“Samenwerking heeft meer effect dan spierballentaal'

Om de illegale handel in chemische wapens te bestrijden, werken zestien landen samen. Gisteren oefenden ze in de Rotterdamse haven.

De nieuwbouw van het scheepvaart- en transportcollege in Rotterdam geeft een indrukwekkend beeld van de grootste haven ter wereld. Vanaf de dertiende verdieping lijken zelfs grote containerschepen op speelgoedbootjes.

Maar die onschuldige aanblik kan bedriegen. Want, zegt Frank van Beuningen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, elk schip kan massavernietigingswapens aan boord hebben, of chemische stoffen voor terroristisch gebruik. “En dan we moeten zo snel mogelijk ingrijpen.“

In het gebouw was gisteren en vandaag een oefening in het kader van het Proliferation Security Initiative (PSI), gericht op de illegale handel in chemische wapens. “Als we met groots machtsvertoon een schip bestormen, is het eigenlijk al te laat.“

Het PSI is drie jaar geleden opgericht door de Verenigde Staten. Het beoogt internationale samenwerking om de smokkel in chemische wapens tegen te gaan. Bij de oefening in de Rotterdamse haven zijn zestien landen betrokken, nog eens dertien landen fungeren als waarnemer. Vandaag speelt een scenario waarbij een schip met een verdachte lading chemische stoffen gecontroleerd moet worden. Van Beuningen: “Daarbij gaat het vooral om de internationale samenwerking en niet om spierballentaal.“ Hoe vaak PSI zijn waarde al heeft bewezen, kan hij niet zeggen. “Er zijn elke dag zaken in Rotterdam waarvan we denken: laten we even extra kijken.“

Maar nu is het serieus. De Nedrelandse delegatie moet een schip in buitenlandse wateren identificeren, dat in samenwerking met andere landen gecontroleerd moet worden. Voor de printer is het dringen, mannen met onderscheidingen lopen onrustig heen en weer en een brandweerman tuurt ongedurig naar zijn beeldscherm. “Ja“, roept iemand, “Spanje is binnen. Duitsland heeft nog geen antwoord gegeven.“ Geen paniek. “Het kopieerapparaat is aan het einde van de gang. Moet je mijn code even hebben?“

In de kamer zitten tien mensen achter beeldschermen. Van Beuningen: “Als een schip met een gevaarlijke stof op weg is naar een bepaalde plek en in een trein zit een andere chemische stof die ook op weg is naar diezelfde plek, dan moeten we dat zo snel mogelijk herkennen en stoppen.“

Het gaat vooral om grensgevallen. Vooraf is vaak moeilijk in te schatten voor welke doeleinden de stoffen worden gebruikt. “We kunnen niet inschatten hoeveel we hadden laten lopen zonder PSI.“ Iemand slaakt een opgeluchte kreet. “Ik heb hier de gegevens van de Estonia, vijfmaal.“ Vanuit de hoek van de kamer komt de reactie. “Hou even een exemplaar bij je, wil je?“

Een etage hoger zitten de andere landen. De kamers zijn ingericht als op een boot, met het zicht naar buiten en met een rond raam in de deur. In elke kamer hetzelfde beeld: een paar druk pratende mannen, onderuitgezakt, met daarbij de vragen voor de oefening op een beeldscherm. De Polen en de Noren zijn te druk voor een bezoekje van de pers, maar de Duitsers hebben wel even tijd. Zij zijn bezig met de vraag welke autoriteiten moeten worden ingeschakeld als een schip met mosterdgas wordt gesignaleerd. Ver beneden hen in de Nederlandse wateren varen de schepen rustig verder.

Van Beuningen: “We hebben dankzij het samenwerkingsverband in elk geval één keer een verdachte lading in Nederland in beslag kunnen nemen.“ Hoe reëel de smokkel van chemische stoffen in de Rotterdamse haven is, weet hij niet. “Met deze oefening richten we ons niet specifiek op Rotterdam. Het kan overal gebeuren.“

    • Huib Modderkolk