Schuldgevoelens over Rwanda

Shooting Dogs. Regie: Michael Caton-Jones. Met: John Hurt, Hugh Dancy, David Gyasi. In: De Uitkijk, Amsterdam; Lumière, Maastricht; Lux, Nijmegen.

Voor wie vorig jaar Hotel Rwanda zag, heeft het vergelijkbare Shooting Dogs weinig verrassingen in petto. Beide films spelen zich af tegen de achtergrond van de genocide in de Afrikaanse staat Rwanda, die in 1994 honderdduizenden mensen het leven kostte. Regisseur Michael Caton-Jones van wie nul ook Basic Instinct 2 in de bioscopen te zien is, doet niet erg zijn best om uit te leggen hoe dat ook weer zat met de Hutu's en de Tutsi's. Wie vermoorde nou ook alweer wie en waarom? Er is sprake van een Hutu-president die met vliegtuig en al wordt neergeschoten, en van de moorddadige Interahamwe-milities, die het op alle Tutsi's en zelfs op gematigde Hutu's voorzien hebben. Maar er is vooral angst en onzekerheid. En misschien is dat ook precies het gevoel wat we met de twee hoofdpersonen, veteraan missiepriester Christopher (John Hurt) en de idealistische leraar Joe (Hugh Dancy) moeten delen. Wat is er aan de hand? En wat kunnen zij daaraan doen, behalve pappen en nathouden? Het terrein van hun missieschool bood al onderdak aan Belgische VN-militairen met de idioot-precieze opdracht de vrede te “bewáken' en verandert in april 1994 in een ad hoc vluchtelingenkamp.

Net als Hotel Rwanda is Shooting Dogs op ware gebeurtenissen gebaseerd, in dit geval op de getuigenissen van BBC-cameraman en coscenarist David Belton, die in interviews rondom de film verklaarde zich altijd schuldig te hebben gevoeld dat hij zich toen het eenmaal kon zo snel uit Rwanda had laten evacueren. Wat had hij het op hem gebaseerde personage van Joe verder nog kunnen laten doen? Dat blijft in de film een hypothetische vraag. Want net als in Hotel Rwanda worden de pijlen op de VN gericht. Die had meer móeten doen, willen de filmmakers beweren. En in die documentair-realistische, met veel oog voor de stoffige hectiek van hoofdstad Kigali gefilmde geschiedenisles wordt ons wordt ons het paradoxale “de vrede bewaken heeft alleen zin als je ook bereid bent ervoor te vechten' geleerd.

Shooting Dogs begint pas echt aan te komen bij de credits aan het eind van de film. Dan blijkt hoeveel familieleden van slachtoffers en mensen die de slachtpartijen hebben overleefd aan de film hebben meegewerkt. Als cateraar, of camera-assistent, figurant of costumière. Dat is rijkelijk laat.

    • Dana Linssen