'Ik hoop dat ik een rolmodel ben'

Na tien jaar lobbyen voor de Turkse gemeenschap in Nederland wordt Hatice Can-Engin wethouder in Gilze en Rijen. 'De Turken zijn in verwarring.'

„Allochtonen moeten zich niet langer opsluiten in eigen hokjes.” Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Rijen, 05-04- 2006 Hatice Can Engin, van Turkse afkomst, PVDAlid, voorheen lid van de participatieteam van de commissie PaVEM, nu wethouder van de gemeente Rijen. Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Haar vader wilde niet dat ze arbeider zou worden. Daarom kwam hij in 1967 vanuit Turkije naar Nederland. Mustafa Engin wilde genoeg geld verdienen om alle vijf kinderen, vooral de dochters, te laten studeren.

Maar toen het gezin tien jaar later in Nederland werd herenigd, belandde dochter Hatice, die toen achttien was, toch in de fabriek. Ze had het lyceum afgemaakt in Trabzon, aan de Turkse Zwarte-Zeekust, maar ze vond slechts werk in een tassenatelier in Rijen. 'Ik heb veel gehuild in die tijd', zegt Hatice Can-Engin. 'Ik was doodongelukkig. Het was mijn droom om iemand te worden.'

Tien jaar geleden werd ze directeur van het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT). 'Ik word ook wel de ambassadeur van de 350.000 Turken in Nederland genoemd', zegt ze lachend. Maandag vertrekt Can-Engin er, om wethouder (PvdA) te worden in haar woonplaats Gilze en Rijen. 'Ik wil meer in de Nederlandse gemeenschap staan', verklaart ze de overstap. 'Allochtonen moeten zich niet langer opsluiten in eigen hokjes, maar samen met autochtone Nederlanders optrekken.'

Ze heeft er de afgelopen tijd binnen het IOT voor gepleit dat ook Nederlanders worden opgenomen in besturen van Turkse organisaties. Tijdens het laatste bestuursweekeinde stond het punt eindelijk op de agenda. 'Menigeen klopte me op de schouder. Het was een belangrijk onderwerp. Maar er is uiteindelijk niet over gepraat.'

Het IOT is volgens Can-Engin nog te veel op de eigen etnische groep gericht. Het wordt door mannen gedomineerd. 'De emancipatie van Turken in Nederland loopt achter bij de ontwikkelingen in Turkije', vindt ze. 'De migratie heeft belemmerend gewerkt.'

Wat haar werk bij het IOT aantrekkelijk maakte, zegt ze, is dat ze er samen met progressieve Turkse organisaties in slaagde gevoelige onderwerpen als eergerelateerd geweld, homoseksualiteit of gedwongen huwelijken bespreekbaar te maken. 'Maar vraag niet hoeveel strijd ik heb moeten leveren om een taboe als de schaduwzijde van familiehuwelijken op de agenda te krijgen.'

Ze werd aanvankelijk verketterd, afgeschilderd als een verlengstuk van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD), die allochtonen wilde voorschrijven met wie ze moesten trouwen, door middel van strengere regels voor huwelijksmigranten. 'Het waren de moeilijkste weken van mijn leven', zegt ze. Haar integriteit stond ter discussie. Bestuursleden belden woedend op. Waar was ze mee bezig?'

Een interview in Ekin, een in Nederland verschijnend Turks tijdschrift, 'redde' de directeur van het IOT. Ze legde daarin uit dat de discussie over familiehuwelijken in Turkije lichtjaren verder is. 'Daar is het verplicht dat bloedonderzoek wordt gedaan als neef en nicht met elkaar willen trouwen.' Ekin vroeg eveneens tientallen hoogopgeleide Turkse jongeren naar hun mening. Het familiehuwelijk moet uit de taboesfeer, vonden ook zij. 'Het voelde alsof ik werd gerehabiliteerd.'

De tweede generatie Turken doet het in het onderwijs en op de arbeidsmarkt steeds beter. Er zijn inmiddels zeker 180 raadsleden van Turkse origine en vrijwel elke fractie in de Tweede Kamer heeft een lid van Turkse origine. 'Maar de meerderheid van de Turken is volgens Can-Engin in verwarring. 'Het is voor hen vanzelfsprekend dat ze moslim zijn, maar het is niet hun hele identiteit. In Turkije zijn staat en moskee van elkaar gescheiden. Religie is er een privé-zaak.' Maar Nederlanders zien niet-westerse allochtonen de laatste jaren vooral als moslims. Volgens haar steekt dat de seculiere Turken en trekken ze zich in de eigen etnische groep terug.

Can-Engin ziet zichzelf als een rolmodel. 'Tenminste, dat hoop ik.' Ze is bij het IOT terechtgekomen omdat er vijftien jaar geleden twee vrouwen in het bestuur zaten (-zden Kutluer en Nihal Dogan) die haar stimuleerden om te solliciteren naar de functie van beleidsmedewerker. 'Zij waren mijn rolmodellen. Zij moedigden de emancipatie van Turkse vrouwen in Nederland aan.'

Volgens Can-Engin hebben allochtone vrouwen nu behoefte aan andere rolmodellen. Dat is de reden dat ze overstapt naar de politiek. Het is tijd, zegt ze, voor échte integratie. 'Het zou niet meer uit moeten maken of je nu allochtoon of autochtoon bent.'

De rol van het IOT als lobbygroep voor de Turkse gemeenschap is de afgelopen jaren veranderd. We maakten ons in de jaren tachtig en negentig druk om de versterking van de rechtspositie van allochtonen, zegt ze. Lessen eigen taal en cultuur op scholen, behoud van de dubbele nationaliteit, islamitische geestelijken in ziekenhuizen en gevangenissen, de invoering van een wet die werknemers dwong om allochtonen in dienst te nemen. 'Een deel van die rechten is teruggedraaid.'

Momenteel probeert het IOT de scherpe kantjes van de nieuwe Wet op de inburgering te vijlen. Natuurlijk moet elke allochtoon Nederlands leren, vindt Can-Engin, maar niet op straffe van een boete. 'Zeker voor ouderen is dat onaanvaardbaar.' Ook is het inspraakorgaan tegen de hoge leges voor een verblijfsvergunning. 'Ik snap wel wat minister Verdonk nastreeft', zegt ze. 'Ze wil geen migranten meer toelaten die niets toevoegen en ze wil dat iedereen die hier woont, allochtoon en autochtoon, gelijke rechten heeft.'

Maar de realiteit is, zegt Can-Engin, dat door de nieuwe wet voor huwelijksmigranten veel Turkse jongeren die verliefd worden op iemand in Turkije hun studie opgeven. 'Ze moeten immers 120 procent van het minimumloon verdienen om hun partner naar Nederland te kunnen halen.'