, in overleg met de scholen hier uit de buurt.'

Elders in het land heeft het WOC inmiddels navolging gekregen; in de regio Utrecht verrees Talent Centraal, opgezet door vier zwemverenigingen onder leiding van bondscoach Johan Aantjes. In Friesland werd afgelopen najaar het Waterpolo Opleidingscentrum Noord-Nederland opgericht, Rotterdam volgde onlangs met Hollandse Delta. Ook in Twente en Eindhoven staan deels van het WOC afgekeken voorbeelden in de steigers.

Noordegraaf juicht de komst van meer talentcentra toe. 'Alleen redden wij het niet. Onze jeugd moet straks ook tegenstand van betekenis hebben.' Hij schat dat Nederland acht tot tien opleindingscentra nodig zal hebben, om de nationale ploegen te kunnen 'vullen'. 'Of dit het Ei van Columbus is, durf ik niet te zeggen. Het is een inhaalslag, maar wel een met perspectief. Dat weet ik zeker.'