Bus te duur en te langzaam

Geen wonder dat ik, “plattelander', liever in de auto stap dan in de streekbus.

Een ritje van 30 km kost mij een uur, dure strippen en een pijnlijk achterwerk.

In nrc.next van woensdag 29 maart zegt Tweede Kamerlid Jan Mastwijk (CDA) over het Nederlands streekvervoer: “Het is jammer dat het aantal reizigers niet is gegroeid. Blijkbaar is de auto toch aantrekkelijker op het platteland.“ Ik vroeg mij meteen af of de heer Mastwijk zich de afgelopen jaren wel eens op het platteland - dat groene gebied met al die koeien - heeft begeven. Dan zou hij namelijk weten dat het met de autogeilheid van de gemiddelde plattelander reuze meevalt.

Met de streekbus als enig alternatief vervoermiddel is de keuze echter snel gemaakt. Het is streekbussen namelijk eigen dat ze door de streek rijden. De héle streek. Een afstand van dertig kilometer kost mij al snel een uur, schommelend door allerhande bedrempelde dorpjes.

Een tweede probleem is de dienstregeling. Zonder auto wordt op het platteland slechts gereisd tot zes uur 's avonds, en dan één keer in het uur. Diegene met het lef om later, of op zondag - stel je voor - ergens heen te willen, heeft pech. Geen bus. Mocht ik op zondag toch besluiten pittoresk Stadskanaal te verruilen voor het mondaine Assen, dan moet ik op zoek naar alternatief vervoer. Gelukkig heeft Arriva aan mij gedacht. Voor de zondagsreiziger is er een Sovjet-achtig koekblik op wielen beschikbaar - “belbus' in de volksmond - dat op oproepbasis ongelukkige passagiers met een noodgang naar “verkeersknooppunt' Gieten scheurt. Daar kunnen we overstappen op de veilig vooruit keutelende lijndienst. Duur: een uur en drie kwartier. Kosten: vele almaar duurder wordende strippen, een telefoontje en een pijnlijk achterwerk. Afstand: nog steeds 30 km.

Het lijkt wel alsof de busmaatschappijen een ontmoedigingsbeleid voeren. En dat terwijl er, ook in minder dichtbevolkte gebieden, genoeg reizigerspotentieel te vinden is. Het goochelen met grote termen als marktwerking en concurrentie is leuk, maar levert de gemiddelde inwoner van Muntendam of Schinveld weinig op. Bovendien is het probleem, en dus de oplossing, veel simpeler. Minder lijnen en duurdere strippenkaarten betekenen minder reizigers. Het levende bewijs hiervoor is uiteraard de tendens in het Nederlandse streekvervoer. Meer (snel)diensten en een betere service zouden de reizigersaantallen dus significant doen stijgen.

Helaas zit dat er niet in, getuige het voornemen van kabinet door te gaan op de ingeslagen weg. Jammer, want ik had de heer Mastwijk graag willen laten zien dat ook plattelanders hun auto uit en de bus in te krijgen zijn.

De auteur woont in Stadskanaal.

Ook een Praktijkstuk insturen? Mail maximaal 450 woorden naar opinext@nrc.nl, onder vermelding van naam, woonplaats en telefoonnummer.

    • Marlies van de Wiel