Sterftecijfer na beroerte verschilt sterk

Het aantal patiënten dat binnen een half jaar na een herseninfarct overlijdt, verschilt sterk per ziekenhuis: van 4 procent in het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis in Woerden tot 33 procent in Ziekenhuis Lievensberg in Bergen op Zoom.

Dat blijkt uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de prestaties van ziekenhuizen in 2004, dat vanavond wordt bekendgemaakt. Volgens hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg Patrick Edgar zijn dit de eerste “harde cijfers over de kwaliteit van de zorg in de Nederlandse ziekenhuizen“. Ook staan in het rapport gegevens over het aantal doorligwonden, het aantal intensive-careartsen, pijnbestrijding en het aantal door het ziekenhuis afgezegde operaties. Van de 7.795 operaties in het VUmc bijvoorbeeld zegde het ziekenhuis er 518 af (6,6 procent). Van de 19.827 operaties in het UMC Utrecht zegde het ziekenhuis er 428 af (2,2 procent). Met dertig indicatoren waarover ziekenhuizen gegevens moeten leveren, wil de inspectie een beeld krijgen van de kwaliteit van de zorg en die verbeteren.

Ook voor de Nederlandse Vereniging voor Neurologie zijn dit de eerste gegevens over “aspecten van de kwaliteit van neurologische zorg in Nederland“. In de 63 ziekenhuizen die sterftecijfers rapporteerden over 2004 werden 17.730 patiënten met een herseninfarct of hersenbloeding opgenomen, van wie 15 procent na een half jaar overleed (circa 2.600 mensen). Driekwart van de patiënten was 65 jaar of ouder en bij ruim 80 procent van hen was sprake van een herseninfarct.

Sinds 1996 zijn zorginstellingen verplicht verantwoording af te leggen over de kwaliteit. Vorig jaar heeft de inspectie gegevens gepubliceerd over 2003, maar toen konden de meeste ziekenhuizen geen gegevens leveren. Minister Hoogervorst neemt het rapport vanavond in ontvangst.

Ziekenhuizen: pagina 3