Koopkracht zet druk op het kabinet

De koopkrachteffecten van het zorgstelsel zijn volgens het CPB zoals verwacht: 80 procent van de huishoudens gaat er iets op vooruit. Het kabinet worstelt met beeldvorming.

Het is de beleving versus de cijfers. De beleving wil dat Nederlanders er dit jaar in koopkracht op zijn achteruitgegaan door de inkomensgevolgen van het nieuwe zorgstelsel. Maar een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) komt tot de conclusie dat 80 procent van de huishoudens er (iets) in inkomen op is vooruitgegaan, dat bij 20 procent van de huishoudens sprake is van een daling en dat deze achteruitgang zich concentreert bij groepen die niet tot de sociale minima behoren.

Eén- en tweeverdieners zonder kinderen en gepensioneerden met een redelijk aanvullend pensioen ondervinden de klappen van het nieuwe zorgstelsel. Het gaat voor het overgrote deel van deze gevallen om een inkomensachteruitgang tussen nul en één procent.

Dat is min of meer in lijn met de verwachtingen van het kabinet bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Bovendien behoren sommige inkomenseffecten tot de bedoelde gevolgen van het nieuwe zorgstelsel. Namelijk in gevallen waarin mensen met een behoorlijk inkomen door omstandigheden een uitzonderlijk lage zorgpremie betaalden. De netto-effecten van het nieuwe zorgstelsel worden verder beïnvloed door specifieke factoren zoals de hoogte van de werkgeversbijdrage in de ziektekosten en het verdwijnen van de gunstige ziektekostenregeling voor ambtenaren.

Maar het kabinet is zenuwachtig, want de politieke druk is groot. Na drie magere jaren moeten de burgers iets van de effecten van de sociale hervormingsagenda kunnen merken. Bovendien trekt de economie aan en vullen de belastingmeevallers de schatkist. Met name bij het CDA, bij de recente gemeenteraadsverkiezingen hard afgestraft, bestaat de behoefte om het “sociale gezicht' te profileren.

Uitgedaagd door de kabinetsbelofte dat lastenverlichting dit jaar over een brede linie zou zorgen voor koopkrachtverbetering, tuimelden berekeningen van de negatieve inkomenseffecten de afgelopen weken over elkaar. De vakcentrale FNV kwam met een koopkrachtverlies voor de helft van de huishoudens; vakcentrale MHP voor 20 procent van de huishouden. Deze cijfers waren aanleiding voor het kabinet om het CPB nog eens om een berekening te vragen. Gisteren bleek uit een onderzoek in opdracht van de Gerechtsdeurwaarders dat bijna de helft van alle huishoudens er in besteedbaar inkomen op achteruit is gegaan en dat het aantal financiële probleemgevallen stijgt.

Koren op de molen van de oppositie in de Tweede Kamer: Kamerlid Crone (PvdA) wil een snel kabinetsbesluit over compensatie van de zorgpremie en de gestegen energieprijzen. Daarover ontstond in december binnen het kabinet knallende ruzie tussen minister Zalm (Financiën, VVD) en de CDA-bewindslieden. Zalm wil bij de Voorjaarsnota die binnenkort uitkomt, vasthouden aan het begrotingsbeleid zoals afgesproken in het regeerakkoord. Maar het kabinet is niet doof voor de koopkrachtbeleving onder de burgers. Probleem is dat een gebaar voor 2006 ten koste gaat van de ruimte voor koopkrachtverbetering in verkiezingsjaar 2007. Probleem is ook dat voor elke groep die wat extra's krijgt, er nieuwe groepen zijn die zich onderbedeeld voelen.

Het overleg in de sociaal-economische “vierhoek' van het kabinet verloopt moeizaam. Volgende week, op witte donderdag, hoopt men op witte rook.

    • Roel Janssen