'Er zijn ergere dingen dan overlijden'

Na een beroerte gaan in het ene ziekenhuis meer mensen dood dan in het andere.

Vergelijkingen zeggen niet zo veel. En het is gevaarlijk als de arts ernaar gaat handelen.

Na een herseninfarct gingen in het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis in Woerden in 2004 vier van de honderd patiënten binnen een half jaar dood. In het Amsterdamse Lucas Andreas Ziekenhuis bijvoorbeeld waren het er 26 van de 97. Betekent dit dat de neurologische zorg in Woerden beter is dan in Amsterdam?

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) maakte gisteren voor het tweede jaar op rij inzichtelijk hoe het met de zorg in de Nederlandse ziekenhuizen is gesteld. 'Na een proefjaar hebben we nu voor het eerst harde cijfers over de kwaliteit van de zorg in de Nederlandse ziekenhuizen', zegt hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg Patrick Edgar van de IGZ.

Ziekenhuizen moeten complicaties na operaties bijhouden, ze moeten opgeven hoeveel doorligwonden patiënten hebben, hoe vaak mensen aan dezelfde aandoening meermalen geopereerd moeten worden en - zoals bij beroertes - hoeveel eraan dood gaan. Met dertig 'prestatie-indicatoren' wil de inspectie een beeld krijgen van de kwaliteit van de zorg in ziekenhuizen.

Maar is Woerden echt beter dan Amsterdam? John Taks, directeur zorg van het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis in Woerden: 'In 2005 hebben we het nog beter gedaan: twee overleden mensen op een patiëntengroep van 109 mensen.' Henry Weinstein, neuroloog in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis: 'Dit zegt niets over de kwaliteit van de neurologische zorg in een ziekenhuis.'

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Berry Kremer, steunt hem daarin. Patiënten met een herseninfarct verblijven gemiddeld twee weken in het ziekenhuis. Dan worden ze overgeplaatst naar een verpleeghuis of een revalidatiecentrum. Als iemand na 169 dagen overlijdt, kan dat met heel veel andere dingen te maken hebben dan met de kwaliteit van de neurologische zorg in het ziekenhuis.

Neurologen vergaderden daarover tijdens een beleidsdag eind vorig jaar. Aan sterfte na zeven dagen, zeiden ze, zou bijvoorbeeld veel beter zijn af te lezen hoe het met de zorg in een ziekenhuis is gesteld. Maar daarvan zegt hoofdinspecteur Edgar: 'Er is geen kunst aan om iemand - zelfs na een vreselijk auto-ongeluk - zeven dagen in leven te houden, zo nodig met een hart-longmachine en beademing.' Ook neuroloog Kremer erkent dat artsen ernaar zouden kunnen handelen. Een neuroloog zou patiënten in een slechte conditie kunnen weigeren, of hen doorverwijzen. Een neuroloog zou iemand bewust langer kunnen laten leven, 'net als bij Sharon'.

Bovendien zijn er ergere dingen dan overlijden, zegt Kremer. 'Als bij een patiënt van 85 een hersenhelft uitvalt en hij niet meer kan communiceren, kan een arts besluiten bij complicaties niet meer te behandelen.' Bovendien gaat het, in dit geval bij beroertes, om kleine aantallen. In Amsterdam bijvoorbeeld wonen meer oudere mensen en misschien ook wel meer patiënten die bloedverdunnende medicijnen gebruiken, waardoor ze moeilijker te opereren zijn.

Medisch specialisten willen best laten zien hoe ze hun werk doen, maar dan gespecificeerder dan dood of niet dood en jonger of ouder dan 65 jaar. In welke conditie komen patiënten binnen en hoe gaan ze weer naar buiten, zou bijvoorbeeld een goede indicator van de kwaliteit van zorg zijn, zeggen neurologen. Maar Edgar zegt: 'De overlevingskans van een patiënt van 64 is ook hoger dan van iemand van 66. Je kunt eindeloos nuanceren, maar dan meet je de conditie van afzonderlijke patiënten en dat zegt niets.'

De inspectie wil zicht krijgen op wat er in de ziekenhuizen gebeurt; eerst om de trends en later om de instellingen op slechte resultaten te kunnen aanspreken. En als blijkt dat 80 procent van de ziekenhuizen aan een eis voldoet, dan wordt dat de norm en moet de overige 20 procent daar ook aan voldoen. De meeste ziekenhuizen hebben bijvoorbeeld, sinds de inspectie daarom gevraagd heeft, een stroke-unit. Daar kunnen patiënten na een beroerte 24 tot 48 uur intensief geobserveerd en verpleegd worden. Als straks alle ziekenhuizen zo'n afdeling hebben, wordt die eis vervangen door een andere.

De inspectie kent de bezwaren tegen het bekendmaken van sterftecijfers na een beroerte. Andere wetenschappelijke verenigingen hebben soortgelijke discussies.

Deze sterftecijfers zeggen niet alles, maar wel iets over de hersenzorg in een ziekenhuis, zegt Edgar. Hij is niet bang dat een ziekenhuis daarvoor een prijs betaalt in de vorm van patiënten die wegblijven omdat ze wel de cijfers kennen maar niet de nuances.

In de Verenigde Staten blijken ziekenhuizen die met de hoogste sterftecijfers al jarenlang onderaan de ranglijsten staan, nauwelijks minder door patiënten te worden bezocht. Edgar: 'Mensen denken: mij zal dat niet overkomen. Of: het ziekenhuis zal nu zijn best doen om beter te worden. Het effect op patiënten en zorgverzekeraars blijkt beperkt. Het grootste effect is op het ziekenhuis zelf.'

Kijk voor de cijfers van ziekenhuizen op nrc.nl.

    • Esther Rosenberg