Hoe labbekakkers Nederland inrichten

Het kabinet laat sinds kort projectontwikkelaars en gemeenten vrij om Nederland aantrekkelijk in te richten. In de praktijk komt er weinig van terecht.

Utrecht, 6 april. - Twee onderzoekers van het nieuwe beleid voor de ruimtelijke ordening hadden hun boek hierover eigenlijk de titel Labbekakkers en Zakkenvullers willen geven. Waarom? 'Menig ambtenaar maar ook bestuurder ziet marktpartijen als immorele zakkenvullers, die over de rug van anderen en natuur en landschap geld willen verdienen. Menig ondernemer en medewerker van een bedrijf ziet vooral ambtenaren als labbekakkers, die alle tijd hebben en vooral zichzelf van de straat houden', schrijven Peter van Rooy, Ab van Luin en Emile Dil in de verantwoording van hun 'praktijkboek gebiedsontwikkeling'. Uiteindelijk hebben ze, om niet al te negatief te willen klinken, gekozen voor een andere titel: NederLandBovenWater. 'Dit vanuit de overtuiging dat gebiedsontwikkeling kan helpen om het in statistieken duikelende Nederland weer boven water te tillen.'

Het nieuwe beleid van minister Sybilla Dekker (VROM, VVD) dat meer vrijheid belooft en samenwerking propageert tussen overheden en projectontwikkelaars, is beslist nog geen praktijk, stellen de onderzoekers. Zij hebben twintig voorbeelden onderzocht van regionale gebiedsontwikkeling, een speerpunt in Dekkers beleid. Niet langer moet het rijk alle details vastleggen, zoals bij de Vinex-wijken uit de jaren negentig. Het rijk moet zich beperken tot de inrichting van de hoofdstructuur, zoals transportwegen en economisch belangrijke regio's. Al het andere wil het rijk overlaten aan provincies, gemeenten, projectontwikkelaars en bewoners. Daarbij moet worden samengewerkt, liefst onder regie van de provincie.

De praktijk is weerbarstiger, zo stellen onderzoekers Peter van Rooy en Ab van Luin van Habiforum, een instituut voor vernieuwend ruimtegebruik, en Emile Dil van het ministerie van VROM. Met de projecten in het boek gaat het de goede kant op, maar vraag niet welke hobbels soms moeten worden genomen. Er worden honderden plannen gemaakt waaraan helemaal geen behoefte is. 'Er wordt heel wat afgehobbyd', zegt Van Rooy. Altijd is wel ergens een ambtenaar bezig aan een een project dat nooit wordt uitgevoerd maar ook nooit formeel wordt gestopt. 'Pappen en nathouden', zegt Van Luin. 'Het zijn projecten van het soort: oplossing zoekt probleem.'

Er is binnen de overheid sprake van een 'risicomijdende cultuur', stellen Van Luin en De Rooy vast. Plannen voor gebieden waar hoognodig iets moet gebeuren, stranden door 'bestuurlijke drukte': er zijn zo veel bestuurders bij betrokken dat het nemen van verantwoordelijkheid niet aantrekkelijk is. 'Anderen staan klaar om te wijzen op onvolkomenheden.' Bestuurders verschuilen zich achter elkaar. 'Een gemeente mag het niet van het waterschap, een waterschap mag het niet van een provincie, voor een provincie ligt het moeilijk bij het rijk en voor het rijk is Brussel een excuus.' Intussen sukkelt Nederland verder. 'De schoonheid van het land staat vrijwel niet ter discussie', zegt Van Luin. Van Rooy: 'Als ik met de trein rijd tussen Utrecht en Den Haag of Amsterdam, zie ik een rommel die doet denken aan de open vuilnisbelten uit de jaren zeventig.' Voor een gebied als het IJmeer zijn sinds de jaren negentig al honderd plannen gemaakt. 'En nog steeds is er niets gebeurd. Terwijl daar iedere dag opnieuw mensen in de file staan. Schandalig. Hoe lang moeten we nog onderaan allerlei statistieken bungelen voordat we investeerders een license to operate geven?'

De ruimte in Nederland moet niet van bovenaf geordend worden. Dat was honderd jaar geleden misschien nuttig ten tijde van de grote woningnood. Tegenwoordig moet je mensen uit een gebied in staat stellen iets te ondernemen zonder alleen maar gehinderd te worden. Geef de regie simpelweg aan 'iemand die in staat is om een groep ondernemende mensen te organiseren', zegt Ab van Luin. Blijf niet emmeren over de regierol van provincies, want ook projectontwikkelaars, gemeenten of een bewonersvereniging hebben blijk gegeven met verantwoordelijkheid te kunnen regisseren. Het gaat om mensen die met hart en ziel aan gebieden zijn verbonden. Een enkele bijna dissidente bestuurder durft verder te springen dan z'n polsstok lang is. Bestuurders als de Groningse gedeputeerde Marc Calon en gedeputeerde Theo Rietkerk uit Overijssel, die niet te beroerd zijn om bij boeren aan de keukentafel uit te leggen wat zij willen dat er met een gebied gebeurt. Van Rooy: 'Iemand als Schiphol-directeur Cerfontaine maakt zich al jaren druk om de Randstad. Luister eens een keer naar die man.'

Projecten die goed lopen dankzij de betrokkenheid en moed van enkele hoofdrolspelers, bezwijken soms uiteindelijk toch onder een vracht aan wetten en regeltjes, onwil en onbegrip. Van Rooy geeft als voorbeeld Op Buuren, een in verval geraakt industrieterrein aan weerszijden van de Vecht. Een projectontwikkelaar kocht het en betaalde de bodemsanering, en kwam samen met Maarssen en een club kenners van het gebied tot een plan voor een cultuurhistorisch verantwoorde bouw van nieuwe, aantrekkelijke dorpen. Helaas, constateren de onderzoekers, besloot de gemeente Utrecht toch naar de rechter te stappen om af te dwingen dat in de buurt bedrijven met een zware milieuhinder mogen worden gevestigd. Dit ondanks het feit dat was afgesproken zich neer te leggen bij een onafhankelijk advies daarover van een buitenstaander. 'Ronduit onfatsoenlijk gedrag', zegt Van Rooy over Utrecht.

Het beleid van minister Dekker is een 'eerste stap' op weg naar een inspirerender bouwbeleid, zeggen de onderzoekers. Er is een mentaliteitsverandering nodig. Er moeten alleen plannen worden gemaakt als daarvoor vanuit het gebied zelf een 'urgentie' wordt gevoeld. De onderzoekers geven als lichtend voorbeeld Enschede, waar na de vuurwerkramp de wijk Roombeek wordt herbouwd met betrokkenheid van de bewoners zelf.

'Je voelt de energie daar in de lucht', zegt Van Rooy. 'Terwijl in delen van Nederland gebouwen worden neergezet die ze in de voormalige DDR aan het slopen zijn, wordt in Enschede een wijk gebouwd waar je over twintig jaar nog fluitend doorheen loopt. Zo kan het straks in heel Nederland.'

    • Arjen Schreuder