Brussel: 235 miljoen voor 'Europagevoel'

Voor de komende zeven jaar reserveert de Europese Unie 235 miljoen euro om het 'Europagevoel' te stimuleren. Daartoe heeft het Europees Parlement gisteren besloten.

Het geld gaat vooral naar stedenbanden, maar ook naar uitwisselingsprojecten en manifestaties. De 483 Nederlandse gemeenten onderhouden samen ruim 800 stedenbanden, voornamelijk met andere Europese gemeenten en 65 met plaatsen in Afrika.

De grote Nederlandse partijen in het Europees Parlement zijn tevreden over het beschikbaar gekomen bedrag. Europarlementariër Emine Bozkurt (PvdA): 'Het is voor de toekomst van Europa van groot belang dat we meer samen doen. We moeten minder naar binnen gekeerd zijn.'

Het Europees Parlement wil met de 235 miljoen euro een 'actief Europees burgerschap' stimuleren. Het geld zal voor het eerst ook gaan naar het inrichten van Europese gedenkplaatsen, onder meer voor slachtoffers van de nazi's en het stalinisme.

De Finse liberaal Hannu Takkula, die als rapporteur het standpunt van het parlement formuleerde, hoopt met de subsidie 'lijdzame of zelfs aan Europa twijfelende burgers' te bereiken. Lambert van Nistelrooij (CDA): 'We hebben vol overtuiging voor gestemd. Het geld is bestemd voor bevordering van de participatie. Contacten met personen in andere landen brengt veel mensen een glimlach op het gezicht.'

Jules Maaten (VVD) wijst erop dat het om een betrekkelijk klein bedrag gaat. 'Minder dan 10 eurocent per Europese burger. Mensen weten weinig van Europa en staan vaak sceptisch tegenover de EU. Wij vinden daarom dat je best wat geld uit mag geven om Europees burgerschap te stimuleren. Niet ter vervanging van het Nederlanderschap, maar als burgerschap ernaast', aldus Maaten.