Komieken moeten aan politiek doen in Italië

Viva Zapatero! Regie: Sabina Guzzanti. Met: Sabina Guzzanti, Rory Bremner, Enzo Biagi, Daniele Luttazzi, Dario Fo. In: Kriterion, Amsterdam; Cinerama, Rotterdam.

Berlusconi, onderwerp van spot en woede in Viva Zapatero! File created with CoreGraphics

Italië heeft zijn eigen Michael Moore en ze heet Sabina Guzzanti. Als we voor deze comédienne naar een vergelijking dichter bij huis zouden zoeken, dan zou dat het complete team van Kopspijkers moeten zijn, toen dat nog in topconditie was.

Sabina Guzzanti (1962) maakte in Italië furore als satirisch imitator van politici in diverse televisieprogramma's. Dat had zoveel succes dat zij een eigen show kreeg aangeboden. En toen begonnen de problemen. Want de advocaten van Silvio Berlusconi kregen er lucht van dat de mediamagnaat annex zakenman annex premier van Italië in de eerste aflevering van RAIot op de hak genomen zou worden en klaagden het programma aan wegens “leugens en insinuaties“. Geëiste schadevergoeding: een getal met zoveel nullen dat het lijkt alsof de lire weer terug is in Italië.

Aan de hand van een fragment uit een nooit uitgezonden sketch kunnen we zelf oordelen. Berlusconi in glimmende blauw pak, wedijverend met zijn blinkende Colgate-smile en zonnebankbruine wangen: “Het schijnt dat de media in ons land beheerst worden door één persoon. Wij zullen hem vinden.“ Schokkender is dat dit in de loop van het amusante Viva Zapatero!, genoemd naar de Mexicaanse anarchist en volksheld Emiliano Zapata, voor veel Italianen een eye-opener blijkt.

En daarmee zitten we meteen in het hart van Guzzanti's kruistocht. De strijd met de angsthazen bij de omroep RAI-3 kon ze niet winnen, maar wel die met de publieke opinie. In Viva Zapatero! doet ze op Fahrenheit 9/11-achtige wijze verslag van een lange ronde langs politici, omroepbobo's, journalisten, theater- en televisiemakers uit binnen- en buitenland. Zelfs de gewraakte Kopspijkerssketch met Beatrix en Balkenende komt nog even voorbij. En de Engelse Tony Blair-imitator Rory Bremner, voor wie het ondenkbaar zou zijn als je in zijn land géén grappen over politiek en koningshuis zou kunnen maken. Of, in de woorden van Bruno le Jean, regisseur van de Franse Spitting Image, Les guignols: “een democratie die bang is voor humor en kritiek is ziek.“ Zelfs Nobelprijswinnaar Dario Fo komt eraan te pas om uit te leggen dat satire al sinds de Griekse komedieschrijver Aristophanes synoniem is aan politiek commentaar. Alleen niet voor de bazen bij RAI: hun sofisterijen over de verschillen tussen humor, satire en parodie zijn bijna nog grappiger dan de politieke steken onder water van Guzzanti zelf. Eentje dan: “Als onze politici grappen gaan vertellen, dan wordt het tijd dat onze komieken aan politiek gaan doen.“

    • Dana Linssen