Eis met een harde uitstraling

Justitie eiste gisteren tot 20 maanden cel tegen de verdachten in de Ahold-zaak. “Normbevestigend“, volgens de aanklager; “bizar“, volgens een van de verdachten.

Gebrek aan integriteit en geschonden vertrouwen. Al om tien uur 's ochtends is duidelijk dat het openbaar ministerie (OM) in de Ahold-zaak vooral dáár aan het eind van de dag de strafeisen op zal baseren.

Officier van justitie Hendrik-Jan Biemond schiet in zijn requisitoir meteen met scherp. Hij memoreert dat het bijna drie jaar geleden is dat het OM de inmiddels beruchte “side letters' uit de Ahold-zaak in handen kreeg. “Ik herinner me nog dat we onze ogen niet konden geloven“, aldus de aanklager. “Het was niet te geloven dat de bewierookte raad van bestuur van Ahold op deze schimmige wijze zaken deed.“ Om vervolgens “helaas“ te constateren dat na een lang gerechtelijk vooronderzoek en vier weken rechtszitting moet worden vastgesteld “dat de voormalige top van Ahold niet integer en strafbaar heeft gehandeld“.

Daarmee is de toon gezet en de inzet van justitie duidelijk: het gaat in de strafzaak tegen de voormalige Ahold-top niet zozeer om zelfgewin of financiële schade, maar vooral om integriteit. De hele dinsdag, ruim zeven uur lang, is dát begrip de leidraad in het requisitoir. Het OM zet de zaak af en toe stevig aan: “In deze zaak is door het optreden van verdachten het vertrouwen in het Nederlandse bedrijfsleven in het algemeen, en in de beursgenoteerde vennootschap Koninklijke Ahold in het bijzonder, ongekend ernstig geschonden.“

Door essentiële informatie voor de accountant te verzwijgen, hebben de verdachten “het toezicht op de financiële verslaglegging onmogelijk gemaakt en bewust gefrustreerd“. En het gerommel met control- en side letters “getuigt van minachting voor het jaarrekeningenrecht“.

Dan, aan het begin van de avond, volgen de strafeisen. De aanklager stookt het vuurtje nog eens op. De straf, zegt hij, zal “normbevestigend“ moeten zijn. Want juist in financiële fraudezaken moeten “generaal preventieve strafdoeleinden“ een belangrijke rol spelen. Dan refereert hij aan de Verenigde Staten, waar Ahold ook aan de beurs is genoteerd.

[Vervolg AHOLD: pagina 17]

AHOLD

OM pakt ook accountant Deloitte hard aan

[vervolg van pagina 1]

Daarom is het volgens de officier “gepast“ om ook “het Amerikaanse strafstelsel als een referentiekader voor te houden“. Vandaar dat hij even met zijn collega in New York heeft gebeld. En wat blijkt? In de VS hadden de verdachten op celstraffen van 360 maanden kunnen rekenen.

De schrik zit er dan goed in. Cees van der Hoeven kijkt strak naar de grond. Jan Andreae ook. De Zweed Roland Fahlin luistert gespannen naar zijn tolk. Alleen Michiel Meurs blijft glimlachen, zoals hij een groot deel van de zitting heeft gedaan.

Dan volgen de eisen en is het in één keer voorbij. De zitting wordt geschorst tot volgende week als de pleidooien van de verdediging op de agenda staan. Terwijl iedereen de paperassen bij elkaar zoekt, gaan sommige advocaten meteen in de aanval. “Een schrikeis“, zegt Van der Hoevens raadsman Mischa Wladimiroff. “Niet chic, niet magistratelijk.“ Scoringsdrift van het OM“, vindt Jan Sjöcrona, advocaat van Andreae en Fahlin. “Bizar“, zegt verdachte Andreae. “Volgende week zijn we terug“, roept Van der Hoeven strijdvaardig als hij in de auto stapt.

Als het OM een harde aanpak heeft willen uitstralen, lijkt dat gelukt. Maar feitelijk passen de geëiste straffen binnen de strafmaten die Justitie de afgelopen jaren in financiële fraudezaken hanteerde. In de Clickfondszaak bijvoorbeeld werden voor er tegen de effectenhandelaren die als hoofdverdachten golden in eerste aanleg veel hogere celstraffen gevraagd, ook nog eens verzwaard met forse geldboetes. Dat laatste is in de Ahold-zaak al helemaal niet aan de orde. De verdachten, benadukt ook Justitie, hebben immers niet gehandeld “om persoonlijk financieel voordeel te behalen“. Hoewel er via aandelen- en optie bezit indirect wel degelijk is “geprofiteerd van hoge beurskoersen die mede gebaseerd waren op ten onrechte geconsolideerde cijfers“, aldus het OM.

Maar daar ligt niet het zwaartepunt in de Ahold-zaak. Die gaat over integriteit en vertrouwen in de raad van bestuur en raad van commissarissen. En dat is volgens het OM “ernstig beschaamd“.

Urenlang en tot in detail komt gisteren opnieuw het hart van de strafzaak aan de orde: de “consolidatieproblematiek': het ten onrechte meetellen van de omzet van een aantal buitenlandse dochters in Aholds boeken. De voormalige top maakte, op verzoek van de accountant, contracten op die de “ doorslaggevende zeggenschap' van het concern in die joint ventures bevestigden, ook al was dat juridisch niet het geval. Met deze “control letters' kon er worden geconsolideerd. Maar ondertussen werden er, om de partners tevreden te stellen, in het geheim ook “side letters' gemaakt die de eerdere zeggenschap weerspraken.

Valsheid in geschrifte, vindt het OM en bovendien het meewerken aan het opstellen van een valse jaarrekening en misleiding van beleggers. Er werd welbewust “een vertekend beeld van de werkelijkheid“ gegeven. De verdediging die de verdachten op de zittingen gaven (variërend van “ik had geen verstand van boekhouden' tot“het ging niet om de juridische-, maar feitelijke situatie' ) werd door Justitie gehekeld: “Het is ontluisterend dat een belangrijk onderwerp als consolidatie van de werkmaatschappijen op deze achteloze wijze werd afgedaan“, aldus de officier.

Het OM rekent met name Van der Hoeven en Meurs zwaar aan dat zij, als in 2002 de ICA-side letter breder binnen het bedrijf bekend wordt, geen openheid van zaken hebben gegeven. Maar er is nóg iemand die daarvoor de Zwarte Piet krijgt: Deloitte. Want de huisaccountant acteerde “onvoldoende gezaghebbend“ als controleur van de boeken. Tijdens het strafrechtelijke onderzoek bleek bovendien dat de accountant veel vragen niet kon beantwoorden. Volgens het OM heeft Deloitte óf “uiterst mager“ gecontroleerd óf “nauwelijks iets vastgelegd“, vooral toen de accountant, na het boven water komen van de ICA side letter maandenlang meedacht met Ahold over alternatieve contracten. “In elk geval heeft de houding van Deloitte er mede toe geleid dat de fraude voor aandeelhouders en beleggers onbekend kon blijven“ Dat de zaak tóch bekend werd, constateert het OM fijntjes, komt “uiteindelijk door invloeden van buitenaf - en dus niet uit eigener beweging“. Justitie vindt de zaak zó ernstig dat zij een tuchtklacht tegen Deloitte overweegt. De accountant nam vanochtend “met kracht“ afstand van de uitlatingen van justitie. Deloitte onderzoekt juridische stappen tegen het OM, maar kon niet preciseren wat daarmee bedoeld wordt.

Met de strafeis in eerste aanleg staat de zaak tegen de oud Ahold-top nog maar aan het begin van een vermoedelijk lange weg. Belangrijk ijkpunt is het vonnis, op 22 mei. Dan zal blijken hoe de rechtbank de door het OM gesignaleerde schending van het integriteitsbegrip waardeert. Daarna gaat de zaak vrijwel zeker naar het gerechtshof voor hoger beroep. De juridische strijd is nog lang niet gestreden.

www.nrc.nl: dossier, requisitoir en weblog Ahold

    • Joost Oranje en Jeroen Wester