Europees Hof verbiedt afkoop vakantiedagen

Werknemers in de Europese Unie die in een bepaald jaar hun jaarlijkse minimumvakantie niet (volledig) opnemen, mogen daarvoor in een volgend jaar geen financiële vergoeding krijgen.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen bepaald in een zaak die aanhangig was gemaakt door de Nederlandse vakcentrale FNV. Het arrest betekent een overwinning voor de vakcentrale.

Aanleiding voor het geschil was een door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitgebracht brochure 'Nieuwe vakantiewetgeving: meer ruimte voor maatwerk' uit februari 2001. Daarin staat dat werknemers vakantiedagen kunnen opsparen en naar volgende jaren kunnen overdragen. Bovendien zouden zij tegen vergoeding afstand kunnen doen van het opnemen van vakantiedagen. Volgens het ministerie komen opgespaarde vakantiedagen die uit voorgaande jaren, wettelijke en bovenwettelijke, in beginsel in aanmerking voor afkoop.

De FNV was het niet eens met deze uitleg door Sociale Zaken. Zij zou in strijd zijn met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. De vakcentrale stapte naar de rechter, die de kwestie voorlegde aan het Hof van Justitie in Luxemburg, de hoogste rechterlijke instantie als het over Europese regelgeving gaat.

Het Hof benadrukt in zijn arrest het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. Werknemers moeten, aldus het Hof, in het belang van een doeltreffende bescherming van hun veiligheid en gezondheid daadwerkelijke rust genieten.

Overdracht van vakantiedagen naar een volgend jaar hoeft volgens het Hof geen afbreuk te doen aan deze bescherming. Maar verkoop van de overgedragen jaarlijkse minimumvakantie mag volgens het Hof niet. Want dan vormt de financiële vergoeding die daar tegenover staat 'een met het doel van de richtlijn onverenigbare prikkel om afstand te doen van vakantierust of om werknemers ertoe te brengen daarvan afstand te doen', aldus het Hof.

Verkoop van vakantiedagen die boven het wettelijk minimum uitgaan, blijft wel mogelijk.