Uren bladeren in onzin

Onzin kan niet hoog genoeg worden geprezen, alleen al daarom mogen we ons verheugen over de verschijning van de Lof der onzin door Bruno Post, een bloemlezing van stukken over rariteiten, nutteloze zaken, en ander moois dat tot niets leidt. Onzin sticht, onzin troost. Men kan het volgens Post gebruiken als een antidepressivum: “Als de herfst in mijn ziel is geslopen, wend ik mij naar mijn archiefkast met het bondige opschrift “Onzin“. Vele uren lezen en bladeren later kom ik getroost weer omhoog uit mijn leren clubfauteuil en zie het leven met nieuw elan tegemoet.' Uit die archiefkast heeft de auteur voor Lof der onzin geput. Ook met Posts inleidende regels ben ik het eens: “Onzin is altijd interessanter dan zinvolle, gezonde gezelligheid. Onzin wijst de weg naar het ware leven. Daar waar het geschater klinkt, de kosmische giechel.'

Boek: Bruno Post, Lof der onzin. Balans, 224 p., 15 euro

Ik noemde Lof der onzin een bloemlezing. Het kan ook niet anders zijn, onzin is immers oeverloos, het is overal. De keuze die Post maakte had duizend maal duizend anders kunnen zijn, maar zou waarschijnlijk even leuk zijn geweest. Want leuk is de greep die hij deed. We lezen over de wenselijkheid van een klein voorhoofd bij ossen, genieten van de uitspraak “Het is de plicht van de intellectuelen om als klasse zelfmoord te plegen' (Che Guevara), nemen kennis van een woordschaal als “altijd' (99%), “zeker' (95%), “vaak' (59%), nooit (3 %) en “bijna nooit' (2%), vinden een titel als Über die Präventivwirkung des Nichtwissens (1968), krijgen een uiteenzetting over de geschiedenis van de Lederhose, bewonderen de resultaten van de wetenschappelijke discipline van de Deskundologie in het kader van de Stichting Openbaar Kunstgebit (koeienprotheses, valhelm met kunstgebit), stuiten op de juiste titulatuur en aanspreekvormen van geestelijken, worden opgeroepen ons oor te luister te leggen voor de zwijgende getuigenissen van zwerfmatrassen, we ontmoeten oude vrienden als eenhoorn, centaur, harpij en blauwbilgorgel, en vernemen dat men erg voorzichtig moet omgaan met het wassen van tekkels: de beschermende vetlaag op de huid verdwijnt, de anaalklieren naast de anus kunnen ontstoken raken zodat de hond met zijn billen over de grond gaat schuiven - het zogenaamde sleetje rijden - om van de jeuk af te komen. Onzin vermaakt, onzin sticht, en wordt aanstekelijk vereerd in dit natuurlijk volstrekt incomplete naslagwerk.

Boek: Bruno Post, Lof der onzin.

Balans, 224 p., 15 euro

    • Atte Jongstra