Sick building syndrome

Je hebt gebouwen die mensen mooi, en gebouwen die mensen lelijk maken. De Heineken Music Hall in Amsterdam, bijvoorbeeld, maakt mensen mooi, viel me onmiddellijk op toen ik er laatst voor het eerst binnen was gelopen. Mensen gaan er uít, natuurlijk, dat draagt zeker tot hun schoonheid bij. Maar dat is het niet alleen - er is iets in de proporties en de belichting dat de bezoekers voordelig doet uitkomen en zelfs als de grote zaal vol is, met 5.500 bezoekers, heeft hij nog iets aardigs. Dat soulzangeres Leela James een beetje tegenviel - veel oproepen tot meezingen en meeklappen maar weinig muziek - deed daaraan niets af. Het was trouwens ook gezellig dansen op de afterparty, in de zestien meter hoge foyer.

Het ratjetoe van gebouwen dat de Tweede Kamer in Den Haag huisvest, maakt de mensen erin lelijk, mijzelf incluis. Ik voel me er ongemakkelijk, ja zelfs rondweg ongelukkig. Als ik 's avonds, meestal als enige journalist, een Kamerdebat moet volgen vanaf de meestal geheel lege, in groen uitgevoerde publieke tribune heb je zicht op die enorme arena beneden met die protserige blauwe stoelen in fel wit licht, waarin een handjevol Kamerleden er het beste van probeert te maken. Wie daar na een uurtje niet melancholiek van wordt, is mijn vriend niet.

Ik heb enorm de pest aan het gebouw van de Tweede Kamer. Omdat ik er na zes jaar nog steeds verdwaal, bijvoorbeeld. Het complex ontbeert iedere logica omdat het behalve nieuwbouw ook nog een groot aantal oudere gebouwen omvat, ieder met hun eigen structuur en logica maar zonder eigen in- of uitgangen. Het ministerie van Justitie, een neogotische constructie, heeft nog het meest zijn vroegere sfeer behouden. Het voormalig ministerie van Koloniën daarentegen is een nachtmerrie - ik kan er nooit de uitgang naar de andere delen van het complex vinden, en het is opgeschilderd in kleuren groen en grijs, die in de natuur terecht niet voorkomen.

Het is niet alleen dat ik er in verdwaal, ik vind het complex ook echt lelijk, vanaf het moment dat ik het betreed tot het moment dat ik er weer uit mag. Het duurt meestal een tijdje voordat ik de akelige sfeer van het gebouw uit mijn brein verdrongen heb. Die grijsmarmeren gangen met hun onprettige akoestiek. Die van schel neonlicht voorziene commissiekamers, waarin de arme Kamerleden en ministers voor de publieke tribune te kijk moeten zitten in een halfronde opstelling, die aan het Laatste Avondmaal doet denken. Die afzichtelijke, veel te grote hal, die aan een stalinistisch metrostation doet denken, al zijn die meestal dragelijker. De Nederlandse Tweede Kamer der Staten-Generaal is gevestigd in een sick building, niet omdat er iets mis is met de luchtbehandeling, maar door zijn lelijkheid.

Ik heb lang gedacht dat het aan mij lag. Dat ik veel politici zulke slechte sprekers vond, omdat ik arrogant hoge verwachtingen koesterde ten aanzien van de retorische gaven van de medemens. Dat ik vanwege geestelijke luiheid bij avondvergaderingen door treurigheid werd bevangen. Dat mijn irritatie dat elk debat zo lang duurt, getuigde van onwil mij te verdiepen in het democratisch proces. Maar sinds mijn bezoek aan de Heineken Music Hall, nota bene van hetzelfde architectenbureau als de Tweede Kamer, weet ik beter: politiek is mooi, het is gewoon dat gebouw.

Raymondvan den Boogaard

woensdag@nrc.nl

    • Raymond van den Boogaard