Celstraffen geëist in Ahold-zaak

Tegen Cees van der Hoeven, oud-bestuursvoorzitter van Ahold, is een celstraf van twintig maanden geëist, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Het openbaar ministerie (OM) eiste tegen voormalig financieel directeur Michiel Meurs dezelfde straf.

Oud-bestuurder Jan Andreae hoorde gisteravond twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, tegen zich eisen. Tegen oud-commissaris Roland Fahlin eiste het OM twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan negen maanden voorwaardelijk.

Justitie, dat gisteren de gehele dag aan het requistoir wijdde, legde veel nadruk op het belang van goed ondernemerschap. Volgens de officieren van justitie Biemond en Van Dis heerste er bij Ahold een economische cultuur waarbij “het halen van targets leidend was“.

Daarbij werden zogeheten side letters opgemaakt. In deze contracten, die de voormalige Ahold-top geheim hield, werden mededelingen over de zeggenschap van de onderneming in een aantal buitenlandse samenwerkingsverbanden teruggedraaid. Het ging om dochterbedrijven waar Ahold geen volledige zeggenschap had, maar wel de volledige omzet meetelde. Het OM noemde het “ontluisterend“ dat “een belangrijk onderwerp als consolidatie van de werkmaatschappijen op deze achteloze wijze werd afgedaan“.Volgens het OM werd door Aholds handelwijze het toezicht op financiële verslaglegging bewust gefrustreerd en getuigde dat van minachting voor het jaarrekeningenrecht. Het vertrouwen in het bedrijfsleven werd zo “ongekend ernstig geschonden“.

Volgens het OM reikt de aangerichte schade verder dan de Nederlandse grens, omdat Ahold ook op de Amerikaanse beurs is genoteerd. De officier zei gisteren de Amerikaanse justitie te hebben geconsulteerd over wat voor straf de hoofdverdachten daar zouden hebben geriskeerd. Volgens officier Biemond was het antwoord 360 maanden gevangenisstraf. “Vanzelfsprekend hebben wij het Nederlandse systeem“, liet hij weten voordat hij met zijn strafeis van twintig maanden kwam.

“Een schrikeis“, reageerden de advocaten van ex-president Van der Hoeven meteen. Volgens hen wordt met de eis meer schrik bij de verdachte beoogd, dan een realistische eis die de rechter zal volgen. De eis is in hun ogen “volstrekt buiten de Nederlandse straforde“. “Niet sjiek en niet magistratelijk“, zei advocaat Micha Wladimiroff. De advocaat van Andreae en Fahlin vindt de eisen van de aanklager getuigen van “scoringsdrift“, waarbij te eenzijdig gekeken wordt door justitie.

Opmerkelijk was dat het OM tijdens het requisitoir erg kritisch was over Aholds accountant Deloitte die volgens Justitie niet doortastend optrad. Het OM vindt dat dermate ernstig dat zij een tuchtklacht overweegt tegen Deloitte. Volgende week houden de advocaten van de verdachten hun pleidooien. De rechtbank doet 22 mei uitspraak.

Pagina 12

Weblog en dossier Ahold op www.nrc.nl/economie