'Het moest wel leuk blijven'

Filmer Leo de Boer maakte een documentaire over de Rode Jeugd, een radicale organisatie uit de jaren zeventig die het geweld niet schuwde. 'Ik waardeer de tragedie van het extreem vasthouden aan idealen.'

De Rode Jeugd demonstreert. (Foto IKON) IKON

Het leek een film over een afgesloten verleden: De rode jaren - waren wij terroristen? Hij gaat immers over de Rode Jeugd, in de verre jaren zeventig een Nederlandse versie van de Duitse Rote Armee Fraktion. Maar ineens is hij toch actueel: GroenLinks-senator Sam Pormes, aanvankelijk door zijn partij geroyeerd wegens het verzwijgen van deelname aan een terroristenopleiding van de Palestijnse terreurgroep PLFP in Jemen, werd deze week weer van zijn royement verlost. De film De rode jaren voert mee naar precies dat kamp, Al Halama in Jemen. Filmer Leo de Boer: 'De affaire-Pormes betreft diezelfde reis: er zat inderdaad een Molukker bij. Of dat Pormes is geweest, blijft onduidelijk. Je moest elkaar al kennen, anders wist je niet wie de ander was. Iedereen droeg een schuilnaam.'

In het verlaten kamp wordt gesproken met het RAF-lid dat destijds optrad als schietinstructeur. Daarna culmineert de film in gesprekken met enkele van de 15 voormalige Rode-Jeugdleden die er getraind werden op uitnodiging van de Palestijnen.

Wat leerden ze daar? Hoe je omgaat met kalasjnikovs, ja. Maar het idee dat ze moorden leerden plegen bleef 'heel abstract', vertelt Mirjam, de weduwe van Luciën van Hoesel, voorman van de Rode Jeugd. En verder? De Nederlanders vonden de training een buitenkans, maar 'het moest wel leuk blijven.' Zulk gebrek aan serieuze inzet werd hun niet in dank afgenomen door hun Palestijnse gastheren.

Het vervolg op het verblijf in het kamp in Jemen geeft aan hoe naïef de leden van Rode Jeugd waren, meent De Boer. Eén van hen werd op het vliegveld van Tel Aviv aangehouden door de Mossad, de Israëlische geheime dienst. De PLFP had haar ingezet als verkenner voor een aanslag. Natuurlijk raakte ze in paniek, ze was pas 22. Ze wilde helaas niet meewerken aan deze film, maar in journaalbeelden zien we iemand die fanatiek genoeg is om de agressieve vragen van een journalist helder te pareren.

'Dat vervolgens de hele groep in de publiciteit als terrorist werd aangemerkt, kwam hard aan,' zegt De Boer, 'maar wat dachten ze dan dat ze in Jemen deden?'

Onder invloed van de affaire-Pormes wilde een van hen zijn medewerking aan de film opzeggen. Leo de Boer wist hem te bepraten. 'Iemand onherkenbaar filmen, met een schaduw over zijn gezicht of zoiets, wilde ik niet. Dat werkt juist beschuldigend. Maar ik ben ervan overtuigd dat mensen die zoiets toegeven en vervolgens bereid zijn om er eerlijk op te reflecteren sympathie wekken, en mensen die hardnekkig ontkennen niet.'

Niet veel gewezen Rode-Jeugdleden waren direct bereid om hun verhaal te doen. Het onderlinge contact was verbroken en de reünie die De Boer plande zat er niet in: 'Er is veel gêne en er zijn allerlei onduidelijke openstaande rekeningen. Men verkleint wat er is gebeurd. Niemand zegt: 'we hadden ongelijk'. Hun motivatie blijft overeind. Maar als ze kijken naar de archiefbeelden van zichzelf en hun acties, zie je hoe hun lichaamstaal boekdelen spreekt.'

In aanloop naar de film, een idee van producent Pieter van Huystee en researcher Hans Dortmans, verkende regisseur Leo De Boer (53) zijn eigen politieke houding in de jaren zeventig. Het was de tijd dat je links was óf rechts, iets ertussenin was niet denkbaar. 'Ik was een linkse meeloper. Ik kocht de werken van Che Guevara, die ik niet las. Ik liep mee in Vietnamdemonstraties, maar stenen gooien deed ik niet. De jaren zestig waren in de jaren zeventig snel voorbij. Ludieke acties werden hard afgestraft, het idealisme was vakkundig verstikt. Dat legitimeerde voor sommigen een militante ontwikkeling. Die begon met een baksteen naar de politie en gleed af tot het fabriceren van bommen. Niettemin, zij deden wat wij linkse studenten alleen maar beleden en dat laat me niet koud. En ik ben een romanticus. Ik waardeer de tragedie van het extreem vasthouden aan idealen.'

De leden van de Rode Jeugd propageerden geweld als middel om de wereld te veranderen. Iemand doden was 'een technische kwestie', en 'iedere volwassene is medeverantwoordelijk voor de maatschappij', dus onschuldige slachtoffers bestonden niet. Stoere taal. Maar, horen we in de film, toen de Rode Jeugd een bankoverval had beraamd, kon er niemand gevonden worden die 'm daadwerkelijk wilde plegen.

De rode jaren - waren wij terroristen? Vanavond, IKON, Ned. 1, 23.00-23.52 u.

    • Joyce Roodnat