Pizzabezorgers en professoren

En dan is er altijd nog de laatste vluchtroute voor het geval wij het loodje leggen tegen de buitenwereld, namelijk dat die buitenwereld niet deugt. Als parlementariërs in de jaren '70 naar Amerika reisden voor studie, hadden zij hun persberichten tevoren al klaar om bijvoorbeeld schrijnende misstanden in de achterbuurten van New York aan de kaak te stellen.

En nu was een parlementaire delegatie in India getuige van een ontketend continent, maar daar bleef gelukkig die geruststellende gedachte dat ze in elk geval niet deugen. “Zo corrupt als de neten“, in de woorden van een fractievoorzitter die heeft bewezen de snaren van het Nederlandse volk te kunnen bespelen.

Politici zijn er niet om intellectuele scepsis te etaleren. Daar zijn professoren voor of anders moeten ze dat maar in hun vrije tijd doen. Maar het gemak waarmee zo'n overigens prijzenswaardige expeditie is gereduceerd tot een paar Haagse breipatronen, is desalniettemin verbluffend - de een zei wat vriendelijks over de entrepreneurial spirit in Nederland die moest worden bevorderd, de ander uitte compassie met zoveel armoede ginds, en verder was het een ongewijzigde binnenlandse voorstelling.

Dat is jammer, want geen mens zal ontkennen dat het voor het westen een ongekende maatschappelijke, intellectuele en politieke uitdaging - excuses voor dit cliché - betekent, wat in Azie gebeurt. Het zou moeten prikkelen tot achter de oren krabben, tot hardop nadenken.

India is het symbool van de oprukkende globalisering nieuwe stijl. Het gaat niet om industriële arbeidsplaatsen die erheen verdwijnen, maar om dienstverlening, software, advisering. Niet iets om je druk om te maken, zeggen sommige economen. Sterker nog, daar wordt uiteindelijk iedereen beter van, zoals elk handboek met verwijzing naar Ricardo en het comparatieve voordeel leert: landen en streken concentreren zich als vanzelf op producten en diensten die zij tegen lagere kosten kunnen leveren dan anderen.

Klopt dit? Ja en nee. Voor een bedrijf is het verstandig en onvermijdelijk om via outsourcing de beste producten tegen de laagste prijs te maken en geschikte markten te zoeken. Anders stelt het klanten, aandeelhouders en werknemers teleur. Het heeft eigenlijk geen keuze, hooguit om het een jaartje eerder of later te doen dan de ander.

Zo ging het aandeel banen in de Amerikaanse industrie in een kleine halve eeuw terug van 31 naar 11 procent en het voldeed grosso modo aan de theoretische verwachtingen.

Maar nu is het mogelijk geworden relatief hoogwaardige arbeid te outsourcen de salarisverschillen zijn daarbij enorm. Tachtig dollar per uur voor een kleine belastingconsulent in Amerika tegen nog geen tien in India, via internet. Bijna de helft van alle banen in Amerika kan praktisch naar het buitenland, berekende Jacob Funk Kirkegaard van het Institute of International Economics aan Dupont Circle in Washington. Het gaat hier om potentiële shocks die ongekend zijn. Zijn halve grap annex tip voor studenten om onmisbaar te blijven: wordt professor of pizzabezorger.

Verder is het de vraag of de theorie van het comparatieve voordeel zo nog wel werkt. Zelfs als het uiteindelijk resultaat van outsourcing een surplus aan winnaars oplevert om de verliezers te compenseren, is er geen enkele garantie meer dat ze dat ook (moeten) doen. Dat zei de oude nestor en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson een tijdje geleden in een interview. (Hij schreef er in de Journal of Economic Perspectives, zomer 2004, een fraaie analyse over om aan te tonen dat landen wel degelijk door outsourcing kunnen verliezen. (Where Ricardo and Mill Rebut and Confirm Arguments of Main Stream Economists Supporting Globalisation) Je volgende auto kan dan wel duizend euro goedkoper zijn geworden, maar dat hoeft niet genoeg te zijn om je inkomensdaling goed te maken.

En dan is er nog de politiek. Die dreigt bij een hoog tempo en een veranderend karakter van outsourcing en bij een type outsourcing dat een redelijk geschoolde middenklasse raakt, de steun van het kiezersvolk te verliezen.

Om de kiezers te behagen had de verslagen Democraat John Kerry had het over “verraderlijke ondernemingen“ die hun werk uitbesteden aan Azië, ex-kanselier Schröder sprak van een “tekort aan patriottisme“ bij de grote Duitse bedrijven en premier Dominique de Villepin predikt “economisch patriottisme“.

Er waait een protectionistische wind over het westen. Zoals altijd tooit die zich in Amerika in de gedaante van nationale veiligheid (geen vreemde overslagbedrijven aan de zeehavens, geen Chinese oliemaatschappij in eigen land) en in Europa in wat meer ordinair protectionisme (boeren, sportschoenen, textiel). Maar het zijn uitingsvormen van hetzelfde verschijnsel: angstvalligheid voor de schokken van de verandering.

Nederland heeft er wat minder last van dan Duitsland en Frankrijk. Wij hebben de grote klappen al eerder gekregen, zijn als handelsland wat wendbaarder dan echte industriestaten en we hebben aardgas. Maar aan de gevolgen zal ook Nederland zich niet kunnen onttrekken - het is immers geen eiland.

Globalisering is van alle tijden, maar krijgt door tempo en kwaliteit ervan een ander karakter. In plaats van geleidelijk te gaan knabbelen aan de positie van arbeiders, kan het versneld een middenklasse aan het wankelen brengen. Het leidt onvermijdelijk tot aanpassingen waarover politici gemakkelijk kunnen struikelen: lagere pensioenen, een aangescherptontslagrecht, langer werken, en adieu de hypotheekrenteaftrek.

Maar ten slotte gaat het ook om het regisserend vermogen in een samenleving om opnieuw zelfvertrouwen te organiseren. Een excursie van politieke leiders naar India is een mooie gelegenheid om erover na te denken, de burger te prikkelen en er deelgenoot van te maken - toch?