Onderzoek naar dood Afghaan

De marechaussee heeft naar aanleiding van nieuwe informatie het onderzoek heropend naar een schietincident nabij de Nederlandse basis in het Noord-Afghaanse Pol-e-Khomri, waarbij mogelijk een Afghaanse demonstrant dodelijk verwond was geraakt door Nederlandse rook- of lichtgranaten. Dat heeft staatssecretaris Van der Knaap (Defensie, CDA) de Tweede Kamer gisteren meegedeeld. Hangende het onderzoek wil Defensie geen nadere mededelingen verstrekken.

Het incident vond plaats op 7 februari van dit jaar, toen enkele honderden Afghanen zich nabij de Nederlandse basis verzamelden, spreekkoren aanhieven en met stenen naar de basis begonnen te gooien. Aanleiding daartoe was de Deense cartoonkwestie, die ook elders in de wereld tot gewelddadige demonstraties leidde. Maar kennelijk speelden ook lokale grieven een rol, aldus eerdere mededelingen van Defensie. De demonstratie werd na enige tijd verspreid door de Afghaanse politie.

Nederlandse militairen hebben gezien dat, terwijl vanaf de basis licht- en rookgranaten werden afgevuurd, een der demonstranten omviel en door omstanders werd afgevoerd. Ter plekke bleven bloedsporen achter. Op 12 februari werd de commandant van de Nederlandse basis er door de lokale gouverneur van op de hoogte gesteld, dat de demonstrant in kwestie was overleden en reeds begraven. Hoewel de commandant, volgens Van der Knaap, er niet zeker van kon zijn dat het hier om dezelfde persoon ging, heeft hij niettemin een financiële compensatie betaald aan diens nabestaanden, die in behoeftige omstandigheden verkeerden.

Gisteren bereikte de Nederlanders nieuwe informatie, die de marechaussee ertoe gebracht hebben het onderzoek te heropenen. Welke informatie dat is, wil Defensie niet zeggen.