“Integriteit werd niet bewaakt'

Het OM eist gevangenisstraf voor de oud-bestuurders van supermarktconcern Ahold.

Het gebrek aan integriteit in de Ahold-top is de kern van de strafzaak, aldus het OM.

Cees van der Hoeven, oud-bestuursvoorzitter van Ahold, hield zich groot toen hij gisteravond de rechtbank verliet. “Ik had dit wel verwacht“, sprak hij en verwees vervolgens naar volgende week, als de advocaten van de vier verdachten in de Ahold-zaak hun pleidooien zullen houden. Maar eerder, meteen na het bekend worden van de strafeisen van het openbaar ministerie (OM), was de stemming anders. Met strakke gezichten verlieten de vier verdachten (naast Van der Hoeven oud financieel-directeur Michiel Meurs, ex-bestuurder Jan Andreae en voormalig commissaris Roland Fahlin) de rechtszaal.

Was het vanwege de eisen? Of toch meer vanwege de verwijten die de vier over hun onkreukbaarheid te horen hadden gekregen? Het OM zette met name dat punt snoeihard aan. Door de handelwijze van de vier “werd op het hoogste niveau integriteit niet bewaakt maar geweld aangedaan (...) Dit gebrek aan integriteit in de top van Ahold is de kern van deze strafzaak“, aldus Justitie.

Het proces draaide de afgelopen weken om de zogenaamde “consolidatieproblematiek': het ten onrechte meetellen van de omzet van een aantal buitenlandse dochters in Aholds boeken. De voormalige top maakte, op dringend verzoek van de accountant, contracten op die de “doorslaggevende zeggenschap' van het concern in die joint ventures bevestigden, ook al was dat juridisch niet het geval. Met deze control letters kon er worden geconsolideerd. Maar ondertussen werden er in het geheim ook side letters gemaakt die de eerdere zeggenschap juist weerspraken.

Valsheid in geschrifte, vindt het OM en bovendien het meewerken aan het opstellen van een valse jaarrekening en het misleiden van beleggers. Er werd welbewust “een vertekend beeld van de werkelijkheid“ gegeven.

Toch waren de gevraagde straffen niet overdreven zwaar. In eerdere financiële fraudezaken waren diverse keren hogere eisen. Bij het vonnis, en zeker ook in hoger beroep, werden deze eisen meestal naar beneden bijgesteld. Of dat nu ook zal gebeuren, is onzeker. De vraag zal vooral zijn hoe de rechtbank de door het OM gesignaleerde schending van het integriteitsbegrip waardeert. En of de rechters óók vinden dat de gepleegde feiten zó ernstig zijn dat straf “uiting moet geven aan afkeuring en normbevestigend moet zijn“. Op 22 mei weten is de uitspraak.

    • Joost Oranje en Jeroen Wester