Dienstverleners krijgen meer armslag in Europa

Het verwijderen van drempels voor dienstverlenende bedrijven die elders in de Europese Unie aan de slag willen, is weer een stap dichterbij gekomen. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie heeft besloten het alternatieve voorstel van het Europees Parlement grotendeels over te nemen. Ook de regeringen van de 25 lidstaten die nog moeten instemmen zullen weinig bezwaren maken, zo hebben zij al laten weten.

De zogeheten dienstenrichtlijn die er nu zit aan te komen, gaat minder ver dan het oorspronkelijke voorstel van toenmalig Europees commissaris Frits Bolkestein. Hij wilde dat de dienstverlenende sector - 70 procent van de werkgelegenheid in de EU - zo onbelemmerd mogelijk in heel Europa zou kunnen opereren. Dat plan leidde tot een storm van protest, in met name Frankrijk en Duitsland.

Het Europees Parlement besloot vorige maand een groot aantal dienstverleners van de ruimere vrijheden uit te zonderen. De Europese Commissie heeft zich hier achter geschaard. Zo zullen beperkingen blijven gelden voor onder andere gezondheidszorg, uitzendbranche, bewakingsdiensten, audiovisuele diensten, kinderopvang en gezinszorg.

Er komt een aparte regeling voor de gezondheidszorg zal komen. Daarin zal worden bepaald in welke mate patiënten een beroep kunnen doen op gezondheidszorg in andere EU-landen die dan tevens via hun verzekering vergoed wordt.

Het belangrijkste element van de dienstenrichtlijn is dat bedrijven niet meer per land allerlei vergunningsprocedures zullen hoeven te doorlopen om aan de slag te kunnen. Wel is in afwijking van het oorspronkelijke voorstel bepaald dat landen aparte eisen kunnen stellen op het gebied van openbare orde en milieu.

De Nederlandse regering heeft zich steeds verzet tegen het afzwakken van de dienstenrichtlijn. Staatssecretaris Nicolaï zei in een reactie dat de politieke werkelijkheid is dat Nederland te weinig medestanders had. Wel zal Nederland nu bepleiten de werking van de richtlijn te zijner tijd te evalueren.