Ruzie over dossiers van Securitate voorbij

Na een week van protesten en commotie is in Roemenië de voorzitter van het Nationaal College voor het Bestuderen van de Securitate-Archieven (CNSAS), Corneliu Turianu, afgetreden. Dat orgaan beslist over openbaarmaking van de archieven van de gevreesde en gehate geheime politie van het vroegere communistische bewind.

De verkiezing van Turianu door de leden van de raad leidde tot ophef, vooral omdat algemeen was gehoopt dat de functie naar Constantin Ticu Dumitrescu zou gaan, een oud-politieke gevangene die als integer bekend staat. Dumitrescu stapte zelf uit protest uit het CNSAS, omdat volgens hem onder Turianu geen echte openheid van de archieven te verwachten was. De regering meldde geschokt te zijn over het passeren van Dumitrescu. In Boekarest is dagenlang betoogd tegen de uitslag van de geheime stemming in het CNSAS. De leden van die raad zijn benoemd door politieke partijen, de regering en de president.

Na het aftreden van Turianu koos de raad gisteren Claudiu Secasiu tot vorzitter, nadat Dumitrescu had laten weten geen prijs meer te stellen op de functie. Hij is wel weer in de raad teruggekeerd.

De chef van de huidige geheime dienst SRI, Radu Timofte, heeft zich gisteren verdedigd tegen het verwijt dat zijn dienst, opvolger van de Securitate, alleen “steriele dossiers“ aan het CNSAS heeft overhandigd. Integendeel, zei hij, onder de 1,3 miljoen dossiers die zijn overhandigd - tachtig procent van het Securitate-archief voor zover de SRI dat heeft geërfd, met een lengte van ruim twaalf kilometer - zijn “sensationele dossiers“. De dossiers die de SRI niet heeft afgestaan hebben betrekking op de nationale veiligheid.

De kwestie is belangrijk omdat velen geloven dat de dossiers belastend materiaal bevatten voor politici, zakenlieden en prominenten uit het openbare leven.