Zweden hanteerde rassenwet

Zweden die wilden trouwen met “arische' Duitsers moesten vanaf 1937 een schriftelijke verklaring afgeven dat ze niet van joodse komaf waren. Deze eis van het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken was in overeenstemming met de Neurenbergse rassenwetten van de nazi's. Dat blijkt uit een onderzoek naar het Zweedse oorlogsverleden, dat gisteren werd gepresenteerd. Premier Göran Persson gaf in 2000 opdracht voor het onderzoek.

Van Zweden was al langer bekend dat het land royaal tegemoet kwam aan wensen van de nazi's, mede uit vrees voor bezetting. Het land exporteerde ijzererts naar Duitsland, waaraan de oorlogsindustrie grote behoefte had, en de Duitse Wehrmacht kon de invasie van Noorwegen uitvoeren via Zweeds grondgebied.

“Maar we hebben ook terreinen van collaboratie gevonden die we nog niet kenden“, aldus historicus Klas Amark. Een van de opvallendste was dat lutherse priesters na 1937 weigerden een huwelijk in te zegenen tussen “arische' Duitsers en Zweedse joden. “De regering en de autoriteiten deden wat ze noodzakelijk achtten om de vrede te bewaren. Maar ik denk dat ze méér deden dan noodzakelijk was“, aldus Amark, die deze houding verklaart uit de innige banden tussen de Zweedse elite en Duitsland en het latente antisemitisme in Zweden. “Zweden heeft een probleem met de ethiek van de neutraliteit.“