Denk mee, red de samenleving

Acht oud-politici protesteren samen tegen het “harde' klimaat in Nederland.

Ze zijn het zoveelste voorbeeld van initiatieven om de wereld te verbeteren.

. burgerbuddy.nl: politici hebben een burgervriend.

Salem Samhoud is vijfenveertig jaar, woont in Leusden en is opgeleid aan de Nyenrode Business Universiteit. Hij helpt met zijn adviesbureau bedrijven reorganiseren. Dan bedenkt hij een nieuwe visie waarmee de bedrijven zichzelf opnieuw kunnen uitvinden. Onlangs deed hij dat bij een groot Duits verzekeringsconcern. Met het motto “We willen zekerheid, vrijheid en levenskwaliteit' werden de werknemers weer enthousiast, vertelt Samhoud. “Ze geloofden er gewoon weer in.“

Toen kreeg Samhoud een brainwave. Eigenlijk kon Nederland ook wel “een nieuw jasje, nieuw bloed en een nieuw zenuwstelsel gebruiken“. Hij bedacht een initiatief: Visie21. Nu organiseert en financiert zijn bureau door het hele land “publieksarena's' om voor Nederland een nieuwe missie te ontwikkelen. “Waarom moet Nederland blijven? Waar staan we voor? En wat is de ambitie van dit land?“ Het gaat om een nieuwe, gemeenschappelijke gedachte. Een oppepper. “Zodat we er allemaal weer zin in hebben.“

Visie21 is niet het enige initiatief. Er zijn momenteel tal van campagnes, debatten en projecten om de samenleving te verbeteren. Neem “Nederland niet kapot te krijgen' of “Nederland waardeert' of “Nederland positief'. De eerste wil dat burgers anders met elkaar omgaan, de tweede staat voor wederzijds respect en de derde vindt dat mensen positiever moeten zijn. De initiatiefnemers zijn in de eerste plaats burgers, allochtoon en autochtoon, hoog- en laagopgeleid, uit de stad en het platteland.

Ze zijn allemaal op zoek naar een medicijn voor een betere samenleving en hopen dat hun bijeenkomsten leiden tot bewegingen in de samenleving. Maar niet tot politieke bewegingen, benadrukt Samhoud. “Mensen zouden wegblijven als we dat zouden doen.“ Van politiek moeten de initiatiefnemers niets hebben. Samhoud: “Daar hebben mensen geen vertrouwen meer in.“

Maar intussen doen de politici wel hun best. Minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) kwam begin dit jaar met het Burgerforum waar burgers op regionale bijeenkomsten en een website kunnen praten over het kiesstelsel. Hij lanceerde ook de Nationale Conventie om “de gewone man' te betrekken bij de inrichting van het politieke bestel. Premier Balkenende probeert via zestienmiljoenmensen.nl het debat over normen en waarden op gang te brengen. Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) wil “de meerwaarde van samenwerking tussen mensen van verschillende culturen“ uitdragen via en.nl.

Gisteren kwam oud VVD-leider en minister Hans Dijkstal samen met acht voormalige kopstukken uit de politiek met een manifest. “Nederland is van een open, assertieve samenleving beland in een diepe vertrouwenscrisis. Dat moet snel veranderen“, schreven zij.

Met de stortvloed aan projecten proberen de initiatiefnemers de identiteitscrisis van Nederland te bezweren. Dat denkt althans Jos de Beus, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens hem is Nederland het geloof in zichzelf kwijtgeraakt. Dat kwam aan de oppervlakte toen Pim Fortuyn de politiek in ging, werd acuut door de moorden op Fortuyn en Theo van Gogh en versterkt door de concurrentie met China, India en Oost-Europa en schandalen in bedrijfsleven en de publieke sector.

Stuk voor stuk ontwikkelingen die volgens De Beus zorgen voor somberheid, verwarring en polarisatie. Neem het integratiedebat. De Beus: “De veelgeroemde tolerantie sloeg om in onverschilligheid. Nu is er geen balans meer als het gaat om nieuwkomers.“ Het harde beleid van Verdonk leidt volgens hem tot weerstand “maar een duurzame oplossing is er niet“.

In de initiatieven onderscheidt De Beus drie opvattingen over de Nederlandse eigenheid. Er is een groep, zegt hij, een minderheid, die nog steeds gelooft in het post-nationale: we zijn allemaal wereldburgers en Europeanen. Anderen, zoals Verdonk en Geert Wilders, beschouwen Nederland als “deel van een superieure westerse beschaving“. De laatste groep wil dat Nederland een open samenleving blijft. “Zij willen een traditie van vrijheid opnieuw definiëren.“

Die verschillende opvattingen leiden weer tot verschillende oplossingen over hoe het met Nederland verder moet. Vier twistpunten zijn er, zegt De Beus. Tolerantie. Moeten we bijvoorbeeld de hoofddoeken accepteren of niet? Onderdrukt het vrouwen, is het een teken van emancipatie of juist een voorbode van radicalisering? Dan is er de consensus, het tweede twistpunt. Hoe worden we het met elkaar eens? Gevolgd door solidariteit: moet de jonge generatie solidair zijn met de babyboomers die straks met pensioen gaan? Het laatste discussiepunt is openheid. Willen we een open samenleving, waarin we bijvoorbeeld Polen toelaten op de arbeidsmarkt?

Salem Samhoud wil het liefst dat Nederland een open samenleving blijft. Tijdens zijn bijeenkomsten, waar telkens 21 mensen komen, probeert hij de deelnemers te laten zien wat ze gemeen hebben. Dan gaat het over het integratiebeleid, over de grote verschillen tussen arm en rijk en over individuele vrijheid gekoppeld aan saamhorigheid en over geloof dat moet terugkeren. “We hebben uiteindelijk allemaal het beste voor met Nederland.“ Dat positivisme herkennen de initiatiefnemers van optimistisch.nl. Billboards en reclamespotjes, met een roze bril of een halfvol glas, roepen mensen toe: “Weest optimistisch!' Paul Blok van reclamebureau DDB in Amsterdam zette de actie samen met een werkgroep collega's op touw. Al filosoferend kwamen ze tot de conclusie “dat Nederlanders te veel de “downside' opzoeken“.

De initiatieven noemt De Beus “sympathiek“. Vooral omdat “ze plaatsvinden buiten Den Haag en Hilversum“. Plichtmatig optimisme vindt hij echter onzin. “Alleen maar positief doen neemt de problemen niet weg. Het begint toch met een eerlijke analyse van de problemen.“

Publicist Paul Scheffer zit daar niet zo mee. Volgens hem behoort een samenleving bol te staan van de initiatieven. De vernieuwingen moeten naar zijn mening vanuit de samenleving komen, niet uit de politiek. “Ministers bedoelen het goed maar de projecten liggen altijd in het verlengde van hun politieke doelstellingen. De burgerinitiatieven gaan daar juist dwars doorheen.“ Zelf houdt Scheffer er ook van om apolitiek, samen met mensen uit verschillende hoeken, over problemen na te denken. “Juist de burger moet voorop lopen.“

En dat is precies wat Samhoud doet. Met zijn eindvisie stapt hij straks dan ook niet naar de Tweede Kamer. “Maar naar de koningin, of naar de kroonprins.“

    • Juliette Vasterman