Het einde van de laatste planeconomie in Europa

De Wit-Russische dictator Loekasjenko zag de bui allang hangen. 'Ik weet niet of ik u echt moet feliciteren', somberde hij twee maanden geleden. Dat was bij de opening van weer een installatie om een dorpje van gas te voorzien. In zijn nieuwe vijfjarenplan, even later in Minsk met een daverende ovatie ontvangen door de Volksassemblee, stond 'energieveiligheid' voorop. Wit-Rusland moet zijn afhankelijkheid van Russisch gas verminderen. Het land moet een kwart meer hout en kolen stoken.

Wat de meeste analisten al een tijd voorspelden, volstrekt zich nu. Het Kremlin hielp zijn lastige vazal, 'vadertje' Aleksandr Loekasjenko, door zijn herverkiezing uit vrees voor een nieuwe 'kleurenrevolutie'. Het Kremlin begroette zijn frauduleuze zege van 82,6 procent met een felicitatie. En meteen daarna kondigde energieconcern Gazprom een vervijfvoudiging van de gasprijs aan voor het importafhankelijke Wit-Rusland. Nu slinkt die eis tot een verdrievoudiging, maar ook dat lijkt voor de laatste planeconomie van Europa moeilijk op te brengen. Wit-Rusland betaakt nu 46 dollar voor 1.000 kuub gas, nog geen vijfde van de marktprijs.

Kan het dorpje dat Loekasjenko op het gasnet aansloot, volgend jaar de rekening nog betalen? Binnenkort zal blijken of het Wirtschafstwunder van Loekasjenko - jarenlange, gestage groei van 7,5 procent in het rigide kader van een planeconomie - een serieus alternatief is voor bestaande (neo)liberale groeimodellen. Want dat valt op opiniepagina's van westerse kranten als The Guardian te lezen. Of handhaaft Wit-Rusland zich louter door verdachte Russische vrijgevigheid en een gunstige conjunctuur voor olie, metaal, chemicaliën en kunstmest?

Tachtig procent van de Wit-Russische economie is in staatshanden, zo luidt de conventionele schatting. Wat de staat tolereert aan het midden- en kleinbedrijf zucht onder een draconisch belastingregime: 121 procent van de winst als je het netjes wil spelen. Wie zaken wil doen, weet wel beter: hij bedelt bij de mannen van de president om privileges en vrijstellingen. Dat kost ook geld, maar minder dan de fiscus. 'Onze economie cirkelt rond het presidentieel paleis. Daar bepalen ze of je een staats- of privé-bedrijf bent en de hoogte van je aanslag. Je hebt ondernemingen die staatsbedrijf zijn omdat er één roebel staatsgeld inzit. Je hebt privé-bedrijven die door ambtenaren worden gerund. Alles loopt grijs en chaotisch door elkaar, en wij noemen het planeconomie.'

Aan het woord is Aleksandr Sosnov, een technocraat die Loekasjenko twee jaar als minister diende. 'Een marktman, maar eerlijk', kwalificeerde de president hem toen. We zitten op een parkeerterrein in zijn roestige Volvo achter beslagen ruiten: de bar van ons hotel Planeta acht Sosnov als broeinest van KGB-informanten onveilig. Niet dat de statistieken die hij ons toont Loekasjenko schaden, maar zijn denktank IISEPS is verboden is en zijn statistieken dus ook (zie 'Verboden statistiek').

in Wit-Rusland is voor iedereen werk, als hij zich politiek afzijdig houdt ten minste: sinds 2002 werkt elke Wit-Rus verplicht op basis van een jaarcontract. Een groep van zo'n 133 winstgevende staatsfabrieken - kunstmest, olieraffinage, tractors en zware trucks van BelAZ, televisies van Horizont - houdt de verliesgevende sectoren overeind, en duizenden tot 'coöperatieven' omgedoopte kolchozen. Productie verloopt via een plan, distributie middels een quota: de winkels in Minsk bieden een van hogerhand vastgesteld percentage producten uit Minsk, uit de rest van Wit-Rusland en uit het buitenland. De radio draait verplicht 75 procent Wit-Russische volksmuziek.

Dit systeem van planning, monopolie en protectionisme levert eindeloos gesjoemel op, maar ook een gestaag groeiende, bescheiden welvaart. Inkomensverschillen zijn klein, corruptie niet 'verbijsterend hoog', zoals de president zelf zegt. De treinen van Wit-Rusland rijden zonder dure restauraties, zoals elders in de Sovjet-Unie, maar iedereen kan voor een halve euro opgewarmde koolsoep en aardappelpuree in plastic bakjes bestellen, made in Minsk. De Bourgondiër koopt daar een zakje gedroogde visreepjes bij. Naar drankwinkels moet je lang zoeken: sportman Loekasjenko houdt niet van alcoholmisbruik.

Wit-Rusland biedt een veilig en voorspelbaar leven en jaagt zijn burgers steeds de stuipen op het lijf met het barre lot van andere Sovjetrepublieken, waar monopolistisch bandietenkapitalisme tot verpaupering, moord en onrecht leidde. Dan liever het propere en gelijkmatige Wit-Rusland. 'Ja, wij leven in een arbeidersparadijs', lacht ex-minister Sosnov hol. 'Nog vijf jaar door met ons monster Loekasjenko, dan is zijn zoon oud genoeg om het roer over te nemen.'

Vaak beloofde Loekasjenko delen van de economie te privatiseren, maar in praktijk breidt hij zijn greep eerder uit. Het ligt in zijn aard, zegt zijn oude mentor, ex-landbouwminister Leonov. 'Hij moet gewoon alles in handen hebben, ijverige kolchozebaas als hij is.' Zo nationaliseerde de president vorig jaar nog de vrije wereld der fotomodellen.

Hoe ging dat? Eerst een, niet geheel onzinnige, mediacampagne over modellenbureaus als dekmantel voor porno, vrouwenhandel en seksuele slavernij. Loekasjenko nam de zaak hoog op. Fotomodellen waren een 'strategische economische sector', verordonneerde hij. Eerst liet hij bureau Zara dichtspijkeren en de eigenaar voor 2,5 jaar in het gevang zetten, toen het oude, respectabele Tamara, daarna het bureau met de ongelukkige naam 'Olifantmodellen'.

Een half jaar later zijn zestien van de achttien Wit-Russische modellenwebsites dood en resteren nog twee bureaus, die nu 'fotomodellenscholen' heten. Alleen daar afgestudeerde fotomodellen mogen voortaan in het buitenland werken; elk model moet minimaal 320 uur informatica, recht, mode en psychologie studeren, aldus Sergej Nagorni, hoofd van een zo'n school. Het valt hem niet mee om aan de staatseisen te voldoen: 6,7 m2 studieruimte per fotomodel, een apart modellenziekenhuis en modellenslaapzaal. 'Maar we werken eraan.' Praten wil Nagorni liever niet: een eerder krantenstuk kostte hem klanten in Amerika en Canada. Ze denken daar nu dat hij een soort staatsrobotten levert.

Om deze nieuwe staatshandel te beschermen, verbood Loekasjenko meteen ook maar elk buitenlandse gezicht in Wit-Russische reclame. 'Ik vroeg mijn minister: waar zijn toch onze schoonheden?', riep de president op tv. 'Werken in het buitenland', antwoordde die. Ongehoord! Dus ging ik voor u aan de slag.' Resultaat: voor de straten van Minsk, waar reclame toch al zeldzaam is, moet L'Oréal een lokale Sveta zoeken om Scarlet Johansson te doen vergeten, en Luis Vuitton een Oksana voor Lindsay Lohan. President Loekasjenko boekte overigens meteen succes met zijn genationaliseerde modellen: Supermodel van de Wereld 2006 heet Katja en komt uit Wit-Rusland.

Hoelang blijft hett Loekasjenkisme werken? Het antwoord ligt in Moskou, evenals de verklaring van de huidige, relatieve voorspoed. Wit-Rusland geniet sinds 1996 alle voordelen van een Douane-unie met Rusland. Die moet eens tot volledige economische integratie leiden, maar Loekasjenko houdt die boot liever af. Wel geniet hij van de voordelen. Zijn energie-intensieve industrie draait op goedkoop Russisch gas, zijn twee raffinaderijen draaien op topcapaciteit door Russische olie - voor Russische olieconcerns is het belastingtechnisch zeer voordelig olie daar te laten bewerken en het dan pas te exporteren. Ook ligt de uitgestrekte Russische markt wijdopen voor Wit-Russische producten, terwijl Loekasjenko zelf met zijn quotasystemen Russische producten weert. Leidt Loekasjenko dan toch even gebrek, dan staat het Kremlin altijd met het chequeboek klaar voor een nieuwe lening.

Vanwaar die extreme gulheid? Analist Jaroslav Romantsjoek: 'Het is de logica van de drugsdealer. Investeer eerst om je klant verslaafd en afhankelijk te maken, verdien dan je investering terug.' Achter de vrijgevigheid zit een onuitgesproken schema: Loekasjenko sluit zijn land af voor westerse concurrentie en staat Russen toe zijn economie te privatiseren. Dat eerste deed hij al, dat tweede stelt hij uit. Zo investeerde de Russische biergigant Baltika tientallen miljoenen in een lokale brouwerij en nam Loekasjenko dat geld gewoon in beslag. Loekasjenko betaalde pas terug toen een Russische rechter bepaalde dat in dat geval een groot vakantiecomplex aan de Zwarte Zee voortaan niet meer voor vermoeide Wit-Russische ambtenaren, maar voor bierbrouwers bestemd was.

Dealer Poetin is zijn geduld met junkie Loekasjenko allang verloren. Want die neemt, belooft en stelt uit. Nu wordt het tijd om te geven, en het Kremlin heeft alles in handen voor een pijnlijke cold turkey. Gas is één Russische drukmiddel, de eenzijdige Wit-Russische oriëntatie op de Russische markt een ander. Romantsjoek: 'Wit-Russische managers denken slechts aan het vervullen van hun productieplan: dit jaar 19 procent meer zware trucks voor de mijnbouw. Marketing, het openleggen naar nieuwe markten voor die zware trucks: het is voor hen koeterwaals. Terwijl er wereldwijd grote vraag is naar die trucks. Maar Rusland neemt toch wel af.'

Of opeens niet meer. Het is volstrekt helder wat het Kremlin wil: het Wit-Russische gasleidingnet voor Gazprom, de rest van het bedrijfsleven verdeeld onder Russische oligarchen met de juiste connecties. En dat is dan het einde van de laatste planeconomie van Europa.

    • Coen van Zwol